Nieuws/Financieel
3299474
Financieel

Column: Werken aan verstandige CO2-heffing

Premier Rutte verdient waardering voor de wijze waarop hij de regie over het klimaatbeleid weer bij de politiek heeft neergelegd. Het voorstel van Rutte III om een ‘verstandige’ CO2-heffing in te voeren moet brede steun krijgen, ook vanuit het bedrijfsleven. De opzet van deze heffing moet echter zodanig zijn dat het internationale vestigingsklimaat van Nederland, de motor van onze economie, niet wordt aangetast.

Om de opwarming van de aarde tegen te gaan is in 2015 in Parijs een mondiaal klimaatakkoord gesloten dat ook door Nederland is ondertekend. Op grond daarvan moeten landen maatregelen treffen om de uitstoot van CO2 zodanig te verminderen dat aan het einde van deze eeuw de opwarming van de aarde beperkt blijft tot ruim onder de 2o Celcius. Wereldwijd zijn experts van mening dat de kern van het klimaatbeleid gebaseerd moet zijn op het beginsel “de vervuiler betaalt”.

Cijfers wijzen uit dat bedrijven, vooral de industrie, met een hoge uitstoot van CO2- de grootse vervuilers zijn. De beste maatregel om deze uitstoot aan te pakken, is een CO2-heffing waardoor ze geprikkeld worden om hun uitstoot te verminderen en groener te gaan produceren. In de praktijk bedenken ze zelf (technische) oplossingen om dit te realiseren en zullen daarbij kiezen voor de meeste effectieve methode.

Klimaattafels mislukt

Deze week kwam premier Mark Rutte met de verrassende mededeling dat het kabinet in het kader van het klimaatbeleid een ‘verstandige vorm van een CO2-heffing’ zal invoeren. De premier maakte dit bekend nadat het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) een dikke onvoldoende hadden uitgedeeld aan het concept klimaatakkoord dat was opgesteld door de klimaattafels van Ed Nijpels. De bureaus stelden niet alleen vast dat met dit concept de klimaatdoestellingen van Rutte III waarschijnlijk niet gehaald zullen worden, maar ook dat veel plannen van de tafels niet effectief zijn en zo vaag dat ze niet goed doorgerekend kunnen worden.

Bovendien becijferen ze dat de klimaatrekening bij de burgers wordt neergelegd en bedrijven ontzien. Eerder schreven we al dat het een slecht idee was om het klimaatbeleid uit te besteden aan een bont gezelschap van organisaties met eigen belangen die met waterige compromissen dit beleid gingen bepalen. Gelukkig heeft Rutte III nu besloten dat de politiek daarover gaat en de regie zal voeren. Deze verstandige beslissing heeft zoals deze krant schreef, wel tot een klimaatchaos geleid in de vorm van onzekerheid bij burgers en bedrijven over de financiële gevolgen. Alle tot op heden gepresenteerde berekeningen kunnen de prullenbak in en het kabinet zal met nieuwe koopkrachtplaatjes moeten komen.

CO2-varianten

De komende maanden zal vooral de aandacht uitgaan naar de vormgeving van de aangekondigde CO2-heffing. In deze column geven we een korte schets van een mogelijke opzet. Er bestaat geen standaardmodel voor een CO2-taks. Zowel in wetenschappelijke studies als in de praktijk komen we talloze varianten tegen. In onze internationale studie Taxes and the Economy en de publikatie Greening Taxes hebben we een aantal daarvan onder de loep genomen. Het meest effectief is een CO2-heffing op wereldschaal of op Europeesniveau. Zo voorkom je concurrentievervalsing tussen landen en een vlucht van bedrijven naar landen zonder heffing. Omdat dit een illusie is, beperken we ons tot een nationale CO2-heffing die Rutte III gaat ontwerpen. Bij de opzet daarvan kan het kabinet lering trekken uit studies en praktijkervaringen. Wij vatten ze kort samen.

Opzet van een CO2-heffing

Bij de opzet van de Nederlandse CO2-heffing moeten drie uitgangspunten centraal staan: het voorkomen dat bedrijven vanwege de heffing naar het buitenland verhuizen, klimaateffectiviteit en eenvoud. Tegenstanders van deze belasting wijzen vooral op een verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat en banenverlies. Dit kan voorkomen worden door de opbrengst van de CO2-taks terug te sluizen naar de groep bedrijven die de heffing moet betalen, waarbij vooral verplaatsing naar het buitenland ( “weglekeffect”) wordt tegengegaan.

Slimme methode

Daarbij is het met een slimme methode mogelijk dat het Nederlandse bedrijfsklimaat internationaal niet wordt aangetast, maar zelfs beter kan worden, bijvoorbeeld door bij deze bedrijven met het terugsluisgeld klimaatinvesteringen te subsidiëren. Het gaat veelal om dure investeringen in nieuwe technologieën waarmee de productie- en bedrijfsprocessen worden vergroend en de CO2-uitstoot wordt beperkt. In de praktijk zien we nu al dat met toepassingen van kunstmatige intelligentie, Internet of things, digitalisering, 3D-printen en robottechnologie enorme klimaatresultaten worden behaald en we staan pas het begin van deze green tech-revolutie.

Smart Industry

Op maandag 18 maart 2019 vindt in Hilversum het zogenoemde Smart Industry Jaarevent plaats waarbij aan het kabinet op dit terrein een versnellingsagenda wordt aangeboden. Wereldwijd zullen de komende decennia alle productie- en bedrijfsprocessen duurzaam moeten worden. Met een slimme CO2-heffing en de innovatieve (green) tech van onze Smart Industry kan Nederland een voorsprong opbouwen: we halen niet alleen onze klimaatdoelstellingen, maar het is ook goed voor onze economie, werk en welvaart.

In onze werkkring zien we in veel landen een opmars van creatieve start-ups op het terrein van energietransitie. Nederland zou het Europese centrum van deze slimmeriken moeten worden en dat kan als Rutte III ze een extra mooi bedrijfsklimaat weet aan te bieden. Groene ondernemer Ruud Koornstra heeft daarvoor recent ideeën geopperd.

Een slecht idee

Verschillende politieke partijen willen de opbrengst van de CO2-heffing gebruiken om de energielasten bij burgers te verlagen. Dit een heel slecht idee. Alle voordelen die we hier boven hebben geschetst vervallen en bovendien fluctueert deze opbrengst, mede afhankelijk van het (vlucht) gedrag en de klimaatinspannigen van bedrijven. Ook valt bij burgers de prikkel weg om energie te besparen. De enige en beste oplossing om burgers tegemoet te komen is een structurele verlaging van de loon- en inkomstenbelasting voor lagere en middeninkomens waardoor hun netto inkomen toeneemt.

Oplopend tarief en eenvoud heffing

Voor veel industriële bedrijven zal een vergroening van productie- en bedrijfsprocessen meer dan een decenium in beslag nemen. Bij de opzet van de CO2-taks is daarom een ruim ingroeimodel nodig en een laag starttarief. Voor de CO2-heffing hebben wij daarom eerder een oplopend tarief voorgesteld dat start met 30 euro per ton CO2 en geleidelijk, in bijvoorbeeld vijftien jaar, oploopt naar 100 (inclusief Europese CO2-prijs).

Met het oog op een eenvoudige en effectieve uitvoering zijn twee punten van belang: beperk de regeling tot de grootste vervuilers (circa 300 bedrijven), maak in beginsel geen uitzonderingen en digitaliseer de opzet en uitvoering van de heffing met behulp van een digitaal platform voor bedrijven en de fiscus.