Financieel/Geld

Column: Geen pensioenplafond bij transitievergoeding

Redelijkheid en billijkheid spelen een rol bij het toekennen van een transitievergoeding.

Redelijkheid en billijkheid spelen een rol bij het toekennen van een transitievergoeding.

Roel Dijkstra

Het is al vaker aan de orde geweest: het pensioenplafond. Oudere werknemers die kort voor hun pensioen staan zouden mogelijk geen of een lager recht hebben op een transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. In eerdere jurisprudentie is een dergelijke situatie al eens aan de orde geweest als het ging om vergoedingen op grond van een Sociaal Plan. Leeftijdsdiscriminatie loert al snel om de hoek. Onlangs heeft de Hoge Raad zich uitgelaten in een zaak over de transitievergoeding. Wat speelde er?

Redelijkheid en billijkheid spelen een rol bij het toekennen van een transitievergoeding.

Redelijkheid en billijkheid spelen een rol bij het toekennen van een transitievergoeding.

Roel Dijkstra

Werknemer is in 1978 in dienst getreden bij werkgever. De werknemer is op enig moment deels arbeidsongeschikt geraakt en dat ook gebleven, zodat hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. Na ruim 2 jaar ziekte heeft de werkgever een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, welke is toegekend, waarna de arbeidsovereenkomst werd opgezegd. Dit gebeurde in 2016. De werknemer heeft in de loop van 2018 de AOW-leeftijd bereikt.

De werknemer heeft in eerste aanleg verzocht hem een transitievergoeding toe te kennen van €73.541,42 bruto. De kantonrechter heeft een transitievergoeding toegekend van €25.000,- bruto, vanwege het feit dat werknemer kort na ontslag AOW zou gaan ontvangen. Het hof heeft dit oordeel van de kantonrechter vernietigd en alsnog de volledige transitievergoeding toegekend. Volgens de werkgever had het hof de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid in acht moeten nemen, waardoor de nu toegekende transitievergoeding de ’schade’ tot aan pensioen overstijgt.

De Hoge Raad is van oordeel, dat er geen pensioenplafond bij een transitievergoeding op grond van de redelijkheid en billijkheid kan zijn. De regeling van de transitievergoeding is immers dwingend-rechtelijk van aard. Uit de wet vloeit vervolgens een stelsel voort, waarin de voorwaarden voor het recht op een transitievergoeding en de regels voor de berekening van de hoogte daarvan, nauwkeurig zijn omschreven.

Objectief karakter

Het objectieve karakter van de regeling van de transitievergoeding komt onder meer tot uiting, zodat voor de aanspraak niet van belang is of de werknemer na het eindigen van de arbeidsovereenkomst werkloos is, dan wel aansluitend een andere baan heeft gevonden. Dit had de Hoge Raad ook al eerder geoordeeld. Ook werknemers van wie de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd wegens twee jaren van ziekte hebben zo bijvoorbeeld ook recht op een transitievergoeding.

Bij de totstandkoming van de wet ten aanzien van de transitievergoeding is er nagedacht over de situatie dat de transitievergoeding ertoe kan leiden dat een werknemer die kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding, die zelfs hoger is dan het loon dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij in dienst zou zijn gebleven.

Vóór invoering van de Wet Werk en Zekerheid had een werknemer recht op een ontbindingsvergoeding, waarin een aantal elementen speelden. Die werden vaak aangepast aan het feit dat het pensioen aanstaande was. Dat stond in de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters. Een dergelijke afbouwregeling was voor de transitievergoeding klaarblijkelijk niet gewenst.

Redelijk en billijk

De Hoge Raad zegt echter ten aanzien van deze werknemer, dat het hof terecht de redelijkheid en billijkheid wel een rol heeft laten spelen als gaat om de vraag of toekenning van een (volledige) transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof heeft vervolgens terecht geoordeeld dat deze beoordeling afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Zo heeft het hof geoordeeld dat, een volledige transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in deze kwestie aanvaardbaar was.

De werknemer kreeg dus alsnog gelijk, ook van de Hoge Raad. Maar dit is wel afhankelijk van de omstandigheden in een specifiek geval, die de redelijkheid en billijkheid inkleuren. Ook een kwestie van ’goed procederen’ dus!

Mw. mr. Henny van den Hurk (1966) is mede-oprichtster en partner van Gommer & Partners Pensioen Advocaten in Tilburg. Gommer & Partners houdt zich bezig met alle facetten van het pensioenrecht voor alle professionele partijen in de markt.