Nieuws/Financieel
3117737
Financieel

Column: Vertrouwen op pensioenfonds?

In hoeverre men mag afgaan op mededelingen van een pensioenfonds is al vaker onderwerp van een geschil geweest waar de rechter over moest oordelen. Denk bijvoorbeeld aan de mededeling van een pensioenfonds in een Uniform Pensioenoverzicht waarin een te hoog pensioen blijkt te zijn opgenomen.

De jurisprudentie is op dit punt in de loop der jaren aanzienlijk genuanceerder geworden en daarin zijn criteria ontwikkeld waaraan voldaan moet worden om een beroep te kunnen doen op een gerechtvaardigd vertrouwen op de mededelingen van het pensioenfonds.

In het kader van een verplichte deelneming aan een pensioenfonds vindt vaak ook voorafgaand wel communicatie met het pensioenfonds plaats. Waar mag men dan op vertrouwen?

De rechtbank oordeelde recent dat een ondubbelzinnige mededeling van een bedrijfstakpensioenfonds dat een werkgever zich niet verplicht hoeft aan te sluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds leidt tot rechtsverwerking.

De zaak

Wat speelde er in deze zaak? Bedrijf X is in 2007 opgericht en houdt zich bezig met het verlenen van tweedelijns ambulante geestelijke gezondheidszorg. Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) is het bedrijfstakpensioenfonds in deze sector. De aansluiting bij en deelneming in PFZW is ingevolge de Wet Bpf 2000 verplicht gesteld door besluiten van de bevoegde minister, zoals het verplichtstellingbesluit 2007.

In de loop der jaren is het verplichtstellingsbesluit meerdere malen gewijzigd. Vaak gaat het dan om een uitbreiding of nadere invulling van activiteiten in de relevante sectoren. In deze kwestie liet het pensioenfonds aan bedrijf X weten dat zij niet onder het verplichtstellingsbesluit 2007 viel.

Toch wél verplicht

In de loop van de volgende jaren hebben enkele controles door het pensioenfonds plaatsgevonden en kwam het pensioenfonds tot het oordeel, dat bedrijf X wél onder het verplichtstellingsbesluit 2007 valt. PFZW heeft vervolgens X bericht dat hoewel zij eerder werd geschaard onder een uitzondering op de verplichtstelling, dat zij sinds een wijziging van de interpretatie van deze uitzondering door PFZW niet langer onder deze uitzondering valt, maar dat bedrijf X onder hoge uitzondering wordt vrijgesteld van verplichte aansluiting bij PFZW.

Vervolgens keert PFZW toch weer op zijn schreden terug en stelt zich op het standpunt dat X zich alsnog met terugwerkende kracht per 1 januari 2013 verplicht moet aansluiten. Dit zou veroorzaakt worden door gewijzigde inzichten bij PFZW op het punt van de bij hoge uitzondering verleende vrijstelling

Weigering

Daar is bedrijf X het natuurlijk niet mee eens en weigert om zich alsnog aan te sluiten. Een dergelijk steeds wisselende opstelling acht bedrijf X niet acceptabel. PZFW stapt naar de rechter en vordert een verklaring voor recht dat X onder het verplichtstellingsbesluit valt en er geen uitzondering mogelijk is.

Hoofdmoot is natuurlijk dat er ook met terugwerkende kracht premie betaald moet worden. X beroept zich op rechtsverwerking. Door de ondubbelzinnige mededelingen in de loop der tijd zou het pensioenfonds het recht verwerkt om haar later als verplicht aangesloten werkgever aan te merken.

Uitspraak

De rechtbank oordeelt dat het beroep op rechtsverwerking gedeeltelijk wel slaagt. Interpretaties van PFZW van de verplichtstellingsbesluiten kunnen niet tegen bedrijf X worden ingeroepen. Maar wel als de desbetreffende minister het verplichtstellingsbesluit wijzigt en er dus een nieuw verplichtstellingsbesluit komt.

Vanaf dat moment mocht bedrijf X er niet langer op rekenen dat zij bleef uitgezonderd van de – toen immers gewijzigde (uitzondering op de) – werkingssfeer van de verplichtstelling. PFZW kan een premievordering op grond van het verplichtstellingsbesluit 2007 niet meer geldend maken. Wel toewijsbaar is de gevorderde verklaring voor recht dat bedrijf X valt onder het ministerieel gewijzigde verplichtstellingsbesluit vanaf dat moment gebonden is aan de verplichtingen uit hoofde van de verplichte aansluiting bij PFZW.

Mw. mr. Henny van den Hurk (1966) is mede-oprichtster en partner van Gommer & Partners Pensioen Advocaten in Tilburg. Gommer & Partners houdt zich bezig met alle facetten van het pensioenrecht voor alle professionele partijen in de markt.