Financieel/Geld

Themaweek Student en geld

Hoe vind je een goedkope studentenkamer?

Steeds kostbaarder.

Steeds kostbaarder.

ANP

Amsterdam - Een gemiddelde studentenkamer kost dit jaar voor het eerst meer dan 400 euro per maand, blijkt uit cijfers van Kamernet. Veel studenten laten hun favoriete studie zelfs schieten vanwege een gebrek aan (goedkope) kamers. Hoe kom je toch aan een dak boven je hoofd zonder dat je er krom voor hoeft te liggen?

Steeds kostbaarder.

Steeds kostbaarder.

ANP

De redactie van DFT Geld geeft zeven tips.

1. Neem de tijd

In augustus, september en oktober zoekt iederéén een kamer in zijn nieuwe studiestad. Dan krijg je dus hospiteeravonden met 28 gegadigden voor negen vierkante meter, en moet je wel heel veel mazzel (en een te gekke uitstraling) hebben om die ruimte te bemachtigen. Voor de hoofdprijs, vermoedelijk.

Niet iedereen kan het zich permitteren, maar áls het kan, wacht dan tot de grootste kamergekte voorbij is. Ook dan zijn er nog genoeg pareltjes te vinden, bijvoorbeeld van mensen die in februari in een andere stad gaan studeren en hun kamer achterlaten. Bovendien heb je in die maanden tijd om je medestudenten te leren kennen. Ook die kunnen je helpen bij het vinden van goed onderdak.

2. Wees op tijd

Het klinkt tegenstrijdig, maar behalve wat langer wachten kan het ook lonen om juist heel vroeg op kamerjacht te gaan. Elke stad heeft immers wel een studentenhuisvestingsbureau: de SSH in Utrecht, DUWO in onder meer Leiden, Delft, Wageningen en Amsterdam, en ga zo maar door.

Die bureaus verdelen ten minste een deel van hun aanbod op basis van inschrijftijd: hoe langer geleden je jezelf aangemeld hebt, hoe sneller je aan een kamer komt. Weet je dus nu al dat je volgend jaar in Delft gaat studeren? Schrijf je vast in, dan sta je vooraan in de rij op het moment dat je ook echt wilt verhuizen. Inschrijven bij een normale woningcorporatie, bijvoorbeeld via Woningnet, is trouwens ook geen overbodige luxe. Daarmee voorkom je namelijk dat je na je studentenkamer geen ’echte’ woning kunt krijgen.

3. Antikraak

Veruit de goedkoopste manier om iets te huren is antikraak. In ruil voor een vaak belachelijk lage huur ben je een tijdje de ’oppas’ in een verlaten school of ziekenhuis. Veel vloeroppervlak voor weinig geld dus. De adder onder het gras is dat tijdelijke aspect: je woont antikraak totdat het gebouw dat je bezet houdt een definitieve bewoner krijgt, of tegen de vlakte gaat. De verhuurder moet uiterlijk vier weken daarvoor laten weten dat je huurperiode erop zit.

4. Praat met je ouders

Opnieuw een tip voor mensen die over een jaar of nog langer pas gaan studeren: misschien willen je ouders tegelijk met de start van jouw studie wel in vastgoed gaan investeren. Veel ouders met een beetje geld op de plank – ondernemers bijvoorbeeld, maar ook mensen die een erfenisje hebben of hun hypotheek hebben afbetaald – kopen een appartementje of studentenhuis voor hun zoon of dochter zodra die het huis uit gaat.

Geen domme investering: huisbazen, ook jouw ouders, houden na aftrek van eventuele hypotheeklasten en onderhoudskosten nog een mooi appeltje voor de dorst over. En blijft de woningmarkt nog een paar jaar meezitten, dan kunnen ze de studentwoning misschien zelfs met winst verkopen. En jij woont gratis of voor een vriendenprijsje.

Eén ding om rekening mee te houden: overvraag je ouders niet, ook niet als ze niet willen kopen maar bijvoorbeeld wel je huur willen betalen. Zij hebben hun eigen uitgaven, en voorzien misschien wel zorgkosten over een paar jaar, en het is niet de bedoeling dat zij aan de bedelstaf raken door jouw studentenleven.

5. Niet in de stad, wel op jezelf

Als je studentenstad onbereikbaar wordt, kun je misschien toch op kamers in andere steden. Amersfoort geldt al jaren als ’overloopgebied’ voor Utrecht, en nu komen er zelfs verhalen op van Amsterdamse studenten die daar onderdak zoeken.

En waarom ook niet? De prijzen in de traditionele studentensteden rijzen de pan uit, zoals hieronder te zien is. Amersfoort is nog relatief goedkoop, en Utrecht en het Amsterdamse Amstelstation (met de Hogeschool van Amsterdam) zijn dichtbij. En ook daar geldt: als je eenmaal uit huis bent, en een netwerk van medestudenten opbouwt, kun je altijd verhuizen.

Grafiek met kamerprijzen niet (goed) te zien? Klik dan hier.

6. Huurtoeslag

Kun je aan een iets duurdere zelfstandige woonruimte komen, in plaats van een studentenkamer? Dan is het misschien toch een goed idee om daarvoor te gaan, omdat je in aanmerking komt voor huurtoeslag. Netto komt zo’n appartement mogelijk zelfs goedkoper uit dan een kamer zonder huurtoeslag.

7. Neem de tijd (2)

Als iets te mooi klinkt om waar te zijn, dan is het dat vaak ook. Zorg dat alle kosten duidelijk op een rijtje staan voordat je het huurcontract tekent: hoe hoog is de borg, zijn er nog tekenkosten, wat betaal je aan gas, water en licht? Vertrouw je het niet, googel dan de naam van je toekomstige huisbaas, en kijk of die misschien als malafide te boek staat. Die riante kamer voor een klein prijsje heeft soms een reusachtige adder onder het gras.

DFT Geld besteedt deze week extra aandacht aan de financiële kant van het studentenleven. Met adviezen van onder meer Ticketswap-oprichter Hans Ober en onderwijs-minister Ingrid van Engelshoven. Dagelijks iets voor twaalven op dftgeld.nl.