Financieel/Ondernemen
3161557
Ondernemen

Column: Politiek debet aan stijging zorgkosten

Uit onderzoek van UWV met betrekking tot de stijgende WIA-instroom in 2016 blijkt dat de stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd hiervan een belangrijke oorzaak is.

Geconcludeerd wordt dat door stijging van de AOW-leeftijd het ’healthy-workers effect’ wegvalt. Hiermee wordt bedoeld dat in het verleden de mensen die op oudere leeftijd een verhoogd risico op ziekteverzuim hadden, door VUT-of andere regelingen het arbeidsproces nog tijdig gezond konden verlaten.

De populatie oudere werknemers was hierdoor relatief gezond.

Een andere conclusie is dat de WIA-instroom in de leeftijdsklasse 57-65 jaar in 3 jaar tijd plots fors is gestegen. Aan deze voor werkgevers dure WIA gaat een periode van 2 jaar ziekteverzuim vooraf waarin forse ziektekosten en verzuimkosten worden gemaakt. Dit zijn neveneffecten van een dossier over betaalbaarheid van ons pensioenstelsel.

Risico beperken

Uiteraard proberen werkgevers, UWV en verzekeraars dit onbedoelde neveneffect zoveel mogelijk te beperken. Eén van de werkgeversmaatregelen is beleid om het risico op uitval van oudere medewerkers te beperken.

Bijvoorbeeld met generatieregelingen waardoor werknemers eerder minder kunnen hoeven werken of zelfs kunnen stoppen.

Dit wordt door werkgevers en werknemers samen betaald. Generatieregelingen zijn echter niet voor iedereen weggelegd. Niet iedereen heeft hiervoor de financiële mogelijkheden en daarnaast is er momenteel een tekort aan werknemers. Werkgevers willen daarom graag iedere gezonde medewerker aan boord houden.

Tijdig omscholen

Een andere mogelijke maatregel is tijdige om- en opscholing van werknemers met als doel de fysiek opgebrande werknemer tijdig ander werk te kunnen bieden. Maar deze maatregelen vergen investeringen van werkgevers die uiteraard moeten worden terugverdiend. Verzekeraars hebben echter ook een belang hebben bij het voorkomen van ziekte en verzuim.

Zij zijn daarom vaak bereid mee te betalen aan ziekte beperkende maatregelen. Dit doen zij door het beschikbaar stellen van zorgbudgetten en het meebetalen aan interventies.

En hier treedt weer een onbedoeld neveneffect op van de korte termijn successen en kostenbesparingen die politiek en overheid initiëren.

Wat is het geval? De overheid wil gelijkheid voor iedereen bieden. Daarom is het de bedoeling dat in 2020 de maximale korting voor collectieve zorgcontracten van 10% naar 5% wordt teruggebracht. Een volgende stap is wellicht de korting geheel af te schaffen. Een gevolg van deze beperking van de collectiviteitskorting is dat het voor werknemers minder aantrekkelijk wordt om via de werkgever de zorgverzekering af te sluiten.

Nu zal de gemiddelde politicus ongetwijfeld direct roepen dat dit ook de bedoeling is, omdat werkgevers maar moeten zorgen dat de dekking van hun collectieve polis beter moet zijn dan de individueel af te sluiten zorgverzekering.

Hierbij gaat deze snel scorende volksvertegenwoordiger aan één belangrijk punt voorbij: de Nederlandse zorgconsument kijkt in de eerste, tweede en derde plaats naar de laagste premie en maakt zich pas daarna druk over de inhoud van de dekking.

Anders gezegd: er zullen minder werknemers deelnemen aan een collectieve zorgverzekering als deze niet financieel voordeel biedt ten opzichte van een individuele polis.

Wat is het gevolg?

1. De collectieve zorgverzekeringen die de werkgevers afsluiten zijn minder interessant voor de verzekeraar.

2. Er kan minder onderhandeld worden over polissen op maat met extra specifieke dekkingen voor de werknemers.

3. Zorgverzekeraars zullen minder bereid zijn om bedragen te investeren in het duurzame inzetbaarheidsbeleid van de werkgevers .

Hierdoor gaat precies kapot waar we met z’n allen de laatste decennia zo hard aan hebben gewerkt: een samenspel van werkgevers, werknemers en (publieke en private) verzekeraars om de kosten rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid zo veel mogelijk te beperken.

Er is inmiddels een groot bewustzijn bij alle partijen dat dit almaar groter worden probleem uitsluitend gezamenlijk en met een collectieve verantwoordelijkheid kan worden opgelost. Werknemers zijn bewuster van de noodzaak gezonder te leven, werkgevers investeren fors in duurzaam inzetbaarheidsbeleid en verzekeraars betalen grote sommen aan werkgevers om hen te ondersteunen bij dit beleid.

En wie haalt met maatregelen gericht op korte termijn dit succesvolle resultaat onderuit? Dat is dezelfde overheid die er in het verleden alles aan heeft gedaan om deze samenwerking tot stand te brengen!

Als de overheid doorgaat met het verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd, zullen er meer oudere risicovolle werknemers moeten blijven doorwerken, met als gevolg een onevenredige toename van langdurig verzuim, WIA-instroom en zorgkosten.

Als diezelfde overheid ook nog actief stimuleert dat deelname aan op maat onderhandelde collectieve zorgcontracten onaantrekkelijk wordt, zullen verzekeraars minder geld besteden aan arbeidsgerelateerde zorgbudgetten en het meebetalen aan interventies.

Het gevolg is dat het gehele, gedurende lange tijd opgebouwde, samenwerkingssucces als een kaartenhuis in elkaar stort en zowel de zorg- , verzuim als arbeidsongeschiktheidskosten enorm toenemen.

En het effect van het gelijkstellen van de premies tussen collectieve en individuele zorgpolissen? De onderhandelingsmogelijkheden van het individu zijn nihil en de premies zullen alleen maar stijgen. Niet alleen vanwege het individuele karakter, maar ook omdat de zorgkosten verder zullen toenemen omdat de werkgevers minder zullen en kunnen investeren in beleid. Wordt de kiezer hier blij van?

Beter is te investeren in een goede advisering en dienstverlening waarbij aandacht wordt besteed aan het belang van het totaalplaatje variërend van de zorgverzekering tot aan het pensioenregeling en de rol die werknemer, werkgever, publieke- en private-, zorg-, verzuim-, arbeidsongeschiktheidverzekeraar en/of pensioenuitvoerder hierin kunnen spelen.

Hendrik Jan van Pelt is divisiedirecteur bij Advance. Hij werkt sinds 1990 in de branche op het gebied van sociale zekerheid als arbeidsdeskundige. Hij adviseerde op het gebied van verzuim- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen het assurantie-intermediair en beursgenoteerde ondernemingen.