2587339
Financieel

Column: Nederland fantastisch, hoe lang nog?

In de Miljoenennota 2019 en de andere Prinsjesdagstukken wordt sterk benadrukt dat Nederland een fantastisch land is. Als we afgaan op de feiten en macro-economische cijfers, dan kan dit niet worden ontkend.

Binnen de EU zit ons land in de kopgroep van landen met de beste economische prestaties. We hebben een lage werkloosheid, gezonde overheidsfinanciën en staan op alle belangrijke wereldranglijsten in de top tien.

Volgens recent onderzoek behoort Nederland bovendien tot de welvarendste landen van de wereld en hebben we een gelukkige bevolking. De afgelopen week heeft premier Mark Rutte tijdens het Prinsjesdagdebat in de Tweede Kamer er alles aan gedaan om die dit mooie beeld voor het voetlicht te brengen.

Daartegenover zagen we oppositiepartijen die hun best deden om Nederland af te schilderen als een land waarmee het niet goed gaat en waar de knel- en minpunten overheersen.

Vooral het voorstel om de dividendbelasting af te schaffen lag onder vuur en de linkse partijen vielen vooral op door hun pleidooi voor een betere en grotere publieke sector.

Ze menen dat er de afgelopen decennia te weinig in de publieke sector (ook wel collectieve sector genoemd) is geïnvesteerd en dat door bezuinigingen en marktwerking deze sector zou zijn uitgehold. Volgens links zou Rutte III daarom miljarden extra moeten investeren in het onderwijs, de zorg, de veiligheid en het overheidsbestuur.

Herwaardering publieke sector

Door de regeringsfracties en premier Rutte is het pleidooi van links met de grond gelijk gemaakt. Dat ging snel en eenvoudig met een verwijzing naar de feiten en cijfers. Uit recente berekeningen, op basis van het regeerakkoord en extra rijksuitgaven voor onder meer defensie, onderwijs en zorg, blijkt dat onder het kabinet-Rutte III de omvang van de rijksoverheid fors zal toenemen.

Het valt wel op dat de dekking van deze uitgaven niet solide is en voor een deel wordt betaald uit tijdelijke inkomsten. De cijfers laten bovendien zien dat groei van ons nationale inkomen vooral naar de publieke sector gaat. Bij zijn eigen achterban zal Mark Rutte hier vast niet mee scoren, want Rutte III overtreft met zijn beleid de linkse verkiezingsprogramma’s. Tijdens het debat leidde dit vooral bij de SP tot stilzwijgen.

We schreven al eerder dat er andere redenen zijn om de publieke sector onder de loep te nemen en te komen tot een herwaardering. Het komende decennium zal de ‘oude’ economische wereld, aangeduid als economie 3.0, spectaculair gaan veranderen. In de huidige situatie speelt de fysieke economie nog een belangrijke rol, maar de transformatie naar de nieuwe economie, 4.0 genoemd, gaat snel. Deze wereld wordt vooral gekenmerkt door een revolutionaire mix van drie kernontwikkelingen die elkaar over en weer beïnvloeden.

Het gaat daarbij om:

1. Een snelle digitalisering van productie- en bedrijfsprocessen.

2. De opmars van innovatieve technologieën, zoals kunstmatige intelligentie (AI), het Internet of Things en robottechnologie.

3. De gevolgen van het wereldwijde klimaatbeleid.

Internet- en techgiganten nemen Nederland over

Daarnaast wordt 4.0 beïnvloed door een sterke wereldwijde concurrentie tussen landen waarbij protectie, het beschermen van het eigen bedrijfsleven, aan het toenemen is. Deze ontwikkeling heeft onder aanvoering van de Amerikaanse president Donald Trump al tot handelsoorlogen geleid. Internationale denktanks, zoals het IMF en de OESO, hebben gewaarschuwd dat protectie en handelsoorlogen de groei van de wereldeconomie zullen afremmen en in de meeste landen, waaronder Nederland, tot een aantasting van de welvaart kunnen leiden.

De praktijk laat ook zien dat niet alleen de Nederlandse overheid, maar ook delen van ons bedrijfsleven niet meer zijn opgewassen tegen de Amerikaanse internet- en techgiganten die onze economie steeds sterker op allerlei terreinen beïnvloeden, onder meer via het opbouwen van economische machtsposities, het ontwijken van belastingen en het schenden van privacyregels. Bovendien zullen in de 4.0-wereld de taken van overheden toenemen op het terrein van veiligheid, klimaat, toezicht, cybersecurity, maar ook bij de zorg, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt.

Wereld wordt op zijn kop

De hierboven genoemde ontwikkelingen zullen de wereld op zijn kop zetten, zowel maatschappelijk als economisch. Op alle mogelijke beleidsterreinen is er sprake van ingrijpende gevolgen die met een ongekende snelheid plaatsvinden. Bedrijven die onvoldoende inspelen op 4.0 gaan ten onder; ze missen de boot. Dit geldt ook voor werknemers die blijven hangen in 3.0 in plaats van kennis en vaardigheden op te doen die nodig zijn voor de banen in de nieuwe economie. Voor landen geldt hetzelfde. Ze tellen wereldwijd alleen nog mee als ze tot de koplopers behoren op de drie kernterreinen van 4.0.

Op dit moment bestaat er in Nederland nog weinig aandacht voor de mogelijke gevolgen van 4.0 en de signalen voor een nieuwe mondiale crisis, zoals hoog oplopende schulden, handelsoorlogen, valutaproblemen, Brexit, onenigheid binnen de EU en renteverhogingen. Het Centraal Planbureau heeft terecht gewaarschuwd voor het feit dat het kabinet onvoldoende buffers heeft gereserveerd om een dergelijke klap op te vangen.

Nieuw beleid nodig

In politiek Den Haag staat 4.0 nog niet hoog op de agenda en voor de meeste ondernemingen is het nog een ver-van-mijn bed show. Ze zijn vooral bezig met bedrijfsactiviteiten die goede resultaten laten zien voor de korte termijn. Op zich is dit begrijpelijk. Zeker als je kijkt naar het zonnige economische beeld van 2018 en de korte termijnverwachtingen.

Maar voor de langere termijn moeten we ons nu al voorbereiden op nieuwe ontwikkelingen, trends en de revolutie van 4.0. Het valt op dat de Nederlandse overheid, maar ook veel bedrijven daarmee nog geen haast maken. Dat is wel nodig.

Het huidige mooie beeld van onze economie, werkgelegenheid en welvaart is de afgelopen decennia opgebouwd met overheids- en polderbeleid en economische programma’s. Dit oude beleid is inmiddels uitgewerkt en vraagt om nieuw beleid gericht op de wereld van 4.0. en daarin is ook een herwaardering van de publieke sector nodig.

Het is jammer dat Rutte III zijn eerste miljoenennota niet heeft benut om daarmee van start te gaan.