Nieuws/Financieel
3193545
Financieel

Column: Nederland heeft een ander klimaatbeleid nodig

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Deze week moest klimaatminister Erik Wiebes naar de Tweede Kamer komen om uit te leggen dat dit jaar de energierekening van een gemiddeld huishouden met 334 euro zal stijgen. Zijn staatssecretaris Mona Keijzer had in december de Kamer nog gerustgesteld met het veel lagere bedrag van 108 euro.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Wiebes kreeg te horen dat deze stijging onacceptabel is en dat er sprake is van een ’ongelooflijke stommiteit’. De minister ging door het stof, maar wees tegelijk met een beschuldigende vinger naar de onjuiste voorspelling van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de klimaatrekenmeester van het kabinet.

Politieke blunders worden vaak met de mantel der liefde bedekt. Maar dat zal hier niet het geval zijn. In zijn column in De Telegraaf stelt Martin Visser de terechte vraag wie straks nog de doorrekening van het concept-Klimaatakkoord gelooft. Uit het Kamerdebatje met Wiebes komt naar voren dat er door verschillende politieke partijen nu al getwijfeld wordt aan de geloofwaardigheid en deskundigheid van het PBL, dat medio maart becijferingen zal publiceren over de effecten van het concept-Klimaatakkoord.

Poolse landdag

Wij hebben al eerder geschreven dat deze presentatie tot een Poolse landdag zal leiden. Zo heeft zowel GroenLinks als het CDA al laten weten dat het PBL rekenmodellen gebruikt waarmee niet goed gewerkt kan worden. Ook de milieubeweging is ontevreden over de PBL-ramingen. Deze kritiek is niet nieuw en al aan de orde gesteld bij eerdere missers van het PBL. Het staat daarom nu al vast dat alle politieke partijen medio maart voldoende munitie hebben om ramingsuitkomsten die hen niet bevallen naar de prullenbak te verwijzen.

Wij merken op dat uitkomsten van dit type computermodellen, zeker als het gaat om de langere termijn, slechts beschouwd mogen worden als een ruwe indicatie die bovendien ook anders kan uitvallen. Kortom, voor het beleid is de waarde gering. Bovendien wordt in de modellen onvoldoende rekening gehouden met technologische innovaties, terwijl de praktijk juist laat zien dat met revolutionaire tech de energietransitie aanzienlijk wordt versneld en de CO2-uitstoot sterk verminderd.

Op dit moment is er al sprake van een internationale opmars van duurzame tech die met een ongekende snelheid een bijdrage levert aan het afremmen van klimaatverandering. Het valt op dat deze ontwikkeling in het concept- Klimaatakkoord niet bovenaan de agenda staat. Gezien de enorme klimaatrendementen die deze opmars nu al oplevert, is dit een echte misser. Een overzicht van deze tech is te vinden in de Amerikaanse bestseller Drawdown.

Verkiezingsthema

Het klimaatbeleid is uitgegroeid tot het belangrijkste verkiezingsthema voor de verkiezingen van de Provinciale Staten. Dat het thema zowel binnen als buiten de politiek zoveel tegenstellingen en emoties oproept, is mede te danken aan de voorhoede van gepassioneerde klimaatactivisten die Nederland heeft bestookt met doemscenario’s over de ondergang van de wereld.

Wat ook niet helpt, is burgers bang te maken met de verplichting van gasloze huizen en dure investeringen in warmtepompen. Deskundigen hebben dit idee al met de grond gelijk gemaakt en de noodzaak bepleit van alternatieven, zoals waterstof dat in het VK en Japan al wordt toegepast.

Boetekleed

Diederik Samsom die tot de aanvoerders behoort van de klimaattafels van Wiebes, toont zich in zijn column in de Volkskrant ook bezorgd over de ophef over het concept-Klimaatakkoord en trekt het boetekleed aan: „De voorstanders van een ambitieus klimaatbeleid, onder wie ik zelf, moeten zich aanrekenen dat ze de voornemens te vaak historischer, grootser en allesverstorender afschilderen dan nodig. Dan wordt een ambitieus Klimaatakkoord een onnodige klimaatprovocatie.”

Wijze woorden die ook gelden voor de felheid waarmee tegenstanders het klimaatbeleid bestoken. Omdat de noodzaak van een effectief klimaatbeleid breed wordt onderkend, wordt het tijd voor een ’zakelijke’ benadering waarbij rekening worden gehouden met komende ontwikkelingen. We stippen ze aan en doen een aantal suggesties.

Ontwikkelingen

Nederland krijgt de komende jaren te maken met lagere economische groeicijfers en lagere inkomsten voor de schatkist. Dit zal zeker tot politieke discussies leiden over ombuigingen en wellicht bezuinigingen. De kosten van het traditionele klimaatbeleid van de tafels, waarbij belastingverhogingen en subsidies centraal staan, worden geraamd op €3 tot 4 miljard per jaar. We verwachten dat daarvoor geen politieke meerderheid bestaat; met de lastendruk op burgers behoort ons land nu al tot de Europese koplopers en extra belastingen tasten de koopkracht aan en remmen de groei nog verder af. Bij bedrijven zitten we met de lastendruk in de Europese middenmoot, maar een belastingverhoging zal hier tot banenverlies leiden.

Door de afkalvende groei van onze economie die nog versterkt kan worden door de Brexit en tegenvallende groei in de eurozone, is de kans zelfs groot dat Rutte III dit of volgend jaar al extra geld zal moeten uittrekken voor het aanjagen van onze economische groei.

Een ander klimaatbeleid

Gezien deze ontwikkelingen moet Nederland een effectief klimaatbeleid ontwikkelen dat niet of tot zo weinig mogelijk extra lasten voor burgers en bedrijven leidt. De kern moet zijn lastenverschuivingen en het bevorderen van de nieuwste duurzame tech en onderzoek en ontwikkeling op dit vlak. Nederland zou in dit kader de Europese kraamkamer moet worden van nationale en internationale startups die zich bezighouden met slimme energietransitie. Special Envoy-startup Delta, Constantijn van Oranje, heeft vorig jaar een boek uitgebracht met een overzicht van 280 startups die daarbij een rol kunnen spelen.

Wereldwijd zijn experts van mening dat het beginsel de „vervuiler betaalt” bij het klimaatbeleid centraal moet staan en dat bij bedrijven de beste aanpak een CO2-taks is waarmee de CO2-uitstoot wordt belast. Daarbij moet wel bedacht worden dat deze belasting uiteindelijk zal worden doorberekend aan consumenten en dat de taks er toe kan leiden dat ondernemingen de concurrentieslag met buitenlandse bedrijven gaan verliezen of ons land verlaten. De oplossing voor dit probleem is een taks met een slimme terugsluis van de opbrengst, zodat er sprake is van een budgettaire neutrale operatie en geen weglek naar het buitenland.

Gezien ook de raakvakken met ander beleid, het internationale karakter en de effectiviteit is het ook nodig dat de volledige regie van het klimaatbeleid bij politiek Den Haag berust.