Nieuws/Financieel
3509352
Financieel

Column: Japanse problemen voor Duitse banken

Even leek het erop dat er een verstandshuwelijk zou komen tussen Duitse banken, net als in de jaren negentig in Japan.

Even leek het erop dat er een verstandshuwelijk zou komen tussen Duitse banken, net als in de jaren negentig in Japan.

Recente berichten over de mogelijke fusie tussen Deutsche Bank en Commerzbank riepen bij mij, als Japan-volger, grote gevoelens van déjà vu op.

Even leek het erop dat er een verstandshuwelijk zou komen tussen Duitse banken, net als in de jaren negentig in Japan.

Even leek het erop dat er een verstandshuwelijk zou komen tussen Duitse banken, net als in de jaren negentig in Japan.

Na het barsten van de Japanse vastgoed- en aandelenbubbel in 1990 modderde de economie nog ruim tien jaar door met ultralage rentes. Uiteindelijk moesten de Japanse banken door fusies weer gezond gemaakt worden.

Rente

Het enige positieve dat je erover kunt zeggen is dat deze banken inderdaad nog steeds bestaan, maar het is allerminst het begin van een glorieuze periode geweest. Juist die voortdurend lage rentes hebben het in de afgelopen vijftien jaar heel moeilijk gemaakt voor banken om geld te verdienen. Een bank in Japan leent geld voor 0%, maar kan niet meer dan 1% rente vragen van zijn klant. En bovendien groeit de portefeuille ook niet bepaald, want bedrijven zijn als de dood voor een nieuwe ronde van kredietproblemen.

Met name als gevolg van een zeer ongunstig demografisch beeld is de groei traag. Sparen blijft populair omdat, vanwege de lage rentes, spaarders zich zorgen maken over hun pensioen. Ondanks dat er in de afgelopen tien jaar nauwelijks slechte leningen zijn verstrekt, hebben banken een zeer marginaal bestaan geleid. De drie mega-fusiebanken die uit de crisis herrezen (Mitsubishi UFJ, Mizuho en Sumitomo Mitsui) hebben over de afgelopen vijftien jaar gemiddeld een jaarlijks beursrendement van -2.5% opgeleverd (inclusief dividend!). Daar doet u het niet voor, toch?

Obligaties

Periodes van grandioos herstel (2005, 2013) werden afgewisseld met peilloze dieptes en emissies (2009). Beleggers gaan bankaandelen nu zien als een obligatie (dat wil zeggen een dividendrendement maar zonder enige groeiverwachting), maar met flinke neerwaartse risico’s als er iets mis gaat in de kredietportefeuille. De prijs daarvoor in Japan lijkt uit te bodemen bij een dividend van 4-4,5%.

In Duitsland lijkt zich nu precies hetzelfde af te spelen. Europa vergrijst, de groei is structureel laag en de rentes zijn al bijna tien jaar te laag om als bank een aantrekkelijke marge te kunnen maken. De bank neemt dan vaak excessieve risico’s en gaat in het buitenland op zoek naar rendement. De kostenbasis kan zich niet snel genoeg aanpassen aan de dalende inkomsten en de problemen stapelen zich op.

Kredietvraag

Duitsland lijkt in economisch opzicht op Japan omdat het een sterke industriële economie heeft die veel geld verdient met de export. Kredietvraag hangt dan ook in belangrijke mate af van de groei in de wereld en die blijft laag, hoezeer de centrale banken met hun lagerentepolitiek ook proberen de zaak aan te zwengelen.

Het Duitse bankensysteem begint te lijken op dat van Japan in 2001. Duitsland is aan het ’Japanificeren’. En dat is geen compliment, althans niet in de ogen van beleggers. Japan heeft veel moois te bieden, maar ’s lands monetaire politiek van pappen en nat houden verdient geen voorbeeldfunctie.

Risico

Nu lijken we in Duitsland (en de rest van de eurozone) toch die kant op te gaan. Creatieve destructie is het kenmerk van een gezonde kapitalistische samenleving. Bewust risico nemen. Goede plannen worden beloond, zwakke plannen sterven af (met als gevolg een slechte lening voor de bank). Alleen de Verenigde Staten laten dat toe, de rest van de wereld niet. Daar is risico een gevaarlijk woord. De centrale banken hebben de kern van het bankensysteem (het prijzen van risico en een gezonde marge tussen inleenkosten en uitleenkosten) ondergraven.

Een van mijn vroege leermeesters bij Robeco, Izaak Maartense, heeft me al in de jaren negentig geleerd om als belegger zeer sceptisch te zijn over beleggingen in banken: „Het gaat een paar jaar goed en daarna kloppen ze weer bij je aan voor vers kapitaal.” En als ik daar nu over nadenk en terugkijk op de resultaten, was dat een zeer ware uitspraak. Banken zijn voor beleggers alleen geschikt om ritjes in te maken en de bemoeienis van de centrale banken over de afgelopen twintig jaar speelt daarin een belangrijke rol. Mag de rente alsjeblieft weer terugkomen?

Arnout van Rijn (1965) woont en werkt in Hongkong. Hij is fondsmanager van Robeco Asia Pacific Equities sinds 2007. Hij werkt sinds 1990 bij Robeco en is voormalig fondsmanager van Rolinco en Robeco Emerging Markets Equities.