Nieuws/Financieel
3604977
Financieel

Column: Hoe de rijken nog rijker worden

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Steeds meer landen nemen maatregelen om hun eigen bedrijven en burgers te beschermen tegen de concurrentie van buitenlandse bedrijven en werknemers uit andere landen. Deze keuze wordt aangeduid als protectionisme. Internationale economische denktanks waarschuwen tegen deze trend omdat de groei van de wereldeconomie zal vertragen waardoor ook nationale economieën banen en welvaart verliezen.

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Voormalig bewindslieden Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Deze ontwikkeling, waarbij nationalisme voorop staat, leidt tot handelsconflicten, een concurrentieslag tussen landen en belastingoorlogen, waarbij de Amerikaanse president Donald Trump met zijn spectaculaire belastingherziening het voortouw heeft genomen.

De internationale concurrentie spitst zich toe op de vraag welk land koploper wordt op het terrein van digitalisering en de nieuwste technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, het internet of things en robottechnologie. Het gaat in deze nieuwe economie, veelal 4.0 genoemd, vooral om een strijd tussen de machtsblokken als de VS, China en Europa. De winnaar op dit tech terrein domineert de economische wereld. Individuele EU-landen hebben hier geen schijn van kans en moeten het hebben van de machtspositie en handels- en investeringsvoordelen van de Europese Unie. Zonder deze voordelen stellen ze straks niets meer voor.

VS als belastingparadijs

In zijn knappe boek ’Moneyland’ laat de Britse onderzoeksjournalist Oliver Bullough zien dat landen in het kader van protectie een paradijselijk ’Geldland’ creëren voor de superrijken, multinationals en schurken. Inkomens en winsten worden niet of nauwelijks belast en ze worden wettelijk ook nog beschermd. In de meeste publicaties over belastingparadijzen gaat het om traditionele tropische oorden als de Caribische eilanden, maar Bullough maakt duidelijk dat het grootste belastingparadijs de Verenigde Staten zijn. Voor insiders is dit overigens niet verrassend. Enkele jaren terug werd Delaware uitgeroepen tot het beste belastingparadijs van wereld, maar ook Nevada en South Dakota scoren hoog en het Europese bedrijfsleven is hier kind in huis. Alle acties van de Europese Commissie en de OESO tegen ’tropische’ belastingontduiking die in de media met veel fanfare worden gepresenteerd, stellen weinig voor zolang in de VS Trump de baas is en Rusland en China voor rijken eigen paradijsjes scheppen.

Vrijhandel

Tot voor kort was vrijhandel een wereldwijde trend. Het gaat om een vrij verkeer van goederen en diensten tussen verschillende landen zonder belemmeringen, zoals importheffingen, die tot extra kosten leiden. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog is de internationale handel jaarlijks sterk toegenomen mede door afspraken en verdragen over vrijhandel. Daardoor is in de meeste landen van de wereld de economische groei, werkgelegenheid en welvaart bevorderd, vooral in arme landen en opkomende economieën. Wereldwijd is daarmee een bijdrage geleverd aan minder armoede en minder ongelijkheid, maar ook langer en gezonder leven en afname van onderwijsongelijkheid.

Nadelen van vrijhandel

De afgelopen jaren zien we binnen een toenemend aantal landen een groeiend verzet tegen globalisering en vrijhandel. Actiegroepen en politieke protestpartijen menen dat hun land van deze trend te veel nadelen ondervindt. Zo zouden er bij hun eigen bedrijfsleven banen verloren gaan. Vrijhandel zou naar hun mening ook leiden tot meer inkomens- en vermogensongelijkheid, aantasting van het milieu en klimaat en ten koste gaan van de eigen beleidsvrijheid.

Dat we onze huidige welvaart grotendeels te danken hebben aan globalisering en internationale handel, maakt bij deze partijen geen indruk. Ze willen dat hun regering de vrijhandel inperkt en bedrijven en werknemers uit het buitenland zo veel mogelijk weert. Ook vinden ze dat eigen werknemers en ondernemingen extra (financiële) voordelen moeten krijgen. Deze opvatting, aangeduid als protectionisme, heeft door het zogenoemde America First-beleid van de Amerikaanse president Donald Trump een extra impuls gekregen. We zien nu al dat de groei van de wereldeconomie daardoor wordt afgeremd en dat landen die toegeven aan protectie zichzelf in de vingers snijden met slechtere economische prestaties.

Voordelen overtreffen nadelen

Toch kan het verzet tegen globalisering en vrijhandel niet worden genegeerd. In ieder geval moet beter duidelijk worden gemaakt waarom de voordelen de mogelijke nadelen overtreffen. Maar ook dat tegenstanders van globalisering en vrijhandel beweringen doen die aantoonbaar onjuist zijn. Zo is het onwaar dat het banenverlies in sommige bedrijfssectoren in hoofdzaak door vrijhandel is veroorzaakt. De feiten wijzen uit dat er daar minder werknemers nodig zijn door automatisering. Zo is de bewering van Trump feitelijk onjuist dat de werkgelegenheid in de Amerikaanse auto-industrie door vrijhandel is afgenomen. Vastgesteld is dat werk vooral door robotisering verloren is gegaan en dat deze autofabrikanten daardoor juist op de wereldmarkt kunnen overleven en de huidige werknemers nog een baan hebben. Recente studies wijzen bovendien uit dat automatisering en robots in de meeste landen per saldo zorgen voor meer werk.

Onvrede over ongelijkheid

De toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid is inderdaad een schaduwkant van globalisering en vrijhandel en de onvrede daarover is terecht. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zullen veel werknemers in de wereld van 4.0 minder profiteren van de voordelen van de nieuwe economie dan bezitters van kapitaal, zoals beleggers. Het IMF verwacht dat kapitaalbezitters de winnaars zullen zijn en de meeste werknemers de verliezers. Lonen vormen een steeds kleiner deel van de economie of, anders gezegd, de totale loonsom daalt als percentage van het nationaal inkomen. Dit wordt versterkt door snelle technologische veranderingen en globalisering, waarvan vooral de rijken en hoogopgeleiden zullen profiteren.

In de westerse industrielanden worden laag opgeleiden het zwaarst getroffen, maar krijgen ook middelbaar opgeleiden last van deze ontwikkelingen. Daardoor zal ook de inkomensongelijkheid toenemen; de kloof tussen arm en rijk wordt groter.

Europese aanpak

De nadelen van vrijhandel en de onvrede over een toenemende ongelijkheid zijn grensoverschrijdend en kunnen op geen enkele wijze adequaat nationaal worden aangepakt. Dit kan alleen internationaal. In Europa ligt hier een belangrijke taak voor de EU die opgenomen moet worden in het ’regeerakkoord’ van de nieuwe Europese Commissie. De hoofdpunten zijn een concreet plan voor een sociaal Europa, een Europese belasting voor multinationals en meer ruimte voor een eigen nationaal beleid van de lidstaten. Daarnaast is een plan nodig voor een technologische inhaalslag binnen de EU waarvan in alle lidstaten vooral lager en middelbaar opgeleiden de vruchten kunnen plukken.