Nieuws/Financieel

Column: Het kabinet krijgt te maken met economische neergang

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

ONBEKEND

Alle signalen wijzen er op dat het kabinet Rutte III volgend jaar te maken krijgt met een economische neergang. Omdat het kabinet voor 2019 is uit gegaan van een economische groei van 2,6% levert deze lagere groei problemen op, zoals minder belastinginkomsten en minder banen. Het kabinet moet daarom nu al nadenken over deze tegenvaller.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

ONBEKEND

Bij internationale economische denktanks en analisten zien we momenteel een opvallende kentering. Alle optimistische voorspellingen over mooie economische groeicijfers voor 2019 zijn naar beneden bijgesteld. Daarnaast neemt het aantal goeroes toe dat waarschuwt voor een nieuwe economische crisis. Maar die werd vorig jaar ook al voorspeld en daarvan heeft niemand wakker gelegen. Bovendien weten we inmiddels dat economische en beursvoorspellingen een hoog glazenbolgehalte hebben.

Toch zien we op dit moment wel een optelsom van signalen die voor de meeste landen wijzen op een lagere groei. Die zijn vooral het gevolg van de handelsoorlog tussen de VS en China, de hoogopgelopen schulden bij overheden, bedrijven en burgers, de oplopende rente, banken en andere financiers die aan bedrijven minder geld uitlenen, investeerders die afhaken en beursontwikkelingen die zorgen baren. Daarnaast wordt in Europa de groei afgeremd door onzekerheden over de Brexit, de politieke toekomst van de EU en de feestbegroting van de Italiaanse regering.

Zwakke groei

Deze week werd duidelijk dat we deze signalen serieus moeten gaan nemen. Duitsland, het trekpaard van de Europese economie, maakte bekend dat de economie het afgelopen kwartaal is gekrompen met 0,2 procent. De zorgen daarover worden onderstreept doordat de grootste economie van de EU op jaarbasis slechts met 1,1 procent groeit, tegen 2,3 procent in de voorgaande periode. Analisten menen dat er sprake is van een tijdelijke dip, maar dit optimisme past niet bij de gang van zaken in de hele eurozone: de groei is afgezakt tot 0,2 procent.

Ook onze economie verliest vaart. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde afgelopen woensdag dat de economie in het derde kwartaal ten opzichte van het voorgaande slechts met 0,2 procent is gegroeid, de kleinste groei in twee jaar. Op basis van ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) gaat het kabinet Rutte III nog uit van een groei van 2,6 procent in 2019. Gezien de recente nationale en internationale economische ontwikkelingen is de kans groot dat deze groei lager zal uitvallen. Dit kan leiden tot lagere belastingontvangsten voor de schatkist en discussies binnen het kabinet over de geplande overheidsuitgaven, maar ook over de vraag of het niet wenselijk is de economie aan te jagen met extra stimulansen door de overheid. Deze discussie is toch al nodig vanwege de ontwikkelingen rond de Brexit.

Chaos in het VK

Afgelopen woensdagavond slaagde premier Theresa May er in om binnen haar kabinet een akkoord te bereiken over het ontwerp Brexit-akkoord dat ze met Brussel had gesloten. Daarna brak de politieke chaos uit. De premier werd geconfronteerd met ontslagbrieven van ministers, moties van wantrouwen vanuit haar eigen Conservatieve Partij en een Lagerhuis dat duidelijk maakte dat dit akkoord geen parlementaire goedkeuring zal krijgen. Het Brexit-akkoord omvat bijna 600 pagina’s met gedetailleerde afspraken tussen het VK en de EU over de wijze waarop het VK het EU-lidmaatschap beëindigt en na het vertrek nieuwe banden met de EU zal aangaan.

De kern van het akkoord komt er ruw gezegd op neer dat er tussen de EU en het VK tot 31 december 2020 vrijwel niets zal veranderen. De Britten blijven in die periode via een zogenoemde douane-unie verbonden met de EU en zijn verplicht te voldoen aan Europese regels, zonder dat ze daarover kunnen meepraten, omdat ze formeel eind maart 2019 de EU verlaten. Het akkoord maakt het mogelijk dat de douane-unie na 31 december 2020 wordt voorgezet. De kans daarop is zeer groot, omdat onderhandelingen over een nieuw handelsverdrag met de EU vele jaren vergen: experts gaan uit van 5-7 jaar. Het valt te begrijpen dat de aanvoerders van de Brexiteers ontploft zijn en daarom pogingen doen premier May af te zetten en te vervangen door een Brexiteer-premier die het akkoord met de EU naar de prullenbak zal verwijzen.

Nederland wordt hard geraakt

Nederland is binnen de EU één van de belangrijkste handelspartners van de Britten, goed voor circa tien procent van de Nederlandse export en 200.000 mensen die dit werk biedt. Bovendien zijn er meer dan 30.000 bedrijven in ons land die zaken doen met het VK. Daardoor zal Nederland in alle Brexitscenario’s economische schade ondervinden in de vorm van een lagere economische groei en een verlies aan banen. In 2016 becijferde het CPB dat bij een harde Brexit de kosten voor Nederland in 2030 kunnen oplopen tot 1,2% van ons bbp, wat neerkomt op ongeveer 10 miljard euro. Voor het VK worden door verschillende instanties veel hogere schades bereken die in 2030 kunnen oplopen tot 18% van het bbp, vergeleken met de situatie dat de Britten EU-lid zouden blijven. Dit komt neer op een kostenpost per werkende in het VK van in totaal ruim 13.000 euro.

De neergang moet aangepakt worden

Na de berekeningen van het CPB zijn er nieuwe studies verschenen die voor Nederland wijzen op een veel slechter beeld. Een harde Brexit (zonder handelsafspraken) kan ons land tot 2030 ruim 4 procent economische groei kosten. Per werkende Nederlander komt dat, in totaal opgeteld, neer op ongeveer 4000 euro. Door de werkgeversorganisaties en vanuit het kabinet zijn ondernemers die zaken doen met het VK ervoor gewaarschuwd dat de kans groot is dat in alle Brexitscenario’s de handel met het VK zal afnemen. Bij een harde Brexit is die afname verreweg het grootst, maar ook bij de uitvoering van het Brexitakkoord is er schade.

Stel dat premier May er in slaagt dit akkoord tot uitvoering te brengen dan krijgen we een langdurige periode van onderhandelingen over een nieuwe handelsrelatie. Die onzekerheid heeft negatieve gevolgen voor onze handelsbetrekkingen met de Britten en zal zeker leiden tot minder handel en investeringen over en weer. Voor verschillende ondernemers kan dit beteken dat ze dit ‘verlies’ moeten opvangen door op nieuwe markten actief te worden.

Het kabinet Rutte III moet nu al maatregelen overwegen om de verwachte economische neergang aan te pakken.