Nieuws/Financieel
3264942
Financieel

Column: Politieke luchtballonnen

Deze week vielen ons bij de verkiezingscampagne voor de Provinciale Staten twee thema’s op die de media haalden, zoals hogere belastingen voor miljonairs om de inkomens- en vermogensongelijkheid tussen arm en rijk te verkleinen.

Maar ook het pleidooi van links om de overheidsuitgaven met miljarden te verhogen, omdat deze sector de afgelopen jaren zwaar verwaarloosd zou zijn. We stippen deze thema’s kort aan en geven daarbij de feiten.

Voor politici en hun aanhangers die luid verkondigen dat Nederland zich moet schamen voor de grote inkomensongelijkheid en vermogensverschillen en dat een rijkentaks dit moet oplossen, hebben we slecht nieuws.

Volgens recente studies en statistieken behoort Nederland wereldwijd al decennia lang tot de landen met de kleinste inkomensverschillen. Internationaal gezien zijn ook de vermogensverschillen klein. Deze gegevens laten tevens zien dat er geen sprake is van een toename.

Feiten tellen niet

Het valt op dat tijdens verkiezingscampagnes deze feiten niet tellen, maar wel de perceptie dat in Nederland de ongelijkheid groot is en toeneemt. Zo deed D66-voorman Rob Jetten deze week het voorstel om miljonairs in Nederland zwaarder te belasten. Met zijn Jettentaks, een hogere heffing op vermogens, wil hij de kloof tussen mensen aan de bovenkant en onderkant van de samenleving verkleinen.

Het idee om rijken meer belasting te laten betalen is niet nieuw. Linkse politieke partijen hebben, zowel in Nederland als in andere landen, de afgelopen decennia gepleit voor hogere belastingtarieven voor topinkomens en een hogere vermogensbelasting. Maar ze verhullen dat je armen niet rijker maakt door rijken armer te maken. Een extra verlaging voor lage inkomens werkt wel.

"75% van de rijkentaks moest worden ingetrokken"

Politici kunnen bij kiezers met rijkentaksen gemakkelijk scoren, maar ’vergeten’ daarbij te melden dat de geschiedenis leert dat deze belastingen een illusie zijn. In Nederland heeft het Centraal Planbureau (CPB) het afgelopen decennium talloze voorstellen voor deze taksen doorgerekend met als kernconclusie dat ze weinig geld voor de schatkist opleveren en zelfs geld kunnen kosten.

Dat laatste komt door gedragseffecten. Hogere belastingen leiden tot minder werk, tot belastingontduiking, tot minder ondernemerschap en tot vlucht naar het buitenland. Bovendien blijkt dat in de huidige digitale wereld de fiscus minder goed kan controleren.

Deze effecten hebben er toe geleid dat de 75%-rijkentaks, het paradepaardje van de vorige Franse socialistische regering, moest worden ingetrokken.

De heffing kostte de schatkist per saldo geld.

Rijkentaksen zijn uit

Deze taksen worden overal in de ban gedaan. De meeste landen doen dit uit eigen economisch belang. Het past niet in de heftige internationale concurrentiestrijd om met lage belastingen ondernemers, vermogenden, toptalenten en rijke investeerders voor hun land te behouden en ze vanuit andere landen aan te trekken.

Deze strijd kreeg een extra impuls door de forse belastingverlagingen die president Donald Trump vorig jaar heeft doorgevoerd. Inmiddels hebben ook Rusland en China zich met belastingverlagingen aan het front gemeld.

De echte cijfers

Al vanaf de start heeft Rutte III te maken met actiegroepen van ambtenaren (onder meer van de politie, het onderwijs en de zorg) die ontevreden zijn over hun werksituatie en salaris. Ze worden gesteund door de linkse oppositie in de Twee Kamer die bij het kabinet heeft aangedrongen om extra miljarden voor de publieke sector (ook wel aangeduid als de collectieve sector).

Links meent dat er de afgelopen decennia te weinig in de publieke sector is geïnvesteerd en dat door bezuinigingen en marktwerking deze sector is verwaarloosd. Daardoor zouden werknemers zich in de steek gelaten voelen en niet gewaardeerd.

Uit de meest recente cijfers blijkt dat Nederland een collectieve sector heeft die boven het EU-gemiddelde ligt. Uit het rapport ’Publiek voorzien’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt bovendien dat de opvatting over verwaarlozing feitelijk onjuist is.

De omvang van de Nederlandse publieke sector is juist toegenomen. Het SCP laat zien dat in de periode 1998 tot en met 2015 de reële overheidsuitgaven – dus gecorrigeerd voor inflatie – gemiddeld met 3% per jaar zijn gestegen. Ook in de jaren 2016-2019 is er sprake van een publieke sector die verder groeit.

Recente berekeningen wijzen uit dat onder Rutte III de omvang van de publieke sector verder zal toenemen, vooral door de extra rijksuitgaven voor defensie, onderwijs en zorg. De feitelijke situatie is dat de groei van ons nationale inkomen vooral naar de publieke sector gaat.

Een noodzakelijke herwaardering

Tegen een grotere publieke sector bestaan reële bezwaren. Als belangrijkste bezwaar geldt dat de extra kosten moeten worden opgebracht door hogere belastingen voor burgers en bedrijven. Daarnaast kan een grotere collectieve sector ten kosten kan gaan van investeringen in het bedrijfsleven.

Nederland behoort nu al tot de landen met de hoogste belastingdruk op burgers en de grens is wel bereikt. Aan de andere kant is er juist alle aanleiding voor een herwaardering van de publieke sector, maar wel breder dan links voorstelt.

Wereldwijd krijgen overheden te maken met een oppermachtig bedrijfsleven, zoals internationale internet- en techgiganten, vooral uit de VS, die nationale economieën steeds sterker op allerlei terreinen beïnvloeden.

Ze bouwen economische machtsposities op, maken zich schuldig aan het ontwijken van belastingen en het schenden van privacyregels. Bovendien nemen in de wereld van 4.0 de taken van overheden toe op het terrein van veiligheid, klimaat, toezicht, cybersecurity, maar ook bij de zorg, de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. Daarnaast zien we in veel landen een steeds grotere kloof ontstaan tussen arm en rijk, die om oplossingen vraagt.

Meer overheid

In veel westerse landen is er sprake van een toenemend pleidooi voor een overheid die op bovengenoemde gebieden een grotere rol gaat vervullen. Rutte III kan geschiedenis schrijven door de herwaardering van de publieke sector hoog op de politieke agenda te zetten.

Daarbij gaat het voor een deel om maatregelen die de schatkist geen geld hoeven te kosten. Veel werknemers in de publieke sector worden bij het uitoefenen van hun functie geconfronteerd met bureaucratie, toezichtregels en papierwerk. Deze gaan ten koste van een goede dienstverlening.

Een herwaardering houdt ook in de professionals in de collectieve sector meer eigen beleidsruimte en eigen verantwoordelijkheid te geven.

Meer financieel nieuws via je mail? Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.