Nieuws/Financieel
310829250
Financieel

Column: Schommelende olieprijs geen struikelblok Nederland

Ken Fisher allerminst bezorgd over de olieprijs, die reflecteert vooral zorgen om economie. „De sterke olieprijsschommelingen kunnen aanhouden, maar dat is niet iets om je druk over te maken.”

Ken Fisher allerminst bezorgd over de olieprijs, die reflecteert vooral zorgen om economie. „De sterke olieprijsschommelingen kunnen aanhouden, maar dat is niet iets om je druk over te maken.”

De meningen over olie zijn verdeeld; de prijzen zullen omhoogschieten vanwege de oplopende spanningen in het Midden-Oosten, of dalen door de stagnerende wereldwijde economische groei. Welke kant het ook opgaat, volgens de kenners zullen de Europese en Nederlandse economie, en daarmee ook de aandelen, rake klappen krijgen.

Ken Fisher allerminst bezorgd over de olieprijs, die reflecteert vooral zorgen om economie. „De sterke olieprijsschommelingen kunnen aanhouden, maar dat is niet iets om je druk over te maken.”

Ken Fisher allerminst bezorgd over de olieprijs, die reflecteert vooral zorgen om economie. „De sterke olieprijsschommelingen kunnen aanhouden, maar dat is niet iets om je druk over te maken.”

Ze hebben het echter bij het verkeerde eind. De prijzen zullen schommelen, maar dit zal weinig effect hebben op de economie. Olie is niet meer de economische drijfveer van vroeger. En daar is een goede reden voor.

De grote schommelingen in olieprijzen over de afgelopen 12 maanden zorgen voor verwarring. Tussen half augustus en begin oktober 2018 steeg de Brentolie met 25,9% omdat mensen vreesden dat door de sancties van Trump tegen Iran het aanbod zou worden afgeknepen. Kenners zagen het nog somberder in.

Het tegendeel bleek echter waar. De prijzen daalden tot aan het einde van het jaar met 41,2%, omdat door de correctie van de wereldwijde aandelenmarkt in het vierde kwartaal de angst voor een recessie en onzekerheid over de vraag werd aangewakkerd.

Terechte zorg

De schommelingen houden aan. Begin 2019 stegen de prijzen weer radicaal, met 48,2% tot 25 april, wat volgens velen te wijten was aan de oplopende spanningen tussen Amerika en Iran. Daarna zakten de prijzen weer in toen de media kopten met een tragere groei in de olievraag wereldwijd en zwakke productiecijfers, en beweerden dat er een recessie dreigde.

De angst voor Iran is op één punt terecht: bij de grote prijsschommelingen gaat het over het aanbod, niet over de vraag. Als het aanbod door sancties en spanningen zou worden afgeknepen, zouden in Europa, dat afhankelijk is van de import, de kosten stijgen. In Nederland is olie, na aardgas, de tweede energiebron en goed voor zo’n 38% van het verbruik.

Slechts een klein deel van die olie is echter afkomstig uit Iran en de prijzen worden wereldwijd bepaald. Als Teheran erin zou slagen om de Straat van Hormuz af te sluiten, zouden de prijzen stijgen. Olieprijzen zijn net zoals aandelen op de korte termijn gevoelig voor sentimenten.

"Iran kan niet eenzijdig de Straat van Hormuz afsluiten en daarmee gaat elke vergelijking met het Arabische olie-embargo van 1973 mank"

Kenners die bang zijn voor een oliecrisis, zien echter een belangrijk punt over het hoofd: de tijden zijn veranderd. Iran kan niet eenzijdig de Straat van Hormuz afsluiten en daarmee gaat elke vergelijking met het Arabische olie-embargo van 1973 mank.

Denk maar eens terug aan de ’Tankeroorlog’, de Iran-Irakoorlog van 1980-1988, toen slechts 2% van het totale olieverkeer in de Perzische Golf werd geraakt. Dat was een afrondingsverschil, geen bedreiging.

De olieprijzen schoten destijds niet omhoog, en de kans dat dat nu wel gebeurt is nog onwaarschijnlijker vanwege de toenemende schalieolieproductie in de VS. Volgens BP’s jaarlijkse oliedatadump steeg de Amerikaanse productie afgelopen jaar met 2,2 miljoen vaten per dag. Dit is een unicum; zo’n productiestijging is in nog geen enkel land vertoond.

Autoloze zondag

De Energy Information Administration (EIA) van de VS verwacht dat de olieproductie in 2019 nog eens met 1,36 miljoen vaten zal stijgen. Amerikaanse producenten zijn steeds efficiënter en kunnen met winst olie omhoog pompen tegen steeds lagere prijzen.

En zelfs als de olieprijzen stijgen brengt dit Nederland en de rest van de ontwikkelde wereld niet in gevaar. We kunnen ons nog goed de oliecrisis van een aantal decennia geleden herinneren, toen door embargos van de OPEC de prijzen torenhoog opliepen en er wereldwijd tekorten waren.

De herinnering aan de recessie in Nederland in 1974-1975, met autoloze zondagen, rantsoenering van benzine en wereldwijde inflatie, dringt zich op. Dit is echter niet iets wat opnieuw zal gebeuren, dankzij de afnemende vraag naar deze vorm van energie.

In de ontwikkelde landen is de dienstensector veel groter dan de productiesector. In Nederland is de dienstensector goed voor 78,6% van het BBP. Zware industrie, inclusief de bouw, vertegenwoordigt zo’n 19,6% (en de landbouw staat voor ongeveer 1,8%.) Dienstverleners verbruiken minder energie en zelfs in de productiesector is het energiegebruik afgenomen!

Nederland gebruikt weliswaar nog steeds veel olie, maar ten opzichte van begin jaren negentig is het verbruik afgenomen, terwijl het bbp wel stijgt. In 1995 stond tegenover elke duizend ton olie die in Nederland werd verbruikt, €17,7 miljoen bbp, gecorrigeerd voor inflatie. Nu is dat €26,6 miljoen.

De groei van de vraag naar olie buiten China, India en Amerika vlakte vorig jaar af, maar dat zegt niet veel over de huidige economie. Het geeft eerder blijk van minder productie.

"De sterke olieprijsschommelingen kunnen aanhouden, maar dat is niet iets om je druk over te maken"

Maar een veerkrachtige dienstensector houdt de groei op peil. Dat geldt ook voor de EU en Nederland, met een groei van respectievelijk 2,0% en 2,6% in 2018.

We zagen hetzelfde gebeuren in 2015-2016, toen de olieprijs tot $26,01 per vat daalde, wat ver beneden de huidige prijs van $65 ligt. Mensen waren bang dat de zwakke vraag een weerslag zou hebben op de hele economie, maar het bbp in de EU en Nederland steeg in alle acht kwartalen, met een groei van respectievelijk 2,0% en 2,2% voor het hele jaar. De grote energieproducerende landen hadden het zwaar te verduren, maar voor de rest van de wereld was het geen probleem.

De sterke olieprijsschommelingen kunnen aanhouden, maar dat is niet iets om je druk over te maken. Decennia oude angsten over stijgende of dalende olieprijzen wijzen gewoon op een negatief sentiment en zorgen voor een positieve verrassing als de economische groei aanhoudt.

Laat u door deze angsten niet uit het veld slaan.

Ken Fisher is bestuursvoorzitter van Fisher Investments Europe, in Nederland opererend als Fisher Investments Nederland, en oprichter en bestuursvoorzitter van Fisher Investments. Twitter: @KennethLFisher