Financieel/Geld

Column: Hoe zit het met pensioen na de scheiding?

ROBERT HOETINK

Het aantal echtscheidingen kent een piek na de zomervakantie. Blijkbaar is dan de definitieve keus om uit elkaar te gaan onomkeerbaar. Wat zijn dan de gevolgen en aandachtspunten voor het pensioen bij een echtscheiding?

ROBERT HOETINK

De hoofdregel bij een echtscheiding is dat het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd wordt verdeeld. Bij tweeverdieners betekent dit dat ’over en weer’ verevend moet worden. Vaak heeft een van de partners (aanzienlijk) meer pensioen opgebouwd. De keus kan dan zijn dat de ene partner het volledige eigen pensioen houdt en een aanvullend deel van de andere partner krijgt.

Deze zogenaamde ’verevening’ is voorwaardelijk. Als de vereveningsgerechtigde partner, dus de partner die een deel van de ander krijgt, overlijdt, ’groeit’ het deel weer aan bij de andere partner, van wie het pensioen eigenlijk was. Als de partner van wie het pensioen was overlijdt, krijgt de ex-partner vaak een partnerpensioen.

Het partnerpensioen

Het partnerpensioen komt wel volledig toe aan de, dan ex-partner, dus ook het deel dat is opgebouwd voor het huwelijk.

Vaak is er tegenwoordig echter een partnerpensioen op risico-basis. Dat betekent dat er alleen een partnerpensioen is zolang ze getrouwd zijn. Als ze dus gaan scheiden dan vervalt het partnerpensioen en blijft er alleen te verdelen ouderdomspensioen over.

Tot slot, de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (VPS) geldt alleen voor gehuwde en geregistreerde partner, niet voor samenwonenden. Zij kunnen overigens wel afspreken de wet ook toe te passen.

Conversie

In plaats van een voorwaardelijke verevening kan er ook – beter? – gekozen worden voor conversie. Dat betekent dat het deel dat de ex-partner krijgt, wordt omgezet in een eigen pensioen. Het voordeel is dat beide partners dan definitief van elkaar ’af’ zijn. En ook niet meer afhankelijk van elkaars pensioendatum, doorwerken en andere keuzes met betrekking tot het pensioen.

Het is de bedoeling dat per 2020 de wet wordt aangepast. Conversie zal dan leidend zijn en uitsluitend als een van de partners dat niet wil kunnen ze afspreken dat niet te doen, al dan niet door tussenkomst van de rechter. Beide partners hebben dan alleen nog ’hun eigen pensioenrechten’ en kunnen zelfstandig verder en keuzes maken.

Kleine en buitenlandse pensioenen

Per 2019 geldt ook de Wet ’kleine pensioenen’. Alle kleine pensioentjes kunnen dan bij elkaar geveegd worden. Als gevolg van een echtscheiding met conversie, kunnen beide partners dan ook het eigen extra pensioen toevoegen. Dat is wel zo makkelijk en overzichtelijk.

Ook in het buitenland opgebouwde pensioenen vallen normaal gesproken onder de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (VPS). Bepalend is het ’recht’ van het huwelijksgoederenregime waaronder men getrouwd is. Ook hiervoor geldt dat partijen kunnen afspreken dit (deels) buiten beschouwing te laten.

Uitbetaling

Tot slot is van belang dat de vereveningsgerechtigde partner, dus de partner die een deel van het pensioen krijgt van de andere partner, een rechtstreeks uitbetaling kan bewerkstellingen. Daartoe moet binnen twee jaar nadat de echtscheiding is ingeschreven middels een formulier de echtscheiding worden gemeld aan de pensioenuitvoerder. Dan wordt later het pensioen rechtstreeks uitgekeerd aan de vereveningsgerechtigde partner.

Als dat niet is gedaan, dan moet de ene partner het deel van de andere partner aan deze ’doorbetalen’. Fiscaal is het overigens altijd gewoon belast bij degenen die het ontvangt, ongeacht of het rechtstreeks wordt ontvangen van de pensioenuitvoerder of niet.

Breng het in kaart

Ondanks het feit dat de wet duidelijk en bepalend is, is het beter om eerst in kaart te brengen wat de ’standaard’ verevening betekent, en dan pas definitieve keuzes te maken. Met het oog op de echtscheiding, ofwel in het echtscheidingsconvenant, mogen partijen afwijkende afspraken maken. Deze hebben dan ook geen fiscale gevolgen. Partijen kunnen het pensioen dus precies zo ’verdelen’ zoals ze zelf willen. Komen ze er niet uit, dan is de wet bepalend. Eerst dus een goede inventarisatie en daarna de juiste keuzes maken is dus verstandiger dan ’klakkeloos’ de wet volgen.

Soms blijkt dat het pensioen als gevolg van een echtscheiding van voor de wet, die is van 1 mei 1995, nog niet is verdeeld. Goed om te weten dat een verdeling niet verjaart. Dus ook al is de echtscheiding van lang geleden, het pensioen moet/kan altijd alsnog worden verdeeld. Het is een zogeheten ’overgeslagen boedelgoed’ dat alsnog verdeeld kan worden, zelfs als het pensioen al (jaren) is ingegaan!