Nieuws/Financieel
3592699
Financieel

VGZ wint zaak in tandartsruzie

Utrecht - VGZ deelt een belangrijke klap uit in een hoogopgelopen ruzie met tandartsen, implantologen en de leveranciers van implantaten. De zorgverzekeraar ziet zijn strengere inkoopbeleid overeind blijven.

Dat blijkt uit een uitspraak in een kort geding dat woensdag diende in de rechtbank in Utrecht tussen VGZ en implantatenleverancier Straumann. De laatste, marktleider in tandimplantaten, wilde onder een 3-jarig contract uit dat het met VGZ ging sluiten over de levering van implantaten tegen een scherpere prijs. De leverancier zei dat dit moest kunnen omdat er nog geen handtekeningen stonden. Daar ziet de rechter weinig goede redenen voor.

Andere leveranciers en de tandartskoepels volgden de zaak op de voet, omdat er al enkele maanden een strijd is met VGZ over het aangescherpte inkoopbeleid. In februari kondigde VGZ in De Telegraaf aan goedkoper implantaten in te kopen via voorkeursleveranciers, zodat woekerwinsten bij tandartsen op de inkoop van implantaten zouden verdwijnen. De tandartskoepels waren daarna woedend en eisten excuses van VGZ, die ze niet kregen.

Wel of geen contract?

Straumann had in de zomer van 2018 een prijsopgave gedaan om te tonen tegen welke prijs het tandimplantaten zou kunnen leveren aan VGZ. Aan de hand van deze prijs en de tarieven van elf andere implantaatleveranciers, dacht VGZ dat implantaten vaak goedkoper ingekocht moeten kunnen worden. Gemiddeld kwam die prijs uit op 186 euro, terwijl tandartsimplantologen de producten doorgaans voor het maximaal declareerbare tarief van 314 euro verrekenen (en zo dus soms wat geld overhouden als ze goedkopere implantaten zetten).

3 miljoen besparen

Door met de twaalf bedrijven af te spreken dat zij tegen de prijzen uit de opgave implantaten zouden leveren, dacht VGZ 3 miljoen euro te kunnen besparen op de 26.000 implantaten die bij klanten van de zorgverzekeraar worden gezet. Dat ten koste van winsten die tandarsimplantologen bij de inkoop konden maken.

Discussiepunt in de zaak met Straumann was of er nou al wel of niet een contract was. Straumann zei nog niet getekend te hebben, maar VGZ vond dat de leverancier die een offerte deed bij een traject waarbij de voorwaarden duidelijk waren, de overeenkomst moet tekenen. Zo oordeelt de rechter dus ook. Waar Straumann nog tot eind 2018 dacht te kunnen uitstappen, had dit alleen tot half augustus gekund.

’Niet lucratief’

Andere redenen waarom Straumann onder de overeenkomst uit wilde, waren dat het contract niet lucratief was omdat Straumann niet de enige leverancier werd, maar slechts één van de twaalf. Ook hekelt Straumann de andere geselecteerde leveranciers. Die zouden slechte kwaliteit leveren. Ook hier ziet de rechter niet veel in. VGZ heeft namelijk niet aangegeven hoeveel partijen geselecteerd zouden worden. Ook zit er wel een kwaliteitstoets bij de overeenkomst.

Beslissing

De rechter beslist dat Straumann voor volgende week (22 mei) de leveringsovereenkomst alsnog moet tekenen en zich er dus ook aan moet houden. Anders volgen er dwangsommen. Verder is Straumann verplicht om een schriftelijke mededeling naar relaties te sturen, waarin de uitkomst van dit kort geding staat en Straumann belooft implantaten voor VGZ-verzekerden te leveren volgens de prijzen die Straumann aan VGZ aangeboden heeft.

Reacties

Straumann is de uitspraak nog aan het bestuderen en kijkt deze week nog of het in beroep gaat. „We zijn natuurlijk teleurgesteld dat we in het ongelijk zijn gesteld op de door ons ingebrachte punten”, zegt Chris van Wamel, directeur van Straumann Benelux. „Voordat er dwangsommen betaald moeten worden, zullen we reageren. We respecteren dus die 22 mei.” Op de vraag of Straumann dit jaar wel implantaten heeft geleverd, reageert Van Wamel bevestigend. „We hebben zeker geleverd, op basis van de volgens ons geldende voorwaarden.”

VGZ reageert positief op de uitspraak. „Wij zijn verheugd dat de rechter het met ons eens is dat er sprake is van een onherroepelijk en onvoorwaardelijk aanbod”, stelt een woordvoerder. „Dit betekent dat er een eerlijke prijs komt voor implantaten. Verzekerden hebben daar recht op, want zo houden we de premie betaalbaar en daarmee de zorg toegankelijk voor iedereen.”