Nieuws/Financieel

Column: Olie afrekenen in euro’s? Liever niet!

EPA

De State of the Union van EC-voorzitter Jean-Claude Juncker had amper marktimpact, maar was wel degelijk interessant. De euro moet volgens Juncker namelijk een wereldreservemunt worden. Het is volgens hem heel vreemd dat de import van grondstoffen zoals olie standaard in dollars wordt afgerekend, zeker wanneer de kopende en verkopende partijen beiden uit niet-dollarlanden komen.

EPA

Op zich is dat een terechte zorg, zeker in het licht van het America First-beleid van president Trump. America First betekent namelijk ook dat de EU niet meer aan de zijlijn kan toekijken. Daarom is het goed dat de Europese Commissie in elk geval nadenkt over de rol van de euro. Maar het is natuurlijk veel te simpel om te stellen dat de euro per decreet een wereldreservemunt kan worden. De marktpartijen moeten de munt ook willen en kunnen aanhouden. En dan wordt het een bijzonder moeilijk verhaal.

Willen beleggers wel euro’s aanhouden?

Het willen is nog altijd erg twijfelachtig. De euro wordt op de wereldwijde financiële markten niet als veilig beschouwd en mist daarmee de status die de dollar wel heeft. Het ontbreekt de munt vooral aan steun vanuit een institutioneel perspectief. De monetaire unie is verre van af en structureel zwak. Om overigens uiterst begrijpelijke redenen zijn de lidstaten niet bereid om overkoepelende eurobonds uit te geven en garant te staan voor elkaars schulden. Ook is er geen centrale bank die onvoorwaardelijk achter alle nationale overheden staat. Er is nu dus nauwelijks een markt voor veilige Europese obligaties en er blijft sprake van zowel krediet- als redenominatierisico’s. Pas wanneer er een echt grote en liquide markt voor veilige eurobonds ontstaat, kunnen deze de Amerikaanse Treasuries naar de kroon steken.

Kunnen beleggers wel euro’s aanhouden?

Daarnaast speelt het kunnen een mogelijk grotere rol. De Europese obligaties moeten in grote hoeveelheden beschikbaar zijn voor buitenlandse partijen. De internationalisatie van de dollar is namelijk hand in hand gegaan met de grote tekorten die de Amerikaanse economie al jarenlang draait. De structurele begrotingstekorten garanderen een continue aanvoer van nieuwe staatsobligaties, terwijl de tekorten op de handelsbalans er voor zorgen dat de rest van de wereld deze obligaties ook daadwerkelijk kan kopen. Of andersom: doordat de rest van de wereld graag dollars als reserve aanhoudt, worden de Verenigde Staten geacht om structureel tekorten te draaien.

De steeds verder toenemende vraag naar dollarreserves zal de Verenigde Staten blijven dwingen om nog meer schuld te creëren en/of om nog meer te importeren dan te exporteren. Er is voor de Verenigde Staten dus een trade-off tussen enerzijds het hebben van de wereldreservemunt en anderzijds stabiliteit op de overheids- en de handelsbalans. Dit wordt ook wel het Triffin-dilemma genoemd: je kan het niet allebei hebben.

Een illusie

Als Europa de rol van de Verenigde Staten wil overnemen, moeten ze in Brussel dus ook accepteren dat er ‘Amerikaans beleid’ gevoerd moet worden. Het is onmogelijk om de euro als wereldreservemunt te willen en tegelijkertijd met ‘Duits beleid’ te hameren op calvinistisch spaargedrag, begrotingsdiscipline en handelsoverschotten. Maar dat Duitse beleid is juist essentieel om ervoor te zorgen dat landen als Italië en Griekenland binnen de Europese lijntjes blijven kleuren, zeker wanneer er wel een situatie ontstaat dat lidstaten garant staan voor elkaars schulden. Het Triffin-dilemma geldt voor de euro dus nog veel sterker dan voor de dollar!

Voorlopig is de euro als wereldreservemunt dus een illusie en blijven we olie gewoon in dollars afrekenen. En laten we daar maar blij mee zijn ook.