Nieuws/Financieel

Column: Stellen Italiaanse tatoeages gerust?

Persbureau van Eijndhoven

Je zou bijna denken dat de alomtegenwoordige vicepremier van Italië en voorman van de Lega, Matteo Salvini, in het land de dienst uitmaakt, maar dat is toch niet zo. Italiës grootste politieke partij is nog altijd de Vijf-Sterren-Beweging.

Persbureau van Eijndhoven

Zondag 4 november, niet toevallig een dag voor de vergadering van de Eurogroep, gaf hun voorman en ook vicepremier, de 32-jarige Luigi di Maio een interessant interview aan de Financial Times. Daarin kondigde hij onder meer aan dat zij zich zouden tatoeëren om de beleggersgemeenschap uit te leggen dat ze de eurozone niet wilden verlaten. Ik ben heel benieuwd hoe die tatoeage er uit gaat zien. Het lijkt me verder vooral een uitdaging aan cartoonisten (voor fraaie voorbeelden houd ik mij aanbevolen) en niet een, in de financiële wereld ongebruikelijke, garantie waar beleggers veel aan hebben.

Afhankelijkheid

Overigens klinkt beleggersgemeenschap („investment community”) heel beleefd. Beleefder althans dan Salvini’s „heren van het renteverschil” („Lords of the spread”), dat – toegegeven – weer beleefder klinkt dan de vroegere „aardmannetjes van Zurich” („gnomes of Zürich”). Het is altijd de schuld van (buitenlandse) speculanten! Beide zorgvuldig gekozen formuleringen suggereren dat Italiës leidende politici zich bewust zijn van hun afhankelijkheid van de welwillendheid van vreemden. Toch is het een gevaarlijke illusie van Maio te denken de risicopremie op Italiaanse staatsobligaties vanzelf daalt zodra beleggers zich realiseren dat Italië de euro nooit zal verlaten. Althans, dat laatste kan natuurlijk wel, maar dan moet de Italiaanse regering een radicaal ander beleid gaan voeren. En niet, bijvoorbeeld, de pensioenleeftijd van een niet eens zo hoge 62 jaar weer naar 60 te verlagen.

De strategie van de Italiaanse regering lijkt er nu op gericht om met een bestedingsimpuls de groei aan te zwengelen, daarmee eerdere afspraken met de Europese Unie schendend. Laatstgenoemde heeft weinig keus anders dan te proberen Italië op andere gedachten te brengen. Eerst door aanbevelingen te doen, later door een bescheiden boete op te leggen. De Italiaanse regering hoopt dat deze acties van Brussel zoveel verontwaardiging oproepen dat een populistische revolte bij de Europese verkiezingen eind mei 2019 ontstaat.

Problemen met strategie

Ik heb grote problemen deze strategie te begrijpen. Ten eerste is het maar de vraag of verzet tegen de Europese begrotingsregels een winnende strategie is bij pan-Europese verkiezingen. Italië kan gemakkelijk als een zwartrijder gezien worden door anderen. De kans op een meerderheid van populistisch links en rechts gezamenlijk, acht ik nog steeds klein. Opvallend is ook dat beide Italiaanse populistische partijen gescheiden die verkiezingen in gaan. Ten tweede is de legitimiteit van de Europese verkiezingen in de regel gering door de lage opkomst: op basis hiervan een mandaat claimen, dat is wat vergezocht. Ten derde is het Europees parlement een papieren tijger. Dit kan de euro-spelregels niet veranderen, gesteld dat een meerderheid dat al zal willen. Ach, ze kunnen nee zeggen tegen de door de Europese leiders beoogde opvolger van de alom gehate Juncker. Nou, dan blijft die gewoon zitten.

Of die beoogde bestedingsimpuls trouwens de groei aanzwengelt valt ook te betwijfelen. De vroegere hoofdeconoom van het Internationale Monetaire Fonds, Olivier Blanchard, heeft voorgerekend dat het uiteindelijke effect van de Italiaanse begroting per saldo wel eens economische krimp kan zijn als gevolg van de gestegen rente.

Druk neemt toe

De druk op de Italiaanse regering neemt intussen toe. De hoge rente dwingt op enig moment herkapitalisatie van Italiaanse banken af. Die moeten aankloppen bij diezelfde overheid omdat de kapitaalmarkt voor hen nu wel zo’n beetje gesloten is. Nieuwe, strenge – OK, Europese – regels over staatssteun maken zo’n kapitaalinjectie verre van eenvoudig. Bovendien zou dat een nog hogere overheidsschuld betekenen. De rating agencies blijven liever uit de wind, maar ontkomen op enig moment niet aan het bestempelen van Italiaanse overheidsschuld als rommel (junk). Zover zijn we immers niet meer van deze kwalificatie verwijderd. Dit zou een nieuwe verkoopgolf van staatsobligaties uitlokken en steun van de ECB onmogelijk maken.

Vertrouwensindicatoren voor de Italiaanse economie schoten voor oktober tot onder de 50. Krimp dus. De Lega is vooral populair in het Noorden, zoals in Lombardije, een van de rijkste regio’s van Europa. Kan de zakenwereld van Milaan Salvini nog tot andere gedachten brengen?

Léon Cornelissen is hoofdeconoom bij Robeco.