Nieuws/Financieel
3496094
Financieel

Column: China’s lange mars blijft maar duren

De Chinese overheid is al even bezig met het stimuleren van de economie.

De Chinese overheid is al even bezig met het stimuleren van de economie.

Op 17 april werd het groeicijfer voor de Chinese economie over het eerste kwartaal van dit jaar bekendgemaakt. Het cijfer viel licht mee: 6,4%, net als in het laatste kwartaal vorig jaar. En ook nog eens keurig binnen de doelstelling voor 2019: een groei tussen de 6,0 en de 6,5%. Dit komt wel weer erg goed uit.

De Chinese overheid is al even bezig met het stimuleren van de economie.

De Chinese overheid is al even bezig met het stimuleren van de economie.

Enige scepsis is uiteraard op zijn plaats bij de Chinese groeicijfers. Ze zijn zeer politiek gevoelig en gebaseerd op cijfers aangeleverd door lagere overheden, die worden aangezet tot overdrijving omdat ze afgerekend worden op groei- en investeringsdoelstellingen. Ze lijken nog wel eens te mooi om waar te zijn.

Indicatoren

Vandaar dat ook wel gekeken wordt naar andere indicatoren. Mijn favoriet is de Li Keqiang-index. Die index is zo genoemd omdat premier Li Keqiang zich ooit tegen een Amerikaanse diplomaat liet ontvallen dat hij slechts drie indicatoren betrouwbaar genoeg achtte om een beeld van de Chinese economische groei te krijgen: elektriciteitsproductie, goederenverkeer over het spoor en de binnenlandse kredietverlening. Nadeel van deze indicator is dat hij grotendeels betrekking heeft op de industriële sector, minder op de steeds belangrijker wordende dienstensector.

Daarnaast is er nog de herenondergoedindex (ooit voorgesteld door Alan Greenspan als betrouwbare conjunctuurindicator), de instantnoedelsindex (relatief populair wanneer de tijden moeilijk zijn en omgekeerd) en de ingemaaktegroentenindex (als migratie stijgt door de groei dan ook de verkoop van ingemaakte groenten).

Plausibel

Ik beperk me toch maar tot de officiële cijfers omdat het geschetste beeld van stabilisatie mij wel plausibel voorkomt. De Chinese autoriteiten zijn immers al enige tijd bezig om de economie over een breed front te stimuleren door belastingverlaging, het opnieuw toestaan aan lagere overheden om te investeren in infrastructuur en het stimuleren van de kredietverlening door het gestaag verlagen van de reserveverplichtingen van het bankwezen.

Die maatregelen lijken nu effect te sorteren. Zowel de industriële productie als de detailhandelsverkopen trokken sterk aan in maart. Goed, mogelijk was februari zwak door de vakantieperiode na het Chinese nieuwjaar, maar toch. Hernieuwd optimisme over de kans op een handelsakkoord tussen China en de Verenigde Staten speelde ook een rol. Waarschijnlijk wordt een ’deal’ binnenkort bezegeld door een persoonlijke handdruk tussen Trump en Xi. De Chinese beurs heeft een prachtig eerste kwartaal achter de rug en steeg in april lekker verder. Ook het ondernemersvertrouwen stijgt.

Handelsoorlog

Risico is dat als Trump binnenkort zijn handen vrij heeft, hij aanstuurt op een handelsoorlog met de Europese Unie. Hij heeft tenslotte het al veertien jaar voortslepende conflict over illegale subsidies aan zowel Airbus als Boeing bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) plotseling verergerd door te dreigen met invoerrechten op Europese producten ter waarde van elf miljard dollar. Waaronder op onze Edammer en Goudse kaas, zonder een nadrukkelijke autorisatie van diezelfde WTO. Dit zou je kunnen zien als een bescheiden schot voor de boeg. Het is tenslotte klein bier. De VS importeerden uit de EU in 2018 volgens Berenberg immers een duizelingwekkende 689 miljard dollar.

Maar voor 17 mei moet Trump beslissen wat hij doet met het, in theorie, geheime rapport over de mate waarin Duitse auto’s en auto-onderdelen een bedreiging zijn voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten. Dat rapport biedt hem waarschijnlijk alle ruimte voor strafmaatregelen.

Tegenstander

De belangrijkste reden waarom ik die toch onwaarschijnlijk acht, is dat er in tegenstelling tot in het geval van China heel weinig binnenlandse Amerikaanse steun is voor strafmaatregelen tegen de EU. Bovendien is de EU een machtige tegenstander. De export van de VS naar de EU is drie keer zo groot als die naar China. Vergeldingsmaatregelen van de EU kunnen de VS hard treffen. Het zal dan ook waarschijnlijk allemaal zo’n vaart niet lopen.

Terug naar China. Geruchten gaan dat de Chinese autoriteiten nieuwe maatregelen overwegen om de binnenlandse consumptie aan te jagen, waaronder het subsidiëren van elektrische voertuigen, het inruilen van smartphones en huishoudelijke apparatuur (volgens Bloomberg 13% subsidie tot een maximum van 800 yuan per product). Wat betreft de Chinese groeivooruitzichten zie ik op dit moment het glas dan ook eerder halfvol dan halfleeg.

Léon Cornelissen is hoofdeconoom van Robeco.