Nieuws/Financieel

Column: Oorlog om het beste vestigingsklimaat

Premie Rutte heeft gelijk: een goed vestigingsklimaat is belangrijk voor Nederland. Maar daarbij moet hij naar andere zaken kijken dan fiscale maatregelen zoals de dividendbelasting, betogen oud-bewindslieden Rick van der Ploeg en Willem Vermeend.

Internationaal wordt het vestigingsklimaat wel omschreven als de mate waarin een land, regio of plaats aantrekkelijk is om zich daar als bedrijf of persoon te vestigen. Bij deze aantrekkelijkheid gaat het om een groot aantal factoren die door bedrijven en personen, afhankelijk van het belang dat daaraan wordt toegekend, verschillend worden gewogen.

Stabiliteit

Voor internationale bedrijven gaat het in het algemeen om het volgende. De geografische ligging, de politieke stabiliteit, het onderwijs- en opleidingsniveau van de bevolking, de loonkosten, de concurrentiekracht, de arbeidsmarkt, onderwijs, sociale en culturele voorzieningen, het zorgstelsel, het belastingstelsel maar ook de aanwezigheid van bekende multinationals. Binnen de Europese Unie is voor bedrijven ook van belang of een land deel uitmaakt van de eurozone.

Deze week publiceerde de internationale denktank World Economic Forum (WEF) de wereld concurrentie-index 2018. Het is een mondiale ranglijst van de meest concurrerende economieën die voor veel regeringen en bedrijven een belangrijke graadmeter is voor het vestigingsklimaat. De Verenigde Staten staan op de eerste plaats, gevolgd door Singapore en Duitsland. Nederland staat op plek 6 en stond vorig jaar nog op 4.

Digitalisering

Deze daling heeft mede te maken met een nieuwe berekeningsmethode die inspeelt op de nieuwe (digitale) economie, aangeduid als 4.0. Landen die voorop lopen op het terrein van digitalisering, het gebruik van nieuwe technologieën, innovaties en onderzoek en ontwikkeling krijgen meer punten. Nederland begint hier achterop te raken en blijft nog te veel hangen in de ’oude’ economie 3.0.

Vooral de afgelopen jaren is het maatschappelijke en economische belang van de vestigingsplaats toegenomen. Wereldwijd is er sprake van een internationale concurrentiestrijd tussen landen om interessante bedrijven aan te trekken en te behouden. In toenemende mate zien we ook een strijd om talentvolle jongeren, vooral op het terrein van het internet en tech.

Aanbieding

Deze ’oorlog’ neemt nog toe door de opmars van digitalisering waardoor ondernemingen steeds minder aan een bepaalde locatie zijn gebonden. Ze zetten alle voor- en nadelen van een vestigingsplaats op een rijtje en kiezen voor de beste aanbieding. Landen die een lage winstbelasting kennen, maar ook een lage belastingdruk voor het personeel hebben hier een voordeel.

Bij deze concurrentiestrijd om bedrijven gaat het eigenlijk om zoveel mogelijk werkgelegenheid. Landen hebben ondernemers nodig om banen te scheppen. Ook binnen de EU halen regeringen alles uit de kast. Naast lage belastingtarieven voor bedrijven en burgers, bieden ze ondernemers meestal een reeks van andere voordelen aan, zoals lage arbeidskosten, lage sociale premies, goedkope bedrijfsgronden, lage energielasten, een flexibele arbeidsmarkt, speciale (fiscale) regelingen voor de topmanagers, lage administratieve lasten en snelle vergunningen.

Bezwaren

Aan deze strijd kleven bezwaren. Landen worden tegen elkaar uitgespeeld en ondernemingen zitten voor een dubbeltje op de eerste rang. Dit kan bovendien leiden tot een ongezonde machtspositie, waarbij deze bedrijven politieke invloed kunnen uitoefenen. Op internationaal niveau zijn er zonder succes verschillende pogingen gedaan om deze strijd in te dammen.

Daarom moeten landen, waaronder Nederland, er rekening meehouden dat deze ’oorlog’ in de wereld van 4.0, zal doorgaan en waarschijnlijk in heftigheid nog zal toenemen. De Britse premier May heeft al aangekondigd dat het Verenigd Koninkrijk bij een harde Brexit de wereld zal veroveren met het beste vestigingsklimaat. In de Britse pers is al een winstbelastingtarief genoemd van 10%.

Dividendbelasting

Premier Rutte heeft in de debatten met de Tweede Kamer over de dividendbelasting zeer terecht het grote belang onderstreept van een goed vestigingsklimaat voor Nederland. Maar daarbij is hij voorbij gegaan aan de actuele ontwikkelingen op dit vlak. We zien dat internationale bedrijven, naast de hierboven genoemde vestigingsfactoren, meer nadruk gaan leggen op landen die voorop lopen in de wereld van 4.0, zoals dat ook wordt weerspiegeld in de nieuwste WEF-ranglijst.

Om voorop te lopen moeten landen beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel, vooral op het terrein van digitalisering, kunstmatige intelligentie, het internet of things, klimaat cleantech, big data, robottechnologie, 3D-printen, nano- en biotechnologie. Nederland geeft veel te weinig uit aan onderzoek en ontwikkeling op dit vlak en veel onderwijsinstellingen leiden nog op voor 3.0 in plaats voor 4.0. Zonder een inhaalrace zullen we aan concurrentiekracht verliezen.

Trends

Internationaal gezien moet Nederland daarnaast rekening houden met drie trends: lagere werkgeverslasten, winstbelastingen die komen te liggen tussen 10%-20% en toptarieven in de inkomstenbelasting 40% of lager.

Mede onder invloed van schandalen in de bankensector in ons land is het imago van grote bedrijven, met name multinationals, zowel in politiek Den Haag als in de publieke opinie verslechterd. Ook speelt een rol dat deze ondernemingen beschuldigd worden van belastingontwijking. Daardoor is in sommige kringen het sentiment ontstaan dat ons land ’afscheid’ zou moeten nemen van deze bedrijven. Gemakshalve wordt daarbij niet gekeken naar de desastreuze gevolgen. Wie die kent zal juist proberen deze bedrijven voor Nederland te behouden.

Werkgelegenheid

Multinationals zijn volgens CBS-cijfers goed voor 30% van onze economie. Van dit percentage is het aandeel van buitenlandse ondernemingen 18% en Nederlandse concerns 12%. Daarnaast dragen ze zorg voor 22% van de werkgelegenheid in ons land. Zonder de multinationals zal onze internationale concurrentiepositie sterk verzwakken, vooral omdat ze veel middelen besteden aan innovatie, onderzoek en ontwikkeling.

Ze spelen daarnaast een hoofdrol bij de export naar het buitenland en betalen 41% van de totale Nederlandse uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. Bovendien zijn veel bedrijven in het mkb voor hun omzet mede afhankelijk van multinationals.

Uitstraling

Wij wijzen er wel op dat de economische betekenis van de ’oude’ multinationals uit de wereld van 3.0 aan het afnemen is. Dat zien we terug op internationale beurzen die worden gedomineerd door Amerikaans internet- en techreuzen, maar ’oud’ draagt nog steeds bij aan de internationale uitstraling van een land. En dit is een belangrijk pluspunt voor het bedrijfsvestigingsklimaat.

Voor onze toekomst zal bij dit klimaat de nadruk moeten liggen op digitalisering, de inzet van nieuwe technologieën, onderwijs en onderzoek en ontwikkeling.