2557207
Financieel

Column: Feestdag Rutte overschaduwd door minpunten

Prinsjesdag zal geen feestdag worden voor Rutte III. De ‘vreugde’ over de koopkrachtverbetering in 2019 van gemiddeld 1,5%, die het kabinet komende dinsdag officieel bekend zal maken, wordt overschaduwd door minpunten die veel aandacht trekken. Groen Links-voorman Jesse Klaver zal met zijn pleidooi voor een herwaardering van de publieke sector goed zal scoren.

Prinsjesdag

Dinsdag is het Prinsjesdag en presenteert premier Mark Rutte de eerste Miljoenennota van zijn derde kabinet. Alle signalen voor een mooie feestdag staan op groen. Rutte is premier van een land dat op dit moment tot de Europese kopgroep van landen behoort met de beste economische prestaties. Nederland heeft bovendien een goed draaiend bedrijfsleven, een lage werkloosheid en gezonde overheidsfinanciën. Daarnaast kan de premier er een beetje trots op zijn dat ons landje op alle belangrijke wereldranglijsten in de top tien staat. Belangrijk is ook dat Rutte III over een goed gevulde schatkist beschikt om leuke dingen voor de mensen te doen. Het toverwoord daarbij is meer koopkracht.

In de eerste twee kabinetten van Rutte kregen burgers en bedrijven vooral te maken met forse lastenverzwaringen en werden de meeste mensen geconfronteerd met minder koopkracht. Deze week werd al duidelijk dat Rutte III de komende dinsdag dit sombere verleden wil wegpoetsen met een koopkrachtfestival, waarbij de Nederlandse bevolking moeten gaan profiteren van de economische voorspoed in ons land. Volgens uitgelekte cijfers maakt het kabinet op Prinsjesdag bekend dat volgend jaar de koopkracht met gemiddeld 1,5% zal stijgen en dat bijna iedereen erop vooruit zal gaan. Uit de eerste reacties op deze cijfers kunnen we nu al afleiden dat we geen algemene feestvreugde mogen verwachten.

Kamerdebat

De oppositiepartijen in de Tweede Kamer zullen in het Kamerdebat over de Miljoenennota hameren op een ‘valse’ koopkrachtbelofte die niet zal uitkomen en het afdoen als een fooi. Ook zullen ze Mark Rutte voor de zoveelste keer doorzagen over zijn voorstel om de dividendbelasting te verlagen, waarmee ongeveer 2 miljard is gemoeid. De koopkrachtverbetering zal door deze en andere minpunten overschaduwd worden, zoals de forse verhoging van de ziektekostenpremie en knelpunten in de publieke sector. Van het bedrijfsleven mag het kabinet ook geen applaus verwachten. Ze zullen met cijfers schermen die laten zien dat de rekening van het koopkrachtfestival bij hen terechtkomt. En het midden en kleinbedrijf, de banenmotor van onze economie, mag terecht boos zijn op het feit dat Rutte III onvoldoende maatregelen treft om knelpunten weg te nemen en deze sector geen impuls weet te geven.

Premier Rutte

Premier Rutte

Grotere overheid

We verwachten dat Prinsjesdag 2018 ook het startoffensief wordt van de linkse oppositiepartijen voor een alternatief beleid. Vorige week heeft Jesse Klaver, fractieleider van GroenLinks en geestelijke vader van dit beleid, al geoefend met zijn achterban en daarmee heel knap volop de media gehaald. Met zijn eis van 2 miljard extra voor de publieke sector (ook wel aangeduid als de collectieve sector) is hij nu al uitgegroeid tot het boegbeeld van alle actiegroepen in deze sector (onderwijs, politie, zorg) die meer geld willen. Niet alleen bij deze groepen, maar ook breder gezien heeft Jesse een boodschap die vele aanspreekt. Hij meent dat er de afgelopen decennia te weinig in de publieke sector is geïnvesteerd en dat door bezuinigingen en marktwerking deze sector zou zijn uitgehold. Daardoor zouden werknemers zich in de steek gelaten voelen en niet gewaardeerd.

Daarom pleit Klaver voor extra middelen voor de publieke sector die besteed moeten worden aan loonsverhogingen en extra personeel. Inmiddels hebben tegenstanders al een waslijst van bezwaren aangevoerd. Daarbij staat centraal dat deze grotere overheid gefinancierd moet worden door hogere belastingen voor burgers en/of bedrijven, terwijl Nederland binnen de EU nu al behoort tot de landen met de hoogste lastendruk. Een verdere verhoging heeft negatieve effecten op de economische groei, koopkracht en werkgelegenheid. Daarnaast wordt er op gewezen dat Nederland nu al een collectieve sector heeft die boven het EU-gemiddelde ligt. Ook telt dat ons land tot de kopgroep van landen behoort met een hoge belastingdruk op burgers. Uit recente berekeningen, op basis van het regeerakkoord en extra rijksuitgaven voor onder meer defensie, onderwijs en zorg, blijkt bovendien dat onder Rutte III de omvang van de rijksoverheid zal toenemen; de groei van ons nationale inkomen gaat vooral naar de publieke sector.

Herwaardering

Ondanks deze reële bezwaren zou het jammer zijn als om die redenen deze discussie zou worden gesmoord. Er is juist alle aanleiding voor een herwaardering van de publieke sector, maar dan wel breder dan Klaver voorstelt. Wereldwijd krijgen overheden te maken met internationale internet- en techgiganten die nationale economieën steeds sterker op allerlei terreinen beïnvloeden, onder meer via het opbouwen van economische machtsposities, het ontwijken van belastingen en het schenden van privacyregels.

Daarnaast nemen de taken van overheden toe op het terrein van veiligheid, klimaat, toezicht, cybersecurity, maar ook bij de zorg, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. Een recent voorbeeld is het prima voorstel van Hans de Boer (VNO-NCW en Lilian Marijnissen (SP) om de afbouw van de sociale werkplaatsen te stoppen. Ze pleiten ervoor dat er in verschillende ‘arbeidsmarktregio’s’ een goed draaiende sociale werkplaats komt, die moet zorgen dat er voldoende beschut werk is. Rutte III kan geschiedenis schrijven door de herwaardering van de publieke sector hoog op de politieke agenda te zetten.