2870196
Financieel

Column: Smeerolie?

Tot twee maanden geleden zat de prijs van een vat olie juist in een stijgende trend. Trump drong er daarom bij de olieproducerende landen op aan om meer te produceren. Met het oog op het (verwachte) wegvallen van (een deel van) het aanbod van landen als Iran en Venezuela zetten de landen van de OPEC met in hun kielzog Rusland de oliekraan verder open.

Nadat in oktober nog de hoogste prijs in vier jaar tijd werd bereikt, zette de prijs van een vat olie de neergaande lijn in. De olieprijs is niet alleen fors gedaald als gevolg van de overproductie, maar ook door het nauwelijks afgenomen aanbod van Iraanse olie op de markt en de milde aanpak van Trump van de Saoedi’s inzake Jemen en de kwestie Khashoggi.

Volle toeren

Maar ook in de Verenigde Staten draait de olieproductie op volle toeren. Vooral in het Permian Basin in Texas wordt de ene na de andere olieput geslagen. Deze worden niet eens allemaal direct in productie genomen, omdat het vervoer van de gewonnen olie nu (nog) aan logistieke belemmeringen onderhevig is. Met de eerdere afronding van de aanleg van drie grote pijplijnen worden deze echter naar verwachting al in de loop van volgend jaar opgeheven. Volgens studie van de EIA (Energy Information Aministration) zal eind 2019 de Amerikaanse olieproductie, inclusief vloeibaar natural gas dat gebruikt wordt in de petrochemische industrie, stijgen tot 17,4 miljoen vaten per dag. Doordat aan de andere kant de import van petroleum zal dalen tot 320.000 vaten per dag, het laagste niveau sinds 1949, kunnen de Verenigde Staten voor het eerst in 75 jaar per saldo weer een olie-exporterend land worden.

Die lagere olieprijs en daarmee een lagere benzineprijs komt de heer Trump prima uit. Niet voor niets bedankte hij de Saoedi’s in een tweet voor hun bijdrage de olieprijzen onder controle te krijgen. Het mes snijdt voor hem dan ook aan twee kanten. Niet alleen krijgt Joe Sixpack meer te besteden, het leidt eveneens tot minder inflatie waardoor de Fed wellicht minder renteverhogingen zal doorvoeren. Dat is precies wat mister T. wil. De voorzitter van de Saint-Louis Fed, James Bullard, gaf al een schot voor de boeg door onder andere te stellen dat de groei van de Amerikaanse economie de komende twee jaar naar verwachting afvlakt. Daardoor wordt het voor de Fed lastiger dan wel minder noodzakelijk om de rente verder te verhogen. Powell sprak zich nog duidelijker uit door te stellen dat de Amerikaanse rente zich dichtbij een neutraal niveau bevindt. Dat lijkt erop te duiden dat de Fed de rente minder vaak zal verhogen dan eerder aangekondigd.

Plus of min

De gedaalde olieprijs, vroeger een plus voor de economie, is echter niet per definitie goed nieuws voor de wereldeconomie. Net als inflatie is de olieprijs immers een smeermiddel. Op dit moment houden de positieve en negatieve krachten elkaar nog aardig in evenwicht. Veel bedrijven zijn direct dan wel indirect afhankelijk van de prijsontwikkeling voor een vat olie. Oil majors zullen bij een lagere olieprijs bijvoorbeeld hun investeringen terugschroeven. Wat de gevolgen kunnen zijn van een lage olieprijs zagen we begin 2016. Het leidde tot een correctie op de beurzen. De grootste beleggers van de wereld, de sovereign wealth funds, komen heel vaak uit landen die hun geld verdienen met olie. Brengt deze handel te weinig op, dan moeten ze vaak (grote) pakketten aandelen verkopen om het verschil bij te passen.

Het kunnen weleens zwar(t)e tijden worden voor de landen van de OPEC. Hun invloed is natuurlijk al jaren tanende. Na de G20 van afgelopen weekend lijken Saoedi-Arabië en Rusland wel de gelederen te hebben gesloten. Het zorgde maandagochtend voor een forse stijging van de olieprijs. De analisten van JPMorgan houden echter niet alleen rekening met het nog steeds forse aanbod, maar eveneens met een afname van de groei van de vraag als gevolg van een afvlakkende wereldeconomie. Goldman Sachs daarentegen vindt dat het huidige niveau van de olieprijzen een uiterst aantrekkelijk instapmoment vormt. Hoe het ook zij, het lijkt voor beleggers niet onverstandig om binnen hun portefeuille eventuele posities te herzien van fondsen die profiteren van een hoge olieprijs naar aandelen die baat hebben bij een lage prijs van een vat olie.

Martine Hafkamp is algemeen directeur Fintessa Vermogensbeheer