429739
Financieel

Japan heeft pijn, Draghi leer!

ECB-president Mario Draghi slaagt er ondanks mooie redevoeringen en onorthodoxe maatregelen maar niet in om de economische groei in Europa weer aan te zwengelen. Zijn gestuntel valt echter in het niet bij dat van zijn Japanse vakgenoot Haruhiko Kuroda.

Een maand geleden kondigde Draghi een nieuw pakket stimuleringsmaatregelen aan en verlaagde hij de rente. De bedoeling was om zo de positie van de euro wat te verzwakken en financiële markten het vertrouwen te geven dat hij er alles aan zou doen om de economie in de eurozone er bovenop te helpen. Van deze doelstellingen is helemaal niets terecht gekomen. De Europese beurzen staan onder druk en de euro is met ruim 3% gestegen ten opzichte van de dollar, dit is funest voor de Europese export. Door onrust op de financiële markten zijn de riskante beleggingscategorieën zoals bankaandelen en de Zuid-Europese beurzen behoorlijk onderuit gegaan. Deze wilde Draghi juist een steun in de rug geven

Aan de andere kant van de wereld bewijst Kuroda dat het altijd nog net wat erger kan dan bij ons in de eurozone. In de laatste drie maanden van vorig jaar kromp de Japanse economie als gevolg van een dalende export en een achterblijvende binnenlandse consumptie. De kans is groot dat binnenkort bekend wordt dat de economie ook in het eerste kwartaal van dit jaar is gekrompen. In dat geval verkeert Japan officieel weer in een recessie. Maar dat is nu niet het grootste probleem voor Kuroda.

Obstakel voor groei

Hardnekkig lage inflatie afgewisseld met deflatie is het grootste obstakel om de Japanse economie weer structureel te laten groeien. Als de koopkracht langzaam toeneemt is het voor consumenten heel makkelijk om grote uitgaven nog even uit te stellen. Zou u een nieuwe auto kopen als u wist dat hetzelfde model over enkele maanden honderden euro’s minder kost? Japanners doen dat ook niet. In dit negatieve patroon kwam even verandering toen premier Shinzo Abe in december 2012 een ambitieus programma ontvouwde om inflatie aan te wakkeren: Abenomics. Daar is nu weinig meer van te merken.

Kuroda wil de inflatie opschroeven naar 2% in 2022. Aanvankelijk had het Japanse bedrijfsleven er vertrouwen in dat hij dicht in de buurt van dat doel ging komen. Eind december was de verwachting dat de inflatie over vijf jaar op 1,6% zou liggen. Uit cijfers van eerder deze week blijkt dat dit percentage gedaald is naar 1,3%. Ondernemingen verwachten dat ze hun eigen prijzen in de komende twaalf maanden met 0,3% kunnen verhogen. Dat was drie maanden geleden nog 0,5%. Japanse bedrijven zien het zelfs dus nog somberder in dan hun Europese tegenhangers.

Yen-ellende

Een lage inflatie is voor het bedrijfsleven ook een signaal dat investeringen uitgesteld worden en dat het niet nodig is om salarissen te verhogen. De economie zakt eerder verder weg dan dat er een miraculeus herstel komt. Ten slotte heeft Kuroda ook de stemming op financiële markten tegen. Beleggers kiezen nu voor zekerheid en vluchten uit opkomende markten naar harde valuta, hierdoor verliest de dollar al enige tijd terrein ten opzichte van andere valuta’s.

De yen bereikte deze week het hoogste niveau in 17 maanden. De Japanse minister van Financiën Taro Aso heeft vrijdag al toegegeven dat hij de stijging van de munt met de nodige spanning bekijkt. Volgens hem is de stijging van de yen vooral het gevolg van factoren die losstaan van de Japanse economie. Met de opmerking dat hij de stappen gaat nemen waar de huidige situatie om vraagt nam hij alvast een voorschot op een interventie om de waarde van de yen te drukken, waardoor de exportsector wat meer ademruimte krijgt. Tegenwoordig krijgen handelaren 108 yen voor elke dollar. De verwachtingen voor het moment waarop Kuroda gaat ingrijpen lopen bij zakenbanken uiteen van 95 bij JPMorgan tot 105-110 bij RBS.

Ellende-lessen

De zwakke inflatievooruitzichten en de kracht van de yen dwingen Kuroda tot het nemen van nieuwe maatregelen. De Japanse centrale bank komt op 27 en 28 april bij elkaar. Door alle kritiek die Kuroda gekregen heeft op negatieve rente is de kans klein dat hij in dat opzicht nog wat kan proberen. De enige optie is dan om de steunaankopen van allerlei activa nog verder uit te bouwen. Er is echter heel wat voor nodig om financiële markten ervan te overtuigen dat meer van hetzelfde echt het verschil gaat maken – daar kan Draghi dan weer over meepraten.

Waarover Draghi rond 2040 hopelijk niet kan meepraten is de wijze waarop de economische groei met allerlei maatregelen helemaal de nek om is gedraaid. Dat is namelijk precies wat er sinds eind jaren tachtig in Japan is gebeurd. Ondanks allerlei trucs zoals een negatieve rente en het opkopen van obligaties en zelfs aandelen vecht de Bank of Japan al jaren tegen deflatie. Als Draghi nog lang doorgaat met meer van hetzelfde, in de hoop dat het effect nu eindelijk een keer anders is. Lopen we een heel groot risico dat we in de eurozone straks ook terugkijken op een paar verloren decennia.

Laurens Maartens is valuta-expert bij de Nederlandsche Betaal & Wisselmaatschappij (www.nbwm.nl). Hij is in 1998 zijn loopbaan begonnen bij de Zwitserse bank UBS. Sindsdien is hij werkzaam geweest bij verschillende partijen in binnen- en buitenland. Hij geeft commentaar op de actuele valuta-ontwikkelingen in kranten, op websites en op de radio. Daarnaast verzorgt hij lezingen en trainingen voor ondernemers op het gebied van valutamanagement. Hij drukt daarbij deelnemers op het hart om vooral te kiezen voor eenvoudige en goedkope valutaproducten. Deze column geeft zijn persoonlijke mening weer. Deze informatie is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen via de Nederlandsche Betaal & Wisselmaatschappij N.V.