Nieuws/Financieel
3472496
Financieel

Column: Oplossing voor onvrede rond spaartaks

Het kabinet moet haast maken met het verlagen van de belastingen voor burgers. Daarmee kan de koopkracht van veel huishoudens die nu niet goed kunnen rondkomen, worden verhoogd. Ook de spaartaks moet eerlijker.

Nederland behoort in Europa tot de landen met de hoogste belasting- en premiedruk. Bij de lastendruk op arbeid zitten we zelfs in de kopgroep. Deze week waarschuwde de Raad van State dat we in Nederland te veel belasting betalen.

Volgens de Raad zijn huishoudens steeds meer kwijt aan belastingen en premies. Dit staat haaks op de belofte in het regeerakkoord waarin het kabinet Rutte III juist flinke belastingverlagingen aankondigt. Hoewel het kabinet zegt dat ze daarmee bezig is, laten de cijfers nog steeds zien dat de lastendruk in Nederland stijgt. Ondanks de verlaging van de loon- inkomstenbelasting, merken veel huishoudens dat ze door de hogere btw en premieverhogingen minder kunnen besteden. Door de aangekondigde klimaatlasten en stijgende zorgkosten wordt dat straks nog erger.

Het kabinet heeft op dit moment voldoende middelen om de lastendruk voor huishoudens te verlagen. Maar volgens het Centraal Planbureau (CPB) neemt deze ruimte de komende jaren af doordat we te maken krijgen met een lagere economische groei. Tot voor kort groeide onze economie uitbundig met percentages van 2,5% of zelfs hoger. Recent voorspelde het CPB dat de economische groei, vooral door internationale ontwikkelingen en vergrijzing, zal terugzakken naar 1% tot 1,5% en dat betekent lagere belastinginkomsten voor de schatkist.

Deze tegenvaller houdt tevens in dat er minder geld voor belastingverlagingen resteert. Eerder hebben wij al betoogd dat in politiek Den Haag, lagere belastingen voor huishoudens, met name de middeninkomens, hoe dan ook op de eerste plaats moet staan. Met een lagere belasting- en premiedruk is het bovendien mogelijk de verwachte lagere economische groei een oppepper te geven die tot een hoger groeipercentage leidt.

Onvrede over belastingen

De maatschappelijke onvrede over ons belastingstelsel neemt toe. Het is te ingewikkeld, de lastendruk is te hoog en wordt bovendien oneerlijk verdeeld. Veel mensen vinden dat de hoogste inkomens en vermogens meer belasting moeten betalen. Linkse politieke partijen willen daarom zogenoemde ’rijkentaksen’ invoeren, maar die zijn bijna overal afgeschaft omdat ze de schatkist per saldo niets opleveren en zelfs geld kosten. Daarnaast vinden deze partijen en hun aanhang dat grote bedrijven, zoals multinationals, meer belasting moeten betalen. Deze onvrede stippen we hier kort aan.

Bij de belastingherziening in 2001 zijn belangrijke vereenvoudigingen doorgevoerd. In de jaren daarna zijn deze weer teniet gedaan, vooral door de invoering van allerlei fiscale inkomenstoeslagen voor met name lagere-inkomensgroepen en regelingen voor maatschappelijke doelen. Alle pogingen voor een nieuwe vereenvoudigingsoperatie zijn tot op heden mislukt, in hoofdzaak vanwege de ingrijpende inkomenseffecten voor veel inkomensgroepen. In deze kabinetsperiode zal een dergelijke operatie dan ook niet meer plaatsvinden en maken we steeds meer gebruik van slimme computerprogramma’s die het fiscale leven vereenvoudigen.

Spaartaks

Bij de belastingherziening van 2001 is ook de vermogensrendementsheffing van box 3 ingevoerd, veelal aangeduid als de spaartaks, een belasting van 30% over een fictief rendement. Bij de invoering werd dit op 4% gesteld en waren er geen protesten, omdat de echte redendementen voor veel mensen veelal hoger lagen. Het fictieve stelsel maakte een einde aan regelingen waarbij vermogens op basis van werkelijke rendementen werden belast. Deze werden door mensen met hoge inkomens en vermogens met slimme belastingconstructies massaal ontdoken waardoor de schatkist jaarlijks vele miljarden aan belastinginkomsten misliep. Nu zijn er pleidooien voor de terugkeer naar een heffing op basis van werkelijke rendementen, ook vastgelegd in het regeerakkoord.

Bij het ontwerpen van box 3 hebben de toenmalige bewindslieden van Financiën (Zalm en Vermeend), diepgravende studies laten verrichten naar een belasting op basis van werkelijke rendementen. Deze hebben uiteindelijk geleid tot de keuze voor het huidige solide en eenvoudige fictieve systeem. Een heffing op echte rendementen is ingewikkeld met veel papierwerk en zou bovendien een gatenkaas zijn met legio mogelijkheden om belasting te ontwijken. In de huidige digitale wereld zijn deze nog gemakkelijker geworden en is de Belastingdienst nauwelijks meer in staat daartegen op te treden.

Nieuw opzet box 3

Door de lage rente, rond nul, is een onhoudbare situatie ontstaan. Voor mensen met in hoofdzaak spaarrekeningen is het fictieve rendement hoger dan het rentebedrag dat ze ontvangen. De beste en snelste methode om deze groep tegemoet te komen, is een oplossing binnen box 3, waarbij alleen het werkelijke rendement van spaargeld wordt belast. Dit is technisch mogelijk, maar vraagt wel om een regeling die voorkomt dat andere beleggers via belastingconstructies daarvan ook gebruik gaan maken.

De invoering van een nieuw stelsel waarbij het volledige vermogen op basis van werkelijke rendementen wordt belast, kost ten minste drie jaar en is bovendien een onverstandig alternatief: het is ingewikkeld, een speelbal voor creatieve belastingadviseurs, onuitvoerbaar voor de huidige fiscus en het leidt tot fors lagere belastinginkomsten.

Meer belasting voor multinationals

In veel landen neemt de onvrede toe over multinationals die met legale trucs belasting ontwijken. Sommige politieke partijen in Nederland rekenen zich al rijk door deze concerns aan te pakken. De internationale praktijk maakt duidelijk dat dit een illusie is. Binnen de EU heeft elk land zijn eigen belastingsysteem waarover het zelf de baas is. Bovendien halen de lidstaten alles uit de kast om vanwege de werkgelegenheid deze bedrijven in huis te halen. Zo maken ze met legale methoden zelf mogelijk dat deze concerns de belasting ontwijken. Landen die met nationale wetgeving ontwijking proberen tegen te gaan, zoals Nederland, ervaren nu al dat het gaat om dweilen met de kraan open. Een eigen nationale aanpak kost zelfs geld en werkgelegheid doordat investeringen daarna gaan plaatsvinden in andere EU-landen waar deze bedrijven welkom worden geheten met (fiscale) tegemoetkomingen.

Voor de EU is de enig werkbare oplossing die extra geld kan opleveren een Europese winstbelasting met een vast minimumtarief die voor alle lidstaten gaat gelden. Maar ook dan moet de EU nog opboksen tegen het belastinggeweld van Donald Trump die bezig is Europese bedrijven naar zijn land te lokken met lage belastingen en andere faciliteiten. Inmiddels hebben China en Rusland het voorbeeld van Trump gevolgd. Tot op heden zij alle internationale pogingen om deze ’belastingoorlog’ aan te pakken faliekant mislukt en is er helaas geen reden voor optimisme.