Financieel/Ondernemen
3415096
Ondernemen

Column: Meer weerbaarheid graag

Als iedereen individueel weerbaarder zou zijn, dan is dat goed voor de economie en uiteindelijk voor onze internationale concurrentiepositie. Zo simpel is het.

Weerbaarheid betekent dat je zonder te klagen, jammeren en mopperen snel kunt schakelen en dat je de blik naar voren richt. Ook op je werk. Dus, dat je flexibel bent en zelfreflectie bezit waardoor je jezelf niet in de slachtofferrol manoeuvreert als het even tegenzit.

Nederland loopt namelijk een risico. Onvermijdelijk krijgen we ooit weer te maken met een economische terugval. Brexit. Trump, de wankele financiële sector, handelsoorlogen. Noem het maar op. Het consumentenvertrouwen? Als die laatste het ravijn instort, dan zijn we nog niet klaar!

Maar áls de rampspoed aanklopt, dan moeten we wel in staat zijn om met gezonde positiviteit de mouwen op te stropen. Niet alleen om de macro-economische ellende te pareren, maar ook voor een blijvend antwoord op de disruptive businessmodellen waar elke branche gewoon mee te maken heeft. Succesvolle ondernemers weten hoe ze hiermee moeten dealen. No problem! Er zijn beslist ook werknemers, die ondernemend denken en handelen en op pro-actieve wijze hun werkgevers elke dag een schop onder de kont geven.

Het Systeem

Helaas zijn er echter nog veel mensen die niet begrijpen dat ze (met zichzelf) aan de slag moeten. Jammeren en klagen is het dagelijkse credo. Vingerwijzen naar ’Het Systeem’. Zo vrees ik bijvoorbeeld al die jongeren die op het punt staan de arbeidsmarkt te betreden. Ze zijn nét iets te vaak én nét iets te veel door hun pappies en mammies verwend.

Een frappant voorbeeld: vorige week publiceerde het Amsterdamse D66-raadslid Dehlia Timman een filmpje, waarin ze zonder gêne vertelt dat ze haar 11-jarige zoon een week New York cadeau had gedaan. Een week New York!!!

Omdat hij een goede score bij de CITO-toets had behaald.

Oh My God.

Opvoedkundig signaal

Als ik vroeger een puike prestatie leverde, dan mocht ik ’slechts’ bij het avondeten voor een tweede keer appelmoes opscheppen. Wat denkt deze wereldvreemde (lees: über-elitaire!) D66-moeder wel? Snapt zij niet welk catastrofaal opvoedkundig signaal ze afgeeft? Wat hierna? Als hij bij zijn eerstvolgende hockeywedstrijd een doelpunt scoort, wordt het dan een nieuwe mountainbike met 132 versnellingen? En krijgt hij een iPhone X met abonnement als hij z’n zusje niet pest? Het moet niet gekker worden.

Maar het is tegenwoordig Business As Usual; vaders en moeders pamperen zich een ongeluk. Als een kleuter zijn eerste zwemdiploma haalt, dan ’moet’ je die tegenwoordig verwennen met een compleet Playmobil-bouwpakket. Of een nieuwe Wii. Met minder geen genoegen. Terwijl ’kunnen zwemmen’ bittere noodzaak is. Net als een goede score bij de CITO-toets. Soms moet je in het leven iets kunnen leveren waar niets tegenover staat. Toch?

Desastreuze gevolgen

Deze oliedomme moeder creëert dus een verwend jochie. Ik heb nu al medelijden. Want, hoe moet het als hij over 15 jaar de arbeidsmarkt betreedt? En dat hij dan met de niet voorspelbare dynamiek van Het Echte Leven wordt geconfronteerd?

Slechts een enkele tegenslag of een ’Nee’ van zijn baas en hij kan meteen aan de anti-stresspillen en naar de psych. Klagend. Jammerend. En, mopperend. En waarschijnlijk ook stampvoetend omdat hij van huis uit gewend is dat alles met een ’Ja’ wordt beantwoord. Ik benijd zijn toekomstige werkgevers niet. Ze hebben een niet-weerbare Grote Jankerd binnengehaald. En met niet-weerbare werknemers versterkt een bedrijf nooit zijn eigen concurrentiepositie.

Gezond verstand

Daarom ben ik zo blij dat mijn ouders wél gezond verstand hadden. Geen overdreven beloningen en geen dagelijkse vleiende complimentjes voor de jonge Jerry. Nooit ben ik gepamperd. Hun opvoeding versterkte mijn weerbaarheid voor Het Echte Leven. En daarmee mijn ondernemend denken en handelen én zelfstandig ondernemerschap.

En daarmee – logischerwijze – ook mijn bijdrage aan de economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland.