Nieuws/Financieel
407021
Financieel

Geen premie, toch pensioen

Al vaker heb ik op deze plaats geschreven over het fenomeen ‘geen premie, toch pensioen’. De Hoge Raad heeft een paar jaar geleden immers bepaald dat een werknemer van een werkgever die mee moet doen aan een verplicht gesteld pensioenfonds, toch pensioenaanspraken verwerft ondanks het feit dat zijn werkgever hem niet heeft aangemeld en geen premies heeft afgedragen. Het pensioenfonds kan de premies later natuurlijk bij de werkgever verhalen.

Veel stemmen gaan op, dat dit arrest niet voor de situatie van een pensioenregeling ondergebracht bij een verzekeraar zou gelden. De meningen zijn daarover echter verdeeld. Verzekeraars leken wat dat betreft gemakkelijker weg te komen en niet te hoeven betalen als geen aanmelding en premieafdracht had plaatsgevonden. Toch neigt de rechtspraak er steeds meer naar om ook van de verzekeraars een zekere inspanning te verlangen alvorens gerechtvaardigd uitkering te kunnen weigeren.

Dwangbevel

Dat geldt zeker in het geval waarin wel aanmelding maar geen premieafdracht en dus premievrijmaking heeft plaatsgevonden. Waar een pensioenfonds dan over kan gaan tot het uitvaardigen van een dwangbevel wat gelijk staat met een executoriale titel tegen de werkgever tot premieafdracht, heeft een verzekeraar niet de mogelijkheid van het uitvaardigen van zo’n dwangbevel. De wet heeft echter andere voorzieningen voor de verzekeraar: die is het toegestaan over te gaan tot premievrijmaking.

Dat mag echter niet meteen en daarvoor zijn waarborgen opgenomen in de wet. Maar de praktijk wijst uit, dat deze waarborgen onvoldoende blijken te zijn. Te gemakkelijk nog kan een verzekeraar de polis premievrij maken en zich op het standpunt stellen tot niet meer uitbetaling gehouden te zijn, dan tot daar waar premieafdracht heeft plaatsgevonden.

Inspanningsverplichting

Het Hof Amsterdam heeft zich begin dit jaar over de inspanningsverplichting van de verzekeraar uitgelaten. Een verzekeraar moet zich, aldus het Hof, aantoonbaar inspannen alvorens hij de pensioenaanspraken premievrij mag maken. Een aantoonbare waarschuwing zou echter voldoende zijn.

De rechtbank Amsterdam had eerder geoordeeld dat rechterlijke maatregelen gevergd kunnen worden. Het hof haalt er echter de wetsgeschiedenis bij en oordeelt dat de inspanningen die de verzekeraar op grond van artikel 29 Pensioenwet moet doen eerder zijn te kwalificeren als een door de werkgever ernstig te nemen aantoonbare waarschuwing van de verzekeraar dat bij niet betaling de pensioenaanspraken van de betrokken werknemers in het gedrang zullen komen, maar beoogt niet aan een verzekeraar de verplichting op te leggen via een gerechtelijke weg de achterstallige premies te trachten te incasseren. Eerder mag naar het oordeel van het hof worden aangenomen dat zodanige maatregelen binnen het tijdvak niet ertoe leiden dat de achterstallige premie alsnog wordt voldaan én de terugwerkende kracht van de premievrijstelling immers is beperkt tot een periode van vijf maanden.

Aantoonbare waarschuwing

Dat impliceert, dat de verzekeraar dus onder omstandigheden nog steeds kan volstaan met een aantoonbare waarschuwing. Dat zal dan toch wel een aangetekende brief moeten zijn om te kunnen aantonen dat er gewaarschuwd is. Het lijkt mij ook, dat de brief moet zijn gesteld in een duidelijke en begrijpelijke taal en expliciet gewezen moet worden op de consequentie van niet betalen. Mijns inziens mogen er dus wel degelijk eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de waarschuwing.

Er kunnen zich natuurlijk altijd weer bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan meer eisen aan de verzekeraar gesteld kunnen worden. Geen premie toch pensioen gaat dus bij de verzekeraar in de onderhavige kwestie niet op.