Nieuws/Financieel

<p><span class="cci-TypographyTag"><span class="cci-apply-templates"></span></span>ReBLEND hergebruikt kleding </p>

Modegaren van textielafval

Joanneke Lootsma (r) en Anita de Wit (l) in kleding van het garen.

Joanneke Lootsma (r) en Anita de Wit (l) in kleding van het garen.

BAKKER, RONALD

AMSTERDAM - Garen spinnen van textiel dat normaal op de afvalberg verdwijnt. Voor deze ontwikkeling in de modebranche zorgen Anita de Wit en Joanneke Lootsma met het label ReBlend.

Joanneke Lootsma (r) en Anita de Wit (l) in kleding van het garen.

Joanneke Lootsma (r) en Anita de Wit (l) in kleding van het garen.

BAKKER, RONALD

Jaarlijks wordt zeventig miljoen kilo kleding ingezameld in ons land. Een groot deel wordt verbrand en niet hergebruikt, stelt de Vereniging Herwinning Textiel.

,,Kleding heeft een enorme milieu-impact door de gebruikte hoeveelheid water en chemicaliën. Het produceren van een katoenen T-shirt kost al 2500 liter water. Dat moet anders kunnen”, zegt oprichter De Wit. In 2013 startte ReBlend met een eerste proef waarbij Duitse studenten twintig kilo garen produceerden van textielafval. Door hergebruik van kleding bespaart het label op zowel vezels, water als verfstoffen.

Dit jaar heeft ReBlend al zesduizend kilo gerecycled garen in Spanje geproduceerd, vijftienhonderd kilo per kleur. De eerste klossen rolden in april van de machine. Het garen bestaat uit 70% textielafval en 30% gerecyclede petflessen. Het duo bracht twee dagen door in het ’ colorlab’ om tot de gewenste kleuren te komen. ,,Precisiewerk, maar hoe grootschaliger de sortering, hoe makkelijker je tot de juiste kleuren komt”, legt De Wit uit. Voor de sortering werken ze samen met kledinginzamelingsbedrijf Sympany.

Met het Amsterdamse modelabel ByBrown heeft ReBlend een kledinglijn ontworpen die in het najaar verschijnt. Via Kickstarter is het nu al mogelijk een kledingstuk te bestellen uit de collectie. De Wit: ,,We willen met de kleding de potentie van gerecycled garen tonen. Mode kan ook een positieve impact hebben.”