Nieuws/Financieel
3211301
Financieel

Column: Aandacht voor trukendoos van Draghi leidt maar af

ECB-president Mario Draghi

ECB-president Mario Draghi

De belangrijkste conjunctuurindicator voor de Duitse economie zakte in februari verder weg, naar het laagste niveau sinds 2014. Het kán natuurlijk nog goedkomen. Het waterpeil in de Rijn is weer gestegen, de spanningen op handelsgebied tussen China en de Verenigde Staten nemen af, de Chinese autoriteiten drukken het gaspedaal dieper in en een harde Brexit lijkt van tafel.

ECB-president Mario Draghi

ECB-president Mario Draghi

Toch is het begrijpelijk dat de Europese Centrale Bank (ECB) niet langer zinspeelt op een eerste renteverhoging na de zomer van dit jaar en dat er binnenskamers volop gediscussieerd wordt over binnenkort te verwachten extra steun voor het bankwezen (in de vorm van een nieuwe TLTRO). De Nederlandsche Bank-baas Klaas Knot verklaarde onlangs dat de ECB in het verleden ’innovatief’ geweest zou zijn, wanneer dat nodig was. Geen zorgen dus dat de bodem van de trukendoos in zicht is. Een andere reactie is uiteraard ook niet te verwachten van een zichzelf respecterende centrale bankier.

De ECB kan meer doen en zal ook meer doen indien het beleid op andere terreinen tekortschiet. Mijn persoonlijke favoriet voor radicale monetaire innovatie is tussen twee haakjes het helikoptergeld in de vorm van een tijdelijk opvraagbaar tegoed bij de centrale bank. Tegen deze innovatie wordt wel ingebracht dat dit geld niet of in elk geval niet volledig besteed wordt, maar opgepot. Dat kan wel zo zijn, maar er wordt toch zeker een deel uitgegeven.

Ik weet trouwens een effectiever instrument om hetzelfde te bewerkstelligen: belastingverlichting voor de laagstbetaalden! Herinvoering van de belastingvrije voet of verlaging van de BTW op eerste levensbehoeften, iemand? Met het oppotten valt het in dit geval wel mee en bovendien richt de dankbaarheid zich niet op machtige centrale bankiers maar op politici. Wie weet winnen zij hiermee ook nog eens de verkiezingen.

Bezwaren

En daarmee kom ik op mijn bezwaren tegen de overdreven aandacht voor het monetaire beleid als de Europese conjunctuur verder verzwakt. Er zou meer aandacht moeten uitgaan naar wat vroeger wel ’flankerend’ beleid genoemd werd, het loonbeleid (ja, u leest het goed; daar was ooit beleid over) en het begrotingsbeleid.

Het ligt voor de hand dat landen met voldoende begrotingsruimte in de Eurozone, waaronder nadrukkelijk Duitsland en Nederland, de conjunctuur een duwtje in de rug geven. Dat hoeft niet per se door het aanjagen van de consumptieve bestedingen via lastenverlichting, dat kan ook door overheidsinvesteringen in infrastructuur of de energietransitie (te meer daar investeringen in de particuliere sector achterblijven) en defensie. Allebei mag natuurlijk ook.

Duitsland en Nederland exporteren veel meer dan ze importeren en hun economieën zijn gericht op de export. Ze zijn daarom zo kwetsbaar voor Amerikaans protectionisme en een afzwakkende groei in China. Het begrotingsbeleid is gericht op overschotten en een verlaging van de overheidsschuld. Constructieve plannen van de Franse president bijvoorbeeld om het weerstandsvermogen van de Eurozone te vergroten met een stabilisatiefonds worden gedwarsboomd. Met een voltooiing van de bankenunie vlot het evenmin en een Eurozone-brede depositogarantie blijft een ver verwijderd ideaal. Deze negatieve grondhouding is een recept voor een opleving van de eurocrisis wanneer het tot een recessie in de Eurozone komt. En eens komt die, ook al zou het nu nog kunnen meevallen.

De vraag zou niet moeten luiden: wat kan Draghi doen? De aandacht moet naar het begrotingsbeleid. Het overdreven leunen op de ECB is wel begrijpelijk: de ECB kan snel handelen en is geen directe verantwoording aan lastige parlementen schuldig. Maar het is ook gemakzuchtig. De ECB zal nooit ’nee’ verkopen, maar kan alleen de Eurozone niet redden.