Nieuws/Financieel
417083210
Financieel

Column: Heel Nederland is boos op Den Haag

Eind oktober vond op het Malieveld het bouwersprotest Grond in Verzet plaats, tegen het stikstofbeleid.

Eind oktober vond op het Malieveld het bouwersprotest Grond in Verzet plaats, tegen het stikstofbeleid.

Minder dan twee maanden geleden presenteerde het kabinet Rutte III een juichende Miljoenennota 2020, een van de ‘mooiste’ uit de parlementaire geschiedenis. Het kabinet meldde toen, met een zekere trots, dat Nederland tot de sterkste economieën van Europa behoort en dat onze werkloosheid historisch laag is en dat onze overheidsfinanciën supergezond zijn.

Eind oktober vond op het Malieveld het bouwersprotest Grond in Verzet plaats, tegen het stikstofbeleid.

Eind oktober vond op het Malieveld het bouwersprotest Grond in Verzet plaats, tegen het stikstofbeleid.

Daarom was er vooral bij de regeringscoalitie sprake van enige feestvreugde over de aangekondigde lastenverlichting voor de burgers in 2020 en extra uitgaven voor de publieke sector, zoals zorg, onderwijs, defensie en veiligheid. Tijdens het Kamerdebat over de Prinsjesdagstukken viel er voor oppositiepartijen als de SP en de PvdA dan ook weinig te scoren. Ze kregen zelfs te horen dat het als centrumrechts aangeduide kabinet Rutte III meer uitgaf aan de collectieve sector dan zij in hun verkiezingsprogramma’s hebben opgenomen. Opiniepeilingen gaven toen aan dat een ruime meerderheid van de kiezers een positief oordeel over het beleid van Rutte III had.

Iedereen is boos

Maar het kan verkeren. Inmiddels is bijna iedereen boos op het kabinet en het Haagse Malieveld is een geliefde plek geworden om deze boosheid duidelijk te maken. Zo lieten klimaatdemonstranten weten dat Rutte III te weinig doet aan het klimaatbeleid. De boeren stoomden op naar Den Haag omdat ze door de opeenstapeling van bureaucratische regels in hun bestaan worden bedreigd en bovendien te weinig gewaardeerd worden. Deze week was het de beurt aan de bouwsector die met groot materieel uitrukte om Rutte III te confronteren met de “desastreuze’ normen voor stikstof en PFAS waardoor de bouw wordt stilgelegd. En op 6 november houden leraren en schoolleiders in Den Haag een stakingsactie voor hogere salarissen en minder werkdruk. Deze acties laten in ieder geval zien dat de verantwoordelijke bewindslieden en hun departementen steken laten vallen. Vooral het paniekvoetbal rond de bouwsector die vele miljarden aan schades veroorzaakt, is pijnlijk.

Haagse regelgeving faalt

Op steeds meer terreinen valt op dat de Haagse regelgeving in verschillende opzichten tekort schiet. Zo wordt geklaagd over een gebrek aan kwaliteit en snelheid, maar ook over extra bureaucratie. Daarnaast wordt onvoldoende gelet op de efficiëntie van de regelgeving en de kosten voor de samenleving. De Raad van State heeft daar al eerder de staf over gebroken. Maar de meest gehoorde kritiek is dat de wetgevende ambtenaren en de verantwoordelijke bewindslieden geen of onvoldoende gebruik maken van deskundigen uit de praktijk. Zo worden sectoren die met nieuwe regelgeving te maken krijgen te weinig betrokken bij de voorbereiding en inhoud van deze nieuwe regels. Daarnaast worden problemen die politiek moeilijk liggen vooruit geschoven en pas als de nood te hoog is met een houtje-touwtje regelgeving aangepakt. Een goed voorbeeld is de gang van zaken rond het klimaatbeleid, maar ook op andere terreinen worden ze zichtbaar, zoals bij pensioenen, het onderwijs, de zorg, de belastingheffing, de overbelaste politie, de aanpak van drugscriminaliteit, de vluchtelingen problematiek enz.

Contact met samenleving

De afgelopen jaren zijn verschillende studies verschenen, zoals van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), waarin naar voren komt dat de politici in Den Haag het contact met de samenleving dreigen te verliezen of al verloren hebben. Daarbij moet wel worden bedacht dat overheden in toenemende mate, vooral op cruciale beleidsterreinen, te maken krijgen met het probleem dat de salarisverschillen met het bedrijfsleven zo groot zijn geworden dat ze niet meer de beste medewerkers kunnen aantrekken. En dat heeft zeker negatieve effecten op de kwaliteit van regelgeving en het overheidsbeleid en dit geldt ook voor de werkdruk in delen van de publieke sector.

Boosheid ook op andere punten

Het niet nakomen van Haagse beloften leidt ook tot boosheid. Een bekend voorbeeld zijn de koopkrachtplaatjes. Kiezers worden blij gemaakt met mooie koopkrachtverbeteringen die meestal tegenvallen. Ook beloften aan het bedrijfsleven, met name het mkb, worden onvoldoende gerealiseerd. Alle politieke partijen doen er daarom goed aan in hun nieuwe verkiezingsprogramma voor 2021 terughoudend te zijn met allerlei beloften en ze vooral te toetsen op hun realiteitsgehalte.

Deze terughoudendheid kan helpen, maar tegelijkertijd zien we nu al nieuwe bronnen voor boosheid ontstaan. Die zien wij vooral op het terrein van het klimaatbeleid, de toenemende kloof tussen arm en rijk, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals tussen vast en flexwerk, oplopende verschillen tussen lager en hoger opgeleiden, de betaalbaarheid en toegankelijk van onze zorg en het woonvraagstuk. Maar ook het vluchtelingenbeleid baart zorgen.

Op dit moment is al duidelijk dat de ambitieuze klimaatdoelstellingen van Rutte III niet worden gehaald en dat er over mogelijke oplossingen nog volop discussies moeten plaatsvinden. Het kabinet krijgt daarbij te maken met boosheid die van alle kanten komt. Burgers en bedrijven die het beleid afwijzen aan de ene kant en aan de andere kant aanhangers van een meer ambitieus klimaatbeleid. Nu al zien we oplopende conflicten over de oprichting van biomassacentrales. Ook hier geldt: regeren is vooruitzien.

Daarnaast zal de kloof tussen arm en rijk die overal in de wereld tot heftige protesten leidt ook in ons land met internationaal gezien beperkte verschillen, een hogere plaats op de politieke agenda gaan krijgen.

Geen algemeen recept

Er is geen algemeen recept tegen de toegenomen boosheid over de Haagse politiek. Hiervoor hebben we mogelijkheden opgesomd die ook al eerder zijn gesignaleerd, maar tot op heden nog niet tot haast hebben geleid. Als belangrijkste opgave van de politieke partijen zien wij vooral een realistische en standvastige toekomstvisie op een nieuwe rol voor de overheid in een samenleving en economie die snel aan het veranderen is. Kijken we buiten onze grenzen dan zien we ontwikkelingen die wijzen op overheden die zich meer gaan bemoeien met economische ontwikkelingen en maatschappelijke knelpunten. De opgave is wel dat effectiviteit daarbij een centrale rol speelt.