Financieel/Nieuws
307540
Nieuws

Column Vermeend en Van der Ploeg

Politiek Den Haag kan geen miljarden verjubelen

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Volgens de nieuwste macro-economische cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB) gaat het geweldig met onze economie. Alle signalen staan op groen en de vooruitzichten zijn zonnig. Politieke tegenstanders van het kabinet Rutte 2 menen dat deze prestatie vooral te danken is aan gunstige internationale ontwikkelingen en dat de coalitie van VVD en PvdA juist een afbraakbeleid heeft gevoerd. Inmiddels wordt dit ‘geschreeuw’ door niemand meer serieus genomen. Het is inderdaad waar dat het Rutte 2 heeft geprofiteerd van gunstige internationale effecten, zoals de wereldhandel, de lage euro en olieprijs, maar onafhankelijke economische deskundigen en ook internationale economische denktanks menen dat Rutte juist lof verdient voor het gevoerde beleid.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Beste van de EU

Toen het kabinet in november 2012 van start ging, stond Nederland er bar slecht voor. We hadden een krimpende economie, de werkloosheid steeg, de koopkracht van de burgers daalde, het overheidstekort lag rond de 4% en de staatsschuld nam toe. Nu, bijna vijf jaar later bij het afscheid van Rutte 2, behoort Nederland tot de best presterende landen van Europa. Volgens het CPB komt de economische groei dit jaar uit op 3,3% en wordt voor de periode tussen 2018 en 2021 een groei geraamd van bijna 2%. De werkloosheid daalt naar 4,3% van de beroepsbevolking en de werkgelegenheid neemt toe met circa 100.000 banen. Mede door deze ontwikkeling neemt de gezondheid van onze overheidsfinanciën sterk toe. Bij ongewijzigd beleid stijgt het begrotingsoverschot (EMU-saldo) van 0,6% BBP dit jaar tot 1,6% aan het einde van de volgende kabinetsperiode in 2021. Dit komt neer op een overschot van 13,5 miljard. Bovendien daalt de staatsschuld tot 45% BBP, ver onder de Brusselse norm van 60%.

Overschot niet verjubelen

Voor de formatietafel is dit goed nieuws, maar ook partijen die niet bij de onderhandelingen voor een nieuw kabinet zijn betrokken, maken zich op om op Prinsjesdag het overschot te benutten voor leuke dingen voor de mensen, zoals de beloften aan kiezers voor een verlaging van belastingen en de afschaffing van het eigen risico bij de ziektepremies. Dit laatste voorstel lijkt weinig kans te maken. Uit cijfers blijkt namelijk dat de zorgkosten, ondanks allerlei bezuinigingsmaatregelen, door een betere kwaliteit en vergrijzing de komende tijd fors blijven stijgen (in 2021 ruim 2 miljard euro meer uitgaven). Daarom zal iedereen rekening moeten houden met hogere premies in plaats van lagere zorgkosten. Partijen die dit laatste hebben beloofd, hebben hun kiezers veel uit te leggen.

In politiek Den Haag kijken politieke partijen die hun verkiezingsbeloften willen nakomen gretig naar geraamde overschot van 13,5 miljard euro in 2021. In de eerste plaats merken we op dat het hier om een onzekere raming gaat en dat bij een tegenvallende groei dit overschot als sneeuw voor de zon verdwijnt. En de kans daarop is, onder meer vanwege Brexit, reëel. Daarom is het onverstandig nu al te gaan potverteren met ongewisse overheidsinkomsten. Vanwege mogelijke tegenvallers is het juist nodig een ruime buffer aan te houden.

Het houdbaarheidssaldo

Daarnaast krijgen alle politieke partijen ook te maken met een ander financieel criterium, het zogenoemde houdbaarheidssaldo, waarvan informateur Gerrit Zalm een erkende fan is. Dit is een ‘rekensom’ waarmee wordt bepaald of op de langere termijn het huidige niveau van overheidsvoorzieningen kan worden gehandhaafd zonder een tekort op de overheidsbegroting of een oplopende overheidsschuld. Bij sommige politieke partijen stuit deze norm op weerstand. Waarom? Vooral vanwege de inperking van de budgettaire ruimte voor extra overheidsuitgaven. Als deze maatstaf namelijk wordt gehanteerd en het kabinet dit saldo niet negatief wil laten worden, is er slechts 1,7 miljard euro beschikbaar voor nieuwe uitgaven. We merken op dat nieuwe uitgaven ook kunnen worden gefinancierd met bezuinigingen op bestaande overheidsuitgaven. Maar In politiek Den Haag is dat niet populair. Inmiddels staat al wel op het bezuinigingslijstje lagere uitgaven voor het overheidsapparaat. Dat zou inderdaad extra middelen kunnen opleveren, maar dat stond ook al bij Rutte 2 op de agenda en is volgens de laatste gegevens niet gerealiseerd.

Kleine belastingverlaging

Hoewel de mooie cijfers de formatie kunnen vergemakkelijken, zijn er genoeg knelpunten en een waslijst aan wensen, zoals extra geld voor defensie, onderwijs, het bedrijfsleven, infrastructuur en belastingverlaging, die voor een verdere vertraging kunnen zorgen. In ieder geval staat vast dat het op basis van gezonde overheidsfinanciën niet mogelijk is om substantiële extra overheidsuitgaven te doen zonder elders te bezuinigen. Wat wel vast staat is dat Rutte 3 met een belastingverlaging zal starten. Maar op basis van de meest recente cijfers, de wensenwaslijst en de noodzakelijke buffer, verwachten wij dat die bescheiden zal zijn; maximaal 2-3 miljard euro.