Nieuws/Financieel
3535245
Financieel

Lieftinck gaf in 1945 al voorbeeld met zijn ’tientje’

Den Haag - Criminelen dwars zitten door geld ongeldig te verklaren, is al eerder gebeurd.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was het bestrijden van zwart geld het grote doel bij de roemruchte geldzuivering. Tijdens de oorlog had de Duitse bezetter flink geld bijgedrukt waardoor er inflatie dreigde en waren vele Nederlanders op oneerlijke wijze rijk geworden.

Om beide problemen aan te pakken zette minister van Financiën, Piet Lieftinck, een grote operatie op. In het najaar van 1945 werd al het geld in één klap ongeldig verklaard. In de maanden daarna kon ieder dat oude geld omwisselen voor nieuw geld.

Zwarthandelaren winst kwijt

Maar wie geld inwisselde moest de herkomst van het geld aantonen. Zwart geld werd niet aangemeld waardoor de beruchte zwarthandelaren uit de oorlog in één klap hun winsten kwijt waren.

In de periode tussen het ongeldig verklaren van het oude geld en de start van de omwisseling, moesten Nederlanders wel kunnen leven. Daarom kreeg iedereen voor die periode (die minimaal een week duurde) een nieuw biljet van tien gulden; het biljet ging de geschiedenis in als het ’Tientje van Lieftinck’. Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw maakte Lieftinck een grote carrière in de internationale financiële wereld maar in Nederland is zijn naam voor altijd verbonden aan het biljet van tien gulden.