Nieuws/Financieel

Gevangen in de groei

Al sinds de jaren vijftig zijn Aziatische economieën gewend aan hoge groeicijfers. Eerst in Japan, later in de Aziatische tijgers Hongkong, Singapore, Korea en Taiwan. Inmiddels kunnen deze landen niet meer op hoge groeicijfers bogen. Het stokje werd in de jaren negentig overgenomen door China.

 Ook daar is de groei evident aan het vertragen en de 6,5% ‘ minimumgroei’ van president Xi is in werkelijkheid nog slechts 3 tot 4%. Nieuwere groeilanden als India en Indonesië zijn nu de groeitijgers waar we vermoedelijk nog wel een paar decennia van hoge cijfers tegemoet kunnen zien, maar dat neemt niet weg dat Azië als beleggingsregio te kampen heeft met afvlakkende groeicijfers.

Azië is volwassen aan het worden en hoge groeicijfers zijn moeilijk te handhaven. Wie hier een portefeuille regionale aandelen koopt, belegt voor 80-90% in economieën die als tamelijk volgroeid mogen worden beschouwd. Nog altijd zal de groei in Azië (afgezien van vergrijzend Japan) wel hoger zijn dan in Europa, maar het verschil is niet zo groot meer. Op zich helemaal niet erg: in Amerika bedraagt de groei ook al 25 jaar niet meer dan 3%,maar de winstgroei van bedrijven is al die tijd prima geweest. Kostenbesparingen, overnames en balansoptimalisering hebben daarvoor gezorgd.

Als ik met Aziatische managers aan tafel zit, valt me steevast op hoe groeigericht ze nog altijd zijn. Vooral bij bedrijven in Japan en Korea kan ik dat niet goed begrijpen. De fase waarin die landen gekomen zijn, zou moeten betekenen dat de managers veel meer gericht zijn op efficiëntie van de operaties en efficiëntie van de balans, dan op de zucht naar groei. Toch is dat laatste vooral waar ze over praten. Japanners zoeken groei in China en Indochina. Koreanen zoeken groei in China en het Midden-Oosten. Chinezen zoeken groei langs de oude Zijderoute.

Als ik suggereer dat men ook zou kunnen overwegen een tijdje niet te groeien om zich te richten op stroomlijnen van de balans en een goed rendement voor de eigenaren van het bedrijf, dan reageren ze alsof ze water zien branden. Ze denken oprecht dat aandeelhouders groei prefereren boven een mooi rendement. Dat is onjuist! Wij kijken naar bedrijven vanuit het oogpunt van rendement op het geïnvesteerd vermogen. Aziaten gebruiken vage en onrendabele groeiplannen vaak als een smoes om de dividendbetaling aan aandeelhouders laag te houden. Dat is niet goed en jaagt beleggers weg.

Winsten zouden gelijk op moeten gaan met de nominale economische groei plus wat extra voor de efficiencyverbetering. In Azië is daar geen sprake van. Nu de groei afvlakt wordt dat pijnlijk duidelijk. Aziatische markten liggen er al een tijdje belabberd bij en dat komt doordat de winstgroei (per aandeel) te wensen overlaat. Vorig jaar was er geen winstgroei en dit jaar lijkt het dezelfde kant op te gaan. Aziatische managers moeten de realiteit onder ogen zien en de groeiplannen bijstellen. Ze moeten gaan managen voor aandeelhouderswaarde en niet voor groei. Zo niet dan blijft buitenlands kapitaal zich terugtrekken uit de regio.

Arnout van Rijn (1965) woont en werkt in Hongkong. Hij is fondsmanager van Robeco Asia Pacific Equities sinds 2007. Hij werkt sinds 1990 bij Robeco en is voormalig fondsmanager van Rolinco en Robeco Emerging Markets Equities.