3042686
Financieel

Column: Klimaatbeleid Rutte III in zwaar weer

In december 2015 spraken 195 landen en de EU in Parijs af dat aan het eind van deze eeuw de opwarming van de aarde ten opzichte van 1990 beperkt moet blijven tot ruim onder de 2 graden Celsius. Daarvoor is het nodig dat de wereldwijde netto-uitstoot van broeikasgassen (vooral CO2) in de tweede helft van deze eeuw nihil is. China (30%), de VS (15%) en de EU (10%) zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van de huidige mondiale C02-uitstoot.

De Nederlandse uitstoot ligt rond de 0,4%, maar per inwoner komen we hoger uit dan het wereldgemiddelde. In Parijs werd ook afgesproken dat de landen zelf bepalen welke maatregelen ze inzetten om de klimaatdoelstellingen te realiseren.

Recente berekeningen wijzen uit dat de uitstoot nog steeds toeneemt en dat met het huidige beleid de doelstellingen van Parijs bij lange na niet gehaald worden en dat we aan het eind van deze eeuw uitkomen op meer dan 3 graden Celcius.

Alarm werkt niet

Tijdens de mondiale klimaattop in Polen, december 2018, is duidelijk geworden dat deze alarmerende berekening geen effect heeft. Wereldwijd wordt er zelfs een trend zichtbaar waarbij landen het klimaatbeleid op een laag pitje zetten, vaak onder druk van snel groeiende populistische partijen.

Verwacht wordt dat deze trend zich zal versterken. De meeste landen krijgen te maken met een lagere economische groei en leggen de prioriteit bij hun bedrijfsleven en de koopkracht van burgers. Dit betekent veelal dat lastenverzwaringen als prikkel om de uitstoot van CO2 te beperken achterwege zullen blijven.

Nederland valt op

In steeds meer landen neemt het enthousiasme voor klimaatbeleid af. Rutte III kiest voor een andere koers en wil juist dat ons kleine land met een verwaarloosbare mondiale CO2-uitstoot op het terrein van het klimaatbeleid de beste speler van de wereld wordt. Daarom moet Nederland sneller dan andere landen de CO2-uitstoot verminderen en de extra kosten voor burgers en bedrijven voor lief nemen.

Om dit klimaatbeleid op te stellen heeft het kabinet voor een verkeerde aanpak gekozen. Een bont gezelschap van vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de milieu-organisaties, de vakbonden, werkgevers en deskundigen werd opgetrommeld om als klimaatonderhandelaars klimaatmaatregelen te bedenken.

Het waren geen onafhankelijke experts maar onderhandelaars met eigen “clubbelangen” en dat heeft waterige, peperdure compromissen opgeleverd waarmee het klimaat niet is gediend. Dit is ook de kern van de ongeveer 600 klimaatacties die ze vorig jaar in de vorm van een mislukt polderakkoord aan het kabinet hebben aangeboden.

In deze krant heeft Martin Visser in zijn column deze ‘polderaanpak’ terecht als ongekend knullig getypeerd.

Geen draagvlak

Wie het ‘polderakkoord’ doorworstelt, wordt getroffen door de ongekende bureaucratie, de keuze voor dure overheidssubsidies en nauwelijks aandacht voor effectiviteit en uitvoering. Bovendien betalen de lagere inkomens de klimaatrekening en worden bedrijven, de grootste klimaatvervuilers, financieel ontzien.

De afgelopen week is duidelijk geworden dat binnen de regeringscoalitie, maar ook daarbuiten, het akkoord omstreden is en in peilingen door kiezers wordt afgewezen.

De invloed van Nederland op de opwarming van de aarde is minimaal. Maar toch kan het verstandig zijn om, zoals Rutte III doet, bij het klimaatbeleid een internationale koppositie na te streven. Met deze voorsprong voldoen we aan onze internationale en morele verplichtingen en kan Nederland wereldwijd scoren met kennis en ervaring op het vlak van de energietransitie; een mooi en lucratief exportproduct. Maar voor een mondiale koppositie heb je wel een ander klimaatbeleid nodig en tevens een breed draagvlak in onze samenleving. Het polderakkoord is geen goede basis.

Revolutionaire technologie

Dit beleid moet, in afwijking van de polderaanpak, worden vormgegeven op basis van harde criteria als doelmatigheid, doeltreffendheid en klimaatwinst tegen de laagste kosten. Omdat het hierbij gaat om een beleid dat vele decennia omvat, moet rekening worden gehouden met revolutionaire technologische ontwikkelingen die leiden tot instrumenten waarmee effectiever en goedkoper dan nu C02-reducties gerealiseerd kunnen worden.

De polderaanpak stoelt vooral op de oude economie en niet op de nieuwe economie die gedomineerd wordt door digitalisering en nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, het internet of things, big data-analyses, nano-tech en 3D-printen. Daarmee kan de energietransitie aanzienlijk worden versneld en tegen lagere kosten.

Zo is het opvallend is dat door de polderaars wordt gekozen voor een bureaucratische en dure aanpak om te komen tot gasloze woningen en gebouwen met als tovermiddel omstreden warmtepompen. In de meeste landen zien we juist een keuze voor gas en daarnaast voor waterstoftechnologie, bijvoorbeeld in Japan en het VK. Zo gaan de Britten het landelijke gasleidingennet geschikt maken voor waterstof. Deze optie, die relatief weinig kost, zou ook in ons land bezien moeten worden.

Digitalisering

De kern van het klimaatbeleid van Rutte III moet gebaseerd zijn op het gebruik van digitalisering, nieuwe technologieën en extra R&D op dit vlak. Dit is ook de boodschap in ’The Exponential Climate Action Roadmap’. Volgens dit internationale rapport dat is opgesteld door experts, kan met toepassingen op het terrein van digitalisering en nieuwe technologieën de wereldwijde uitstoot van CO2 in 2030 met ongeveer 50% worden verminderd.

Door technologische innovaties en zogenoemde doorbraaktechnologie in de jaren daarna, zou het mogelijk zijn het klimaatakkoord van Parijs te realiseren.

Door volop gebruik te gaan maken van digitalisering en innovatieve technologieën en deze als overheid te stimuleren, kan Rutte III de energietransitie een extra impuls geven. Deze inzet creëert tegelijk een duurzame economische groei en nieuwe banen. Maar ook een groenere economie met een gezondere leefomgeving. Met dit wenkende perspectief wordt het klimaatbeleid inspirerend en zijn er lagere klimaatkosten voor burgers.

Groen perspectief

In eerdere columns hielden wij een pleidooi voor een CO2-taks voor bedrijven. Deze prikkelt ondernemers, via de inzet van nieuwe technologieën, tot een beter klimaatbeleid. Voor zover deze taks de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven in gevaar brengt, kan de opbrengst gebruikt worden om de lastendruk op bedrijven te verlagen, bijvoorbeeld via lagere werkgeverslasten.

Zonder een dergelijke taks, waarbij bedrijven een redelijke bijdrage gaan leveren aan de kosten van het klimaatbeleid, lijkt een voldoende maatschappelijk draagvlak niet mogelijk.