Nieuws/Financieel
312586850
Financieel

Column: Leidt groene revolutie tot nieuwe bubbel?

De vraag naar groene beleggingen zoals de Deense windturbineproducent Vestas neemt toe

De vraag naar groene beleggingen zoals de Deense windturbineproducent Vestas neemt toe

Een paar weken geleden ondertekenden vijftig vertegenwoordigers van de financiële sector een klimaatcommitment om zo hun bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen van Parijs. Met de ondertekening van dit document verklaren de betrokken banken, vermogensbeheerders, verzekeraars en pensioenfondsen dat ze actief de CO2-uitstoot van hun investeringen en beleggingen zullen reduceren.

De vraag naar groene beleggingen zoals de Deense windturbineproducent Vestas neemt toe

De vraag naar groene beleggingen zoals de Deense windturbineproducent Vestas neemt toe

Als leidraad daarvoor zullen ze de taxonomie van de Europese Commissie gebruiken. Dat is als het ware een groen boekwerk met economische activiteiten waarvan de commissie vindt dat ze een positieve duurzame bijdrage leveren.

Taxonomie

De taxonomie moet het financiële instellingen makkelijker maken om te beoordelen hoe ‘groen’ een investering is, want dat is geen eenvoudige opgave. Alleen, door de complexiteit van het boekwerk van ruim 400 bladzijden zal dat nog niet meevallen. Hoe zwaar deze last in de praktijk is moet blijken. Het is ook niet zo dat financiële instellingen die zich er nog niet aan houden een boete zullen krijgen. Alleen vermogensbeheerders die een groenfonds oprichten zullen verantwoording moeten afleggen op basis van deze taxonomie.

Dat neemt echter niet weg dat u en ik er op een gegeven moment allemaal mee te maken krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een goedkopere hypotheek voor een duurzaam huis of aan slechtere leningsvoorwaarden voor een bedrijf dat er niets aan doet zijn CO2-uitstoot terug te dringen. Vervuilers zullen meer moeten betalen of uiteindelijk zelfs niet meer voor financiering in aanmerking komen. Onder deze toenemende druk moet in 2030 de CO2-uitstoot van cliënten van financiële instellingen met 49 procent zijn terug gedrongen.

Het gaat wat ver om van een revolutie te spreken. Duurzaam beleggen volgens ESG-criteria, waarbij extra wordt gekeken naar milieu (Environmental), maatschappelijk belang (Social) en deugdelijk ondernemingsbestuur (Governance) is de laatste jaren al hard gegroeid. In Frankrijk zijn fondsbeheerders met meer dan 500 miljoen euro aan vermogen onder beheer al verplicht om in hun jaarverslag de CO2-impact van hun portefeuilles te verantwoorden. Aandeelhouders zijn immers gedeeltelijk eigenaar van een bedrijf en daarmee ook medeverantwoordelijk voor een deel van de CO2-uitstoot.

Te veel druk?

De grote vraag is echter of de financiële sector zich niet te veel druk oplegt. Werkt het bijvoorbeeld niet een ongewenst neveneffect als een bubbel in de hand? Begrijp me niet verkeerd, duurzaam beleggen kan heel lucratief zijn. Zo is energiezuiniger produceren niet alleen beter voor het milieu maar ook goed voor de portemonnee. Het is dan ook rendabel voor een belegger om, naast de traditionele financiële criteria, ESG-criteria te integreren in de investeringsbeslissingen. Je ziet steeds vaker dat bedrijven die het beste presteren op het gebied van duurzaamheid ook superieur zijn qua rendement. Het besef dat we met z’n allen een switch moeten maken naar een duurzame en circulaire economie is dus niet louter door alleen nobele motieven ingegeven.

Bubbel?

Waar we wel voor moeten waken is dat door extra regelgeving het maatschappelijke belang van duurzaamheid niet te veel ten koste gaat van de individuele belangen van de beleggers. Als door toenemende druk te veel beleggers, al dan niet voor de bühne, allemaal in dezelfde duurzame vijver moeten vissen dan zullen de koersen van de aandelen van die ondernemingen nog harder stijgen dan ze nu al doen met onverantwoorde risico-rendementsverhoudingen tot gevolg. Gezien de huidige trend van al het nieuwe geld dat de duurzame kant op stroomt lijkt dat (nog) geen probleem. Maar als straks niet veel meer bedrijven gaan verduurzamen is met deze nieuwe ‘gedwongen’ toestroom van kapitaal een bubbel in de maak.

Hoeveel schiet de wereld er overigens mee op als we bijvoorbeeld onze handen van ‘grootvervuiler’ Shell aftrekken of de onderneming dwingen zijn olie-activiteiten af te stoten? Shell heeft de wil en de mogelijkheden om te verduurzamen. Zo bezien kunnen we beter Shell de olie uit de grond laten halen dan dat een andere maatschappij met minder oog voor natuur en milieu die activiteiten overneemt. Voorlopig hebben we immers olie toch nodig. Aandeelhouders van nog niet zo groene bedrijven kunnen mijns inziens dan ook veel beter het bestuur aanmoedigen de bedrijfsvoering te verduurzamen dan de aandelen rücksichtslos van de hand te doen om zo een statement te maken. Samen met bijvoorbeeld duurdere verzekeringen en leningen voor vervuilers kan de financiële industrie een steentje bijdragen.

De ondertekening van het klimaatcommitment is een hele goede ontwikkeling. Laten we hopen dat het de komende jaren veel effect sorteert en dan niet alleen voor het milieu. Als het aantal duurzame beleggingen waaruit een belegger kan kiezen flink toeneemt maakt het bovendien de kans op het klappen van een mogelijke nieuwe bubbel veel kleiner.

Martine Hafkamp, algemeen directeur Fintessa Vermogensbeheer