Nieuws/Financieel
394995
Financieel

'Onverkochte kleding blok aan het been'

Het inkoopproces voor winkeliers moet op de schop, stellen de inkoop- en branche-organisaties in de mode. Onverkochte kledingvoorraden zijn al jaren een blok aan het been.

Het platform voor maatschappelijk verantwoord ondernemen MVO Nederland kwam onlangs met cijfers over overtollige voorraden. De modebranche, van fabrikant, groothandel tot winkelier, hield 21,5 miljoen kledingstukken over in 2015. Een verlies van €315,5 miljoen voor de winkeliers.

 

De branche-organisaties Modint en INretail en de retailservice-organisatie Euretco reageren op het onderzoek. Algemeen directeur Patric Hanselman van Modint, voor de mode-, interieur-, tapijt- en textielbranche, zegt: ,,Het is een probleem dat je niet zomaar helemaal wegpoetst. Onverkochte voorraden zijn een uitdaging waarmee elke branche kampt. Hoe snel en hoe groot was tot dusver moeilijk meetbaar, misschien dat we nu meer houvast hebben om dat in kaart te brengen.”

 

Net als bij groente en fruit wordt ook de mode doorgedraaid, zegt woordvoerder Paul te Grotenhuis van de non-food branche-organisatie INretail. Eten gaat naar de voedselbank en overgebleven kledingstukken gaan naar outletwinkels, opkopers, inzamelaars voor goede doelen of worden vernietigd. In 2015 vernietigde de modebranche 1,23 miljoen nieuwe kledingstukken, waarvan de helft in de verbrandingsoven voor energie-opwekking. De andere helft wordt versnipperd en vervezeld voor recycling.

 

Modint en INretail weten zeker dat het probleem veel groter was. Constant worden stappen gemaakt, want iedereen heeft baat bij verbetering. Te Grotenhuis: ,,Sinds de crisis is de branche kien op verspilling. De tijd is voorbij dat het wel kan lijden. Alle aspecten van de bedrijfsvoering moet je doorlichten om continuïteit en rendement te behouden.”

 

Volgens accountmanager Answell Mamman van Euretco is het hele inkoopproces gedateerd. Ondernemers krijgen niet ’just in time’ geleverd door de veranderende weersomstandigheden zoals zachte winters en zomers die uitblijven. De winkel hangt nog vol, waardoor met afprijzen wordt gestart. Ook kunnen bedrijven naast de modetrends zitten.

 

Veel leveranciers bepalen de periodes waarop wordt ingekocht en uitgeleverd, terwijl vraag en aanbod daar niet altijd op zijn ingesteld. Mamman zegt: ,,Het voorkomen van overtollige voorraad vraagt een ander inkoopprincipe. Het vraagt om een inspanning van zowel de ondernemer als leverancier, omdat zij samen vasthouden aan het traditionele inkoopmodel.”

 

Retailers kunnen volgens Euretco en INretail hierop inspelen door een voorbeeld te nemen aan de grote retailketens zoals Zara en H&M. Te Grotenhuis zegt: ,,De organisaties hebben een betere en snellere geautomatiseerde logistiek. Iedere twee tot zes weken komen plukjes met voorraad binnen. Op moment dat leveranciers in kleine volumes leveren, met kortere tussenpozen kunnen winkeliers de uitval en het overschot minimaliseren.”

 

De organisaties zien daardoor het belang van samenwerking, kortere lijnen met producenten, en produceren in Europa, zodat sneller op vraag en aanbod kan worden ingesteld. De snelheid van informatie-uitwisseling in de keten kan verkort worden met 'Electronic Data Interchange', geeft MVO Nederland als advies.

 

Een voorbeeld is het initiatief Goodsontab. Door voorraad van winkels en inkoopcentra te koppelen worden vraag en aanbod afgestemd. INretail gelooft in het terugdringen van het overschot in belang van de economie en het milieu. Het onderzoek van MVO Nederland is een nulmeting.