2921165
Financieel

Column: Rutte III kan toenemende onvrede verwachten

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Nog maar drie maanden geleden bij de presentatie van de Miljoenennota was er bij Rutte III sprake van een jubelstemming en werd Nederland bewierookt als een fantastisch land.

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l.) en Rick van der Ploeg

We behoren tot de welvarendste landen van de wereld en zitten in de Europese kopgroep van landen met de beste economische prestaties.

Daarnaast hebben we gezonde overheidsfinanciën, een lage werkloosheid, een goed draaiend bedrijfsleven en op alle belangrijke wereldranglijsten staan we in de top tien. Als we louter naar de cijfers kijken, zijn we in vergelijking met de meeste landen in de wereld nog steeds een fantastisch land, maar het ziet ernaar uit dat we het komende jaar met een verslechtering van het economisch klimaat te maken krijgen. Bovendien zal Rutte III in 2019 geconfronteerd worden met een toemende aantal probleemdossiers, vooral het klimaatbeleid kan explosief worden. De belangrijkste stippen we hier aan

Lagere groei

Bij de voorspellingen en de financiële ramingen is Rutte III voor 2019 uitgegaan van een economische groei van 2,6% voor 2019. De afgelopen maand zijn er nieuwe nationale en internationale voorspellingen verschenen die voor 2019 uitgaan van 2% en voor 2020 van 1,75%. Als deze lagere groei zich inderdaad gaat voordoen, dan heeft dat negatieve gevolgen voor onze schatkist: minder inkomsten en minder banen.

Bij deze recente voorspellingen voor Nederland is nog geen rekening gehouden met de verwachte daling van de Duitse economie. Deze week kwam Ifo, het belangrijkste economische instituut van Duitsland, met een groeiraming van 1,1%, en dat was in september nog 1,9%. Bij al deze ramingen is nog geen rekening gehouden met de onzekere effecten van het Brexit-proces. In ieder geval staat vast dat bij alle mogelijke uitkomsten daarvan de groei in de EU zal worden afgeremd en dat Nederland tot de landen behoort die economisch het hardst worden geraakt.

Onvrede

Tot op heden krijgen de gele hesjes in Nederland nog geen voet aan de grond, maar toch zijn er volop signalen dat het kabinet in 2019 te maken krijgt met een toenemende onvrede. Alles wordt duurder en voor Rutte III is de belofte van koopkrachtverbetering de achilleshiel. Deze wordt volgend jaar vooral aangetast door een forse hogere energierekening, een hogere BTW voor de eerste levensbehoeften en hogere zorgpremies.

Binnen de publieke sector nemen de acties toe voor betere arbeidsvoorwaarden en een verlaging van de werkdruk. In verschillende rapportages wordt er op gewezen dat de onvrede ook te maken heeft met de toenemende kloof tussen lager en hoger opgeleiden en het gevoel bij veel mensen dat ze de afgelopen jaren niet of nauwelijks hebben geprofiteerd van de gestegen welvaart. Uit berekeningen blijkt dat dit gevoel klopt. De afgelopen 25 jaar is het beschikbare netto inkomen van huishoudens nauwelijks gestegen. Vooral het bedrijfsleven en de aandeelhouders hebben van de economische groei in ons land geprofiteerd. Ook de overheid heeft een groter stuk van de koek opgeslokt. Voor veel werknemers zijn ook de loonstijgingen achtergebleven bij de groei van de economie. Volgens het SCP is er sprake van een toenemende armoede onder werkenden met lagere inkomens.

Tot op heden is Rutte III er niet in geslaagd om in samenwerking met de sociale partners een pensioenakkoord te sluiten. Volgens peilingen onder kiezers ligt de schuld vooral bij het kabinet. Bij de 1,2 miljoen zzp’ers heeft het kabinet ook al geen vrienden gemaakt. De onzekerheid over hun ondernemersstatus en mogelijke regelgeving op dit vlak blijft voorlopig voortduren.

Bij veel mensen vloeit en deel van de onvrede ook voort uit de toegenomen onzekerheid over de toekomst, over werk, over inkomen (pensioen), over zorg, over sociale zekerheid, over onze samenleving, de toekomt van hun kinderen en de opwarming van de aarde.

Lastendruk

Een belangrijke bron van onvrede is ook de gestegen lastendruk op burgers. In onze vorige column hebben we internationale cijfers gepubliceerd die laten zien dat we wereldwijd in de top tien van rijke landen zitten met de hoogste belasting- en premiedruk en dat we arbeid zodanig zwaar belasten dat de groei van banen wordt afgeremd. Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk. Volgens een globale vuistegel blijft er van een doorsnee bruto-maandloon na aftrek van belastingen en premies, netto ongeveer 70% over, terwijl de werkgever over het brutoloon ongeveer 30% aan werkgeverslasten moet afdragen.

Bij een maandloon van € 3.000 bruto zien we dan het volgende beeld. Voor de werkgever gaat het om een totaalbedrag aan maandelijkse loonkosten van € 3.900 die bij de werknemer leidt tot een netto maandloon van € 2.100. Dit gigantische verschil van € 1.800 wordt de zogenoemde wig genoemd.

Veel werknemers, maar ook ondernemers in het mkb, menen dat Rutte III te weinig aan deze lastendruk doet en meer oog heeft voor de belangen van multinationals. Volgens onderzoek van de Britse zakenkrant de Financial Times zijn multinationals de afgelopen jaren steeds minder belasting gaan betalen. In 2000 droegen ze gemiddeld ongeveer een derde van hun winst aan de fiscus af en nu ligt dit rond de 24%. Daar staat tegenover dat de burgers steeds meer belasting zijn gaan betalen. Wij schreven eerder dat deze onevenwichtige situatie alleen kan worden opgelost met de invoering van een Europese winstbelasting voor grote internationale bedrijven.

Dossiers

Een belangrijk dossier voor onder de kerstboom van de bewindslieden van Rutte III dat we nog niet hebben genoemd is de uitslag van de Statenverkiezingen in maart 2019. Volgens alle huidige peilingen zal het kabinet straks in de Eerste Kamer geen coalitiemeerderheid meer hebben. Dat maakt de kans op het succesvol afwikkelen van de probleemdossiers vast en zeker een stuk kleiner.