408783
Financieel

Algemene loonsverhoging is slecht idee

Een algemene loonsverhoging in het bedrijfsleven om de koopkracht bij werknemers te stimuleren, is niet verstandig. Een loongolf is schadelijk voor onze economie en gaat veel banen gaat kosten, vooral bij het midden-en kleinbedrijf en zwakkere bedrijfssectoren.

Begin dit jaar verraste bankpresident Klaas Knot politiek Den Haag en de sociale partners met een pleidooi voor hogere lonen voor werknemers in het bedrijfsleven. Lonen zijn weliswaar een kostenpost voor bedrijven, maar zijn tegelijk de pijler voor koopkracht. De verwachting is dat een hoger netto-inkomen voor werknemers de bestedingen stimuleert en dat is goed voor de groei van onze economie. Knot meent dat de winsten van bedrijven voldoende zijn gestegen om extra loonkosten te kunnen opvangen. Ook wijst de bankpresident op de zogenoemde arbeidsinkomensquote, het aandeel van het nationaal inkomen dat als loon naar werknemers gaat.

De afgelopen decennia lag dit percentage doorgaans tussen 80-90 %. Op basis van de tot op heden gehanteerde rekenmethode was dit percentage vorig jaar 78%, maar volgens nieuwe becijferingen van de Nederlandse Centrale Bank (DNB) ligt dat lager, ongeveer 74 %. Ook om die reden heeft Knot van veel economen bijval gekregen. Deze week begon ook politiek den Haag zich met de lonen te bemoeien. Regeringspartij PvdA riep het kabinet op om met de sociale partners om de tafel te gaan zitten om hogere lonen af te spreken.

Politiek gaat niet over lonen

Dat vanuit de politiek wordt op geroepen tot hogere lonen voor werknemers is niet gebruikelijk. Den Haag gaat daar niet over. De loonhoogte en andere arbeidsvoorwaarden worden in het Nederlandse bedrijfsleven vastgesteld op basis van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers veelal vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s). Daarbij wordt mede rekening gehouden met de financiële positie en winstgevendheid van de betrokken bedrijven. Door dit ‘maatwerk’ zien we in zwakkere bedrijfssectoren een lagere loonontwikkeling dan in sterkere sectoren.

De vraag rijst dan ook of een algemene loonsverhoging economisch wel verstandig is. Volgens de werkgevers in ieder geval niet. Werkgeversorganisatie VNO/NCW verwijst de roep om hogere lonen naar de prullenbak. Het is alleen maar een recept voor meer werkloosheid en tast de internationale concurrentiepositie van ondernemingen aan, aldus de spreekbuis van het vaderlandse bedrijfsleven. Dat laatste valt niet te ontkennen, want loonkosten spelen op de wereldmarkt een belangrijke rol. Maar toch zouden we van de werkgevers wat meer begrip en creativiteit mogen verwachten.

Sinds de economische wereldcrisis (start in 2007/2008) zijn de werknemers een bondgenoot geweest die met loonmatiging, de nullijn en het inleveren van loon en belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het herstelproces van veel bedrijven en de opleving van onze economie. En nu het weer beter gaat, mag daar best wat tegenover staan. Maar een algemene loonsverhoging is niet de juiste methode, er is een betere. We schetsen eerst de ongewenste effecten en nadelen van zo’n verhoging en eindigen met een alternatief dat volgens ons de beste oplossing is.

Vijf bezwaren tegen een loongolf:

1. Het voorstel komt op een ongelukkig moment. Voor de komende jaren wordt een lagere groei van de wereldeconomie verwacht. Voor veel bedrijven, vooral in de exportsector, leidt dat tot lagere winsten.

2. In de EU (28 landen) behoort Nederland nu al tot de landen met de hoogste loonkosten (brutoloon plus werkgeverslasten); we staan op de zesde plaats.

3. Banen worden in Nederland vooral gecreëerd door kleine bedrijfjes, met minder dan 10 werknemers. Nu al zijn de hoge loonkosten een molensteen. Extra kosten betekent minder werkgelegenheid.

4. Een loonsverhoging zal nauwelijks tot extra economische groei leiden. Vanwege onze hoge belasting- en premiedruk levert een verhoging voor werknemers netto weinig op. Een gemiddelde werknemer waarvan het bruto maandloon met 100 euro wordt verhoogd, krijgt netto 45 euro uitgekeerd. Tegenover dit nettobedrag staat een extra kostenpost voor de werkgever van maar liefst 130 euro (brutoloon plus werkgeverslasten). Veel werknemers zullen die extra 45 euro niet besteden, maar gebruiken om schulden af te lossen of te sparen. Voor zover er extra bestedingen plaatsvinden, gaan die voor een deel naar importgoederen.

5. Een algemene loonsverhoging zal in zwakkere bedrijfssectoren, zoals de detailhandel, hard aankomen en leidt tot minder banen.

Algemene winstdeling

In een eerdere column hebben wij in het kader van een modernisering van beloningen gepleit voor regelingen waarbij alle werknemers via algemene winstdelingsregelingen en (werknemers)aandelen meedelen in de prestaties van bedrijven. Wordt er winst gemaakt, dan wordt een deel daarvan, volgens een verdeelsleutel over alle werknemers verdeeld. Deze winstuitkering komt bovenop het vaste loon en is als het ware een variabele beloning. Is er geen winst, dan wordt er niets uitgekeerd.

Er zijn ook regelingen waarbij de winstuitkering plaatsvindt in aandelen van het eigen bedrijf. Bij moderne kleine bedrijven en start-ups zien we in veel landen regelingen die het personeel, los van een winstdelingsregeling, de mogelijkheid bieden aandeelhouder te worden. Deze regelingen passen bij de gedachte dat bedrijfsresultaten de uitkomst zijn van de gezamenlijke inspanning van alle werknemers. Algemene winstdeling- en aandeelhoudersregelingen voor werknemers hebben veel voordelen. Ze passen goed bij het huidige werkklimaat en modern maatschappelijk ondernemerschap. Ondernemingen met dergelijke regelingen hebben meer betrokken werknemers en presteren beter. Bovendien dragen ze bij aan een meer gelijke verdeling van inkomens en vermogens. Doordat ze te hoge loonkosten tegengaan, hebben ze een positief effect op de economie en werkgelegenheid.

Politiek kan winstdeling bevorderen

Indien bij een meerderheid van de bedrijven in ons land de totale loonkosten bestaan uit een vast loondeel en een variabel winstaandeel, dan zullen als het econmisch slechter gaat de totale loonkosten van deze bedrijven automatisch omlaag gaan; de loonkosten bestaan dan uitsluitend uit vaste salarissen. Gaat het weer beter, dan bestaan de loonkosten uit de optelsom van het vaste loon en variabele winstbeloningen.

Politiek Den Haag kan deze regelingen bevorderen door een verlaagde belasting-en premieheffing, zoals we die in andere landen zien. Door winstdelingsregelingen die voor het gehele personeel gelden vrij te stellen van werkgeverslasten en ze te belasten met een vast loonbelastingtarief van bijvoorbeeld 30% kan het kabinet Rutte 2 een mooi alternatief bieden voor het slechte idee van een loongolf.