Nieuws/Financieel
3228370
Financieel

Column: Juiste actie Rutte III met bemoeienis Air France KLM

Willem Vermeend (l) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l) en Rick van der Ploeg

Minister Wopke Hoekstra heeft met de staatsdeelname in Air France KLM in ons land een beetje de heldenstatus verworven. De vraag is echter voor hoelang. Het kabinet Rutte III moet het niet laten bij deze juiste actie, maar de rol van de overheid in relatie tot het bedrijfsleven op de politieke agenda moet zetten.

Willem Vermeend (l) en Rick van der Ploeg

Willem Vermeend (l) en Rick van der Ploeg

Deze week verbaasde het kabinet Rutte III vriend en vijand met de geheime aankoop van een groot staatsbelang in Air France KLM. Minister van Financiën Wopke Hoekstra gaf aan dat Nederland daardoor meer invloed krijgt op de ontwikkelingen binnen deze luchtvaartmaatschappij die nu door Parijs wordt gedomineerd. Deze invloed is nodig om beter de belangen te beschermen van KLM en Schiphol die een cruciale economische rol spelen bij ons internationale vestigingsklimaat. Zowel in de Haagse politiek als in de publieke opinie wordt deze actie als een goede zet gezien en heeft Wopke op dit moment een beetje de heldenstatus verworven. Maar voor hoelang?

In de internationale zakelijke media overheerst het beeld dat deze aankoop tot averechtse effecten zal leiden en dat de overgevoelige Fransen Nederland op verschillende terreinen zullen terugpakken. Binnen de EU verliest ons land de Britten als bondsgenoot en is Mark Rutte er in geslaagd dit verlies te compenseren door ‘vriendschap’ te sluiten met de Franse president Emmanuel Macron. Hij zal Macron moeten overtuigen dat het hier niet gaat om de Fransen een loer te draaien, maar om het waarborgen van cruciale Nederlandse economische en maatschappelijke belangen. Dat moet niet al te moeilijk zijn want Frankrijk geldt binnen Europa als de kampioen staatsbemoeienis.

Een trendbreuk?

In veel Nederlandse commentaren wordt de stap van een 14% staatsbelang in een beursgenoteerd internationaal bedrijf als een trendbreuk in de Haagse economische politiek gezien. Nederland is in vergelijking met andere landen altijd terughoudend geweest met een directe staatsbemoeienis met bedrijven. Voor deze opstelling wordt vaak verwezen naar de jaren tachtig. Een enquêtecommissie stelde toen vast dat de Nederlandse overheid vele honderden miljoenen belastinggeld had verspild door zelf als ondernemer actief te worden in de industrie. De breed gedragen conclusie was toen dat je politici en ambtenaren niet moet belasten met ondernemerschap. Ondernemen is een vak apart en dat geldt nog steeds.

Geen staatsbemoeienis

Het credo was, ook internationaal, dat economische groei het best gediend is met zo weinig mogelijk staatsbemoeienis en dat de nadruk moet liggen op marktwerking. Binnen de paarse kabinetten, waar wij beiden als bewindslieden deel van hebben uitgemaakt, werd deze trend gevolgd. Aan de andere kant waren deze kabinetten ook actief om met belastingmaatregelen het fiscale vestigingsklimaat van ons land te verbeteren. Binnen de EU waren vooral de Fransen daar erg boos over.

Wereldwijd zijn er inmiddels ingrijpende maatschappelijke veranderingen opgetreden die aanleiding geven om de rol van overheden, ook in Nederland, op de agenda te plaatsen.

Nadelen van vrijhandel

Binnen een toenemend aantal landen is er sprake van een groeiend verzet tegen globalisering en vrijhandel. Vooral actiegroepen en politieke protestpartijen menen dat hun land van deze trend te veel nadelen ondervindt. Zo zouden er bij hun eigen bedrijfsleven banen verloren gaan en zou vrijhandel leiden tot meer inkomens- en vermogensongelijkheid en aantasting van het milieu en klimaat.

Dat we onze huidige welvaart grotendeels te danken hebben aan globalisering en internationale handel, maakt overal steeds minder indruk. Het nationale eigen beleid is aan de winnende hand. Deze opvatting, aangeduid als protectionisme, heeft door het zogenoemde America First-beleid van de Amerikaanse president Donald Trump een extra impuls gekregen.

Wereldwijd zien we een toenemende concurrentie tussen landen die al tot een ‘belastingoorlog’ heeft geleid. Ze lokken internationale bedrijven en talenten (vooral op techgebied) naar hun land met belastingverlagingen en andere (fiscale) faciliteiten. Een voorbeeld is de spectaculaire belastinghervorming van Donald Trump waarmee hij ondernemers wil overhalen om in de VS te investeren. Inmiddels wordt al zichtbaar dat ook Europese bedrijven en talenten aan de lokroep van Trump gehoor geven. Europa valt op door stilte en een gebrek aan een adequaat antwoord.

Nederland: Gekke Henkie van Europa

Deze kop stond ruim zes jaar geleden in deze krant boven onze toenmalige column, waarin wij signaleerden dat steeds meer belangrijke Nederlandse bedrijven in handen komen van buitenlandse bedrijven en beleggers. Deze ‘uitverkoop’ van Nederlandse bedrijven werd bevestigd in een internationale studie waarin een ranglijst was opgenomen van landen die per saldo een waardeverlies of waardevoordeel hebben gerealiseerd bij het aantrekken van grotere bedrijven uit het buitenland en het verkopen van bedrijven aan het buitenland. Van de landen die een waardeverlies hebben geboekt stond Nederland in Europa op nummer 1; ook wel aangeduid als de “Gekke Henkie”.

Wij merkten op dat deze ‘uitverkoop’ voor ons land nadelig zou uitpakken. Niet alleen voor onze economie en werkgelegenheid, maar ook voor publieke belangen, zoals sociale zekerheid en een vrije pers. Nederland werd in de internationale handelswereld beschouwd als een vrij jachtgebied. Ons land kende niet zoals veel andere landen (Duitsland, Frankrijk maar ook de VS) wettelijke beschermingsregels waarmee de overheid overnames van bepaalde bedrijven door het buitenland kon blokkeren. In Nederland zijn we nu pas bezig met wetgeving op dit vlak.

Rol van overheid

In veel westerse landen wordt gepleit voor een overheid die op bovengenoemde gebieden een grotere rol gaat vervullen. De afgelopen decennia zijn onder invloed van de internationale trend van marktwerking en marktdenken, oorspronkelijke overheidstaken en overheidsbedrijven geprivatiseerd. De praktijk leert dat de vermeende voordelen van deze operaties vaak tegenvallen en ook dat de nadelen soms overheersen. Dit beeld wordt voor Nederland op een evenwichtige wijze geschetst in het Parlementair Onderzoek Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten (1990-2010) van de Eerste Kamer (gepubliceerd op 30 oktober 2012).

Daarnaast worden steeds meer landen geconfronteerd met de enorme machtspositie van Amerikaanse techgiganten als Apple, Facebook, Google en Amazon, maar ook met Chinese en Russische staatsbedrijven. Bovendien moeten alle landen snel een adequaat antwoord vinden op klimaatverandering en daar heb je de overheid voor nodig.

Rutte III

Met dank aan Wopke kan het kabinet Rutte III geschiedenis schrijven door de rol van de overheid hoog op de politieke agenda te zetten. Daar is alle aanleiding voor. De huidige wereld die gedomineerd wordt door een toenemende internationale concurrentie, protectiemaatregelen van steeds meer landen, machtige techgiganten en staatsbedrijven en klimaatbeleid vraagt om een beetje meer staatsbemoeienis zonder in de fout te vervallen dat de staat zelf als ondernemer gaat optreden.