Nieuws/Financieel

Column: eindspel afschaffing dividendbelasting

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

DFT

Op dinsdag 18 september wordt de Miljoenennota 2019 gepresenteerd. Daarin zal zeker een mooi beeld worden geschetst van de sterke internationale economische positie van Nederland. Ons land behoort op dit moment tot de Europese kopgroep van landen met de sterkste economie en de beste economische prestaties.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

DFT

De groei ligt dit jaar met bijna 3% op een hoog niveau en we hebben een goed draaiend bedrijfsleven. De werkloosheid is met 320.000 personen (3,2%) historisch laag en het aantal openstaande vacatures ligt boven de 200.000.Voor de meeste mensen neemt de koopkracht toe en Nederland heeft geen overheidstekort meer maar een overschot. Ook de staatsschuld is fors afgenomen en op alle belangrijke wereldranglijsten staan we in de top tien. Onze stelsels voor zorg en sociale zekerheid behoren zelfs tot de beste van de wereld.

Zorgen over de toekomst

Maar zowel binnen politiek Den Haag als daarbuiten neemt de bezorgdheid toe over de vraag hoe we ook in de toekomst deze welvaart kunnen handhaven. De huidige welvarende positie en de mooie scores die Nederland op internationale ranglijsten behaalt, zijn vooral gerealiseerd met het beleid en de economische programma’s van de afgelopen decennia. Dit beleid raakt uitgewerkt en is niet toegesneden op de nieuwe economie (4.0) die gekenmerkt wordt door digitalisering, nieuwe technologieën, zoals onder meer kunstmatige intelligentie, robots, het internet of things en klimaatverandering.

Dividendbelasting

Een goed voorbeeld is de discussie over de dividendbelasting waar de oude economie botst met de nieuwe economie. Premier Rutte verdedigt de afschaffing met het argument dat multinationals als Unilever en Shell van groot belang zijn voor onze werkgelegenheid en dat Nederland er alles aan moet doen om de bedrijven voor Nederland te behouden. Rutte heeft gelijk dat multinationals voor ons land belangrijk zijn. Ze hebben nog steeds veel werknemers in dienst maar scheppen ook werkgelegenheid bij het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast zorgen ze voor een internationale uitstraling van ons land, waardoor Nederland in staat is extra bedrijven uit het buitenland aan te trekken. Maar in een eerdere column hebben wij al uitgelegd dat de dividendbelasting in de internationale belastingpolitiek totaal onbelangrijk is. De afschaffing die jaarlijks circa €2 miljard kost, is gewoon een zinloze uitgave; weggegooid geld.

Feest voor de oppositie

Voor de oppositie in de Tweede Kamer biedt het afschaffingsvoorstel een droomscenario. Alle bewindslieden zullen tot het einde van Rutte III, bij elk debat, geconfronteerd worden met de verspilling van €2 miljard en hoe dit bedrag veel beter besteed kan worden. Ook in de publieke opinie, waar de steun voor dit voorstel is afgebrokkeld tot 16%, zal dit zeker niet vergeten worden. Daar komt nog bij dat het kabinet ook nog te maken krijgt met discussies over de vraag wie de rekening van deze afschaffing moet betalen. Dit wordt een feest voor de oppositiepartijen die zullen uitleggen dat burgers en andere bedrijven (direct of indirect) voor de rekening opdraaien.

Voor de oppositiepartijen zou de intrekking van het afschaffingsvoorstel een ramp zijn. Tot op heden hebben ze nog steeds geen werkbaar alternatief voor het beleid van Rutte III gepresenteerd. Ze volstaan vooral met het afkraken van de kabinetsvoorstellen. En als ze al met eigen voorstellen komen, dan is de kern bij de linkse oppositie altijd hogere belastingen voor burgers en bedrijven en een grotere overheid.

Dromen

Voor de regeringsfracties en vooral de VVD, zal bij alle verkiezingen de afschaffing van de dividendbelasting een blok aan het been zijn. We hebben nu al medelijden met alle campagnevoerders. Hoe dan ook, premier Rutte zelf, maar ook het kabinet Rutte III hebben er alle belang bij dat het afschaffingsvoorstel voorstel van tafel gaat. In een eerdere column gaven we aan dat de Eerste Kamer deze rol zou kunnen vervullen. We gaan er vanuit dat er verschillende senatoren van de regeringscoalitie zijn die er nu al van dromen om de afschaffing te torpederen: nationale bekendheid, een heldenstatus, eeuwige roem en een plaats in de geschiedenis boekjes. Een andere oplossing is dat VNO-NCW met een fiscaal reddingsplan komt waaraan Unilever en Shell hun fiat geven. Beide bedrijven merken nu al dat ze een behoorlijke imagoschade oplopen.

Multinationals krimpen

Daarnaast moet Nederland er rekening meehouden dat het aantal banen bij multinationals nog steeds afneemt. Eind jaren negentig waren het nog banenreuzen, maar door ontslagrondes en verplaatsingen van werk naar het buitenland zijn er bij deze concerns vele tienduizenden banen verloren gegaan. Toen werkte er bij Unilever in Nederland ongeveer 10.000 mensen en nu slechts rond de 3000.

In de 4.0-economie zal niet alleen de werkgelegenheid bij deze multinationals verder afnemen, maar ook het belang voor de Nederlandse economie. Dat geldt veelal ook voor andere grote bedrijven uit de oude 3.0-economie. Ook de vroeger invloedrijke bankensector in ons land blijft krimpen en van de oude economische machtspositie is weinig meer over. Digitale concurrenten spelen internationaal nu de hoofdrol.

Toekomst

Ons land heeft voor de toekomst vooral behoefte aan ondernemingen die internationale koplopers zijn op het terrein van digitalisering, nieuwe technologieën en klimaatverandering. Rutte III moet daarop gaan inspelen. Dit kabinet moet de held worden van de banenmotor van onze economie en dat is vooral de zogenoemde smart industry in het mkb. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland kleine ondernemingen per saldo de meeste banen scheppen. Bedrijven met minder dan 50 werknemers spelen daarbij een hoofdrol. Starters en vooral scale-ups zijn belangrijk Deze bedrijfjes worden in Nederland wel aangeduid als Bambi’s en Gazellen.

Een scale-up is een snelgroeiende onderneming met minstens tien medewerkers die gedurende een driejarige periode met minstens 20% per jaar groeit. Rutte III moet op alle relevante terreinen een beleid ontwikkelen waarmee digitalisering en nieuwe technologieën in het mkb worden bevorderd en met name tech start-ups en scale-ups worden gestimuleerd. Dat vraagt in ieder geval om lagere werkgeverslasten, eenvoudige fiscale regels (dat kan met digitalisering), snellere vergunningen, regelvrije zones rond hbo’s en universiteiten, vormen van groeifinanciering en vooral 4.0-onderwijs.