Nieuws/Financieel
384654
Financieel

Brexit treft Nederlandse economie

DEN HAAG - De Brexit blijkt ook voor de Nederlandse economie een klap in het gezicht. In plaats van de eerder ingeschatte groei van 2,1 procent, gaat het Centraal Planbureau nu voor volgend jaar uit van 1,6 procent groei.

De rekenmeesters tekenen daarbij aan dat de voorspellingen onzekerder zijn dan normaal, omdat nog moeilijk te voorspellen is hoe het verder gaat sinds de Britten tegen het lidmaatschap van de Europese Unie hebben gestemd. Naast de Brexit, tempert ook het terugdringen van de gaswinning in Groningen de Nederlandse groei.

Verder slecht nieuws is er voor de werkloosheid en de koopkracht. Als het kabinet geen verdere maatregelen neemt, blijft de werkloosheid steken op 6,2 procent van de beroepsbevolking, omdat bedrijven vanwege de Brexit voorzichtiger zullen zijn met het aannemen van personeel. Ook valt de stijging van de koopkracht dan terug van 2,7 procent dit jaar naar 0,7 procent in 2017.

Vooral gepensioneerden zijn de dupe. Die gaan er volgens het CPB-plaatje 0,7 procent op achteruit, hoewel het kabinet reeds heeft laten doorschemeren met verzachtende maatregels te gaan komen in de begroting die het met prinsjesdag presenteert.

Wel daalt het overheidstekort naar een comfortabele 0,6 procent van het totaalbedrag dat we met z’n allen in een jaar verdienen, ruim binnen de Europese tekortnorm van 3 procent. Alleen gooien de Europese begrotingsregels die gelden voor het structureel begrotingssaldo en de overheidsuitgaven mogelijk alsnog roet in het eten. Volgens het CPB voldoet Nederland daar volgend jaar niet aan. Op basis daarvan moet mogelijk dus alsnog worden bezuinigd.