Nieuws/Financieel
427480
Financieel

Meer macht tegen farma

Amsterdam - Zorgverzekeraars kunnen met vier keer zoveel onderhandelingsmacht aan tafel gaan bij farmaceuten. Toezichthouder ACM wil samenwerking bij de inkoop stimuleren voor goedkopere medicijnen.

Dat blijkt uit een leidraad voor gezamenlijke medicijneninkoop die toezichthouder Autoriteit Consument & Markt vandaag publiceert. Er komt niet alleen toestemming voor specifieke geneesmiddelen, de ACM geeft vuistregels voor alle gevallen waarin gezamenlijke inkoop (ook voor ziekenhuizen) toegestaan is.

Lagere premie

Chris Fonteijn, bestuursvoorzitter van ACM, voorziet een grote besparing op het hoofdpijndossier van de laatste jaren: dure geneesmiddelen. ,,Medicijnen kunnen goedkoper worden als inkopers van ziekenhuizen en verzekeraars een vuist maken in onderhandelingen met farmaceuten. Patiënten en verzekerden kunnen hiervan profiteren door betere zorg of lagere premies.”

Dat verzekeraars mogen gaan samenwerken is bijzonder, want het huidige stelsel kenmerkt zich juist door concurrentie tussen verzekeraars en zorgaanbieders, die elkaar zo scherp kunnen houden.

De ACM gaf vorig jaar Zilveren Kruis al wel ruimte om namens twintig ziekenhuizen TNF-alfaremmers (onstekingsremmers) in te kopen. Volgens de verzekeraar leidt dit alleen voor dit middel tot een besparing van ’miljoenen’ per jaar. Ook VGZ koopt voor meer ziekenhuizen tegelijk reumamedicijnen in. Voorlopig leken verzekeraars niet samen te mogen spannen. Ze wachtten met smart op de ACM-leidraad.

Betaalbaar houden

„Met een ’ja’ van de ACM kunnen we weer een stap zetten in het beschikbaar en betaalbaar houden van dure geneesmiddelen in de ziekenhuizen”, zegt een woordvoerder van het Zilveren Kruis. De grootste verzekeraar met ruim 5 miljoen polishouders stelt dat de groep van ziekenhuizen waarvoor Zilveren Kruis tegelijk kan inkopen ook kan groeien omdat verzekeraars mogen samenwerken.

Omdat de vier grote verzekeraars in Nederland ongeveer 90% van de markt verdelen, kan een farmaceut straks onderhandelingen voeren met inkopers voor vier keer zoveel verzekerden als nu.

Zorgverzekeraars worden nog vaak als grote machtige organisaties gezien, maar hun (inkoop)positie is lang niet zo sterk als die van grote farmaceuten met jaaromzetten van tientallen miljarden. Voor hun dure medicijnen is vaak geen alternatief en de Nederlandse markt is voor Big Pharma niet van levensbelang.

Onderhandelingspositie

„We zitten heel erg te wachten op gezamenlijke inkoop”, zegt zorginkoper bij VGZ, Maarten Loof. ,,Onze onderhandelingspositie is niet zo heel goed, dus moeten we meer inkoopmacht creëren. Vooral onderhandelingen over medicijnen waarvan slechts één variant van één fabrikant beschikbaar is, zijn heel lastig ”

De kosten van de gezamenlijk in te kopen geneesmiddelen moeten voor een verzekeraar onder de 5% blijven van wat die verzekeraar aan de basisverzekering besteedt. Voor ziekenhuizen ligt de grens op 10% van de eigen omzet. Andere regels zijn dat het inkoopcollectief vastlegt wat de criteria zijn om mee te doen, het collectief makkelijk verlaten kan worden en dat er alleen afspraken en communicatie zijn over de inkoop van geneesmiddelen.

De toezichthouder beseft dat ze veel ruimte geeft. Dat er niet alleen toestemming komt voor dure middelen met weinig aanbieders, komt omdat de ACM denkt dat gezamenlijke inkoop juist helpt als je samen de verkopende farmaceuten tegen elkaar kunt laten bieden.

Huisartsen

De leidraad komt op verzoek van minister Schippers (Volksgezondheid). Zij en de ACM kwamen tot de conclusie dat verzekeraars en ziekenhuizen terughoudend zijn om de ruimte die er voor samenwerking ligt in de mededingingsregels te benutten. Dat zag de ACM eerder bij huisartsen, die in 2015 meer ruimte kregen om samen op te trekken tegen verzekeraars.

Tot 27 mei mogen belanghebbende partijen zich nog met de leidraad bemoeien, voordat de definitieve richtlijnen worden vastgelegd.