Nieuws/Financieel

Column: Lastendruk wordt een kernprobleem van Nederland

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

TLG

Eurostat, het statistisch bureau van de EU, publiceerde deze week de meest recente schattingen over de economische groei (bbp) in de eurozone. De uitkomst heeft bij beleidsmakers in veel eurolanden tot somberheid geleid: het afgelopen derde kwartaal was de groei met 0,2% ten opzichte van het tweede kwartaal zeer mager.

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

TLG

Bovendien zijn er geen signalen die wijzen op een snelle en sterke opleving. In steeds meer eurolanden wordt rekening gehouden met een periode van lage groeicijfers en begint de discussie over maatregelen om de groei aan te zwengelen. Daarbij speelt de lastendruk op burgers en bedrijven een belangrijke rol. Een beproefd recept om de economie een oppepper te geven is het verlagen van belastingen en premies.

Italië

Euroland Italië dat kampt met een groei van nul procent, probeert zo de Europese Commissie te overtuigen van de noodzaak om miljarden aan extra uitgaven te doen. Deze uitgaven bestaan voor een groot deel uit een forse belastingverlaging voor burgers en leiden ertoe dat het begrotingstekort en de staatsschuld fors gaan oplopen. Daarom heeft de Commissie deze voorstellen, die in strijd zijn met de Europese begrotingsregels, inmiddels naar de prullenbak verwezen. Maar Italië lijkt niet onder de indruk. De Italianen gaan er vanuit dat binnenkort ook andere EU-landen met een lage groei bij Brussel aankloppen met belastingverlagingen die niet passen binnen EU-regels. Die kans is inderdaad reëel.

Lastendruk

In steeds meer Europese landen staat de lastendruk van belastingen en premies hoog op de politieke agenda. Dat heeft zowel te maken met de internationale concurrentie tussen landen, maar ook met lagere economische groeicijfers. Daarnaast heeft de Amerikaanse president, Donald Trump, Europa wakker geschud met een historische belastingverlaging voor burgers en bedrijven. Ook tegenstanders erkennen inmiddels dat Trump daarmee in eerste instantie economische successen heeft geboekt.

Nederland behoort in de EU tot de landen met een hoge lastendruk; vooral op burgers. Deze hoogte heeft vooral te maken met de omvang van onze collectieve uitgaven, zoals de rijksuitgaven voor zorg, sociale zekerheid, onderwijs, veiligheid, defensie en het ambtenarenapparaat. In het politieke Haagse jargon wordt dit weergeven in de vorm van de zogenoemde collectieve lastendruk: het totaal dat we aan premies en belastingen aan de overheid afdragen als percentage van het bbp.

Volgens de prognose van het Centraal Plan Bureau zal deze druk in 2019 ruim 39 procent bedragen, het hoogste percentage sinds het begin van deze eeuw. Ondanks het feit dat de meeste politieke partijen in hun programma’s, vooral de afgelopen twintig jaar, een verlaging van de belasting op arbeid hebben opgenomen, zijn we steeds meer kwijt aan belastingen en premies.

Stoppen

Als we naar de toekomstige ontwikkelingen in Nederland kijken dan zullen politieke partijen moeten stoppen met het beloven van een lagere belasting- en premiedruk voor burgers. Dit geldt vooral voor partijen die voorstander zijn van een grotere publieke sector met hogere uitgaven voor zorg, sociale zekerheid, ambtenaren en klimaatbeleid. Deze voorstanders zijn alleen geloofwaardig als ze de burgers er eerlijk bij vertellen dat ze voor de grotere en betere overheid die zij willen, hogere belastingen en premies moeten gaan betalen, vooral voor de zorg, maar ook voor het klimaat. De kosten van dit laatste beleid kunnen oplopen tot 4 miljard per jaar. Deze uitgaven moeten worden opgebracht door burgers en bedrijven.

Zorguitgaven

Maar het echte hoofdpijndossier is de zorg. Zonder diep ingrijpende maatregelen zien we daar de volgende ontwikkeling. In de periode tot 2040 groeien de zorguitgaven met gemiddeld 2,9 procent per jaar. Daardoor verdubbelen zorguitgaven tot 174 miljard euro in 2040. Dit betekent dat de zorguitgaven per persoon stijgen van rond 5.000 euro nu naar 9.600 euro in 2040. Daarbij stijgen de uitgaven voor de ouderenzorg het snelst. Ongeveer twee derde van de toename in de totale zorguitgaven heeft te maken met nieuwe ontwikkelingen in medische technologie en welvaartstijging. Circa een derde hangt samen met vergrijzing en bevolkingsgroei.

Banenmotor

Verschillende politieke partijen, vooral op links, willen de extra kosten voor een grotere overheid en het klimaatbeleid neerleggen bij de werkgevers. Ondernemers zouden meer belastingen en premies moeten betalen. Dat kan, maar dan moet daarbij ook het eerlijke verhaal verteld worden dat veel mensen daardoor hun baan gaan verliezen en dat een aantal bedrijven Nederland zal verlaten. Door dit voorstel van links zullen vooral werkgevers in de mkb-sector, onze banenmotor, zwaarder belast worden. Hieronder hebben we een voorbeeld opgenomen hoe hoog de lastendruk op werkgevers nu al is.

Binnen de EU behoort Nederland tot de landen met een hoge lastendruk op arbeid. Deze heeft negatieve effecten op de groei van onze economie, werkgelegenheid en de koopkracht. Voor de doorsnee werknemer geldt de volgende vuistregel. Van het bruto-maandloon blijft er na aftrek van belastingen en premies netto circa 70% over, terwijl de werkgever over het brutoloon ongeveer 30% aan werkgeverslasten moet afdragen. Bij een maandloon van 3.000 euro bruto zien we dan het volgende beeld. Voor de werkgever gaat het om een totaal bedrag aan maandelijkse loonkosten van 3.900 euro die bij de werknemer leidt tot een netto maandloon van 2.100 euro. Dit gigantische verschil van 1.800 euro wordt de zogenoemde wig genoemd. Deze hoge wig leidt niet alleen tot minder werk in ons land, maar heeft ook tot gevolg dat veel werkgevers in het mkb kiezen voor flexibele arbeidskrachten. Van alle kanten wordt dan ook een verlaging van de wig bepleit.

Geen ruimte meer

Gezien ook de toekomstige economische ontwikkelingen zal politiek Den Haag moeten wennen aan het feit dat er in Nederland geen ruimte meer is voor extra lastenverzwaringen in de vorm van het verhogen van belastingen en premies op arbeid. Het beleid moet dan ook gericht zijn op verlagingen, maar gezien de huidige trends en vergrijzing, is de kans op verhogingen veel groter.