Financieel/Geld
445015515
Geld

Kwetsbare oudere onder bestaansminimum door ingewikkelde regels

Ombudsman Reinier van Zutphen pleit voor meer informatie en proactief gedrag vanuit de overheid naar ouderen.

Ombudsman Reinier van Zutphen pleit voor meer informatie en proactief gedrag vanuit de overheid naar ouderen.

AMSTERDAM - Voor veel ouderen die onder het sociaal bestaansminimum leven, blijken wetten en regels te ingewikkeld. Daardoor zijn deze ouderen vaak te angstig of er niet bekend mee en leven ze jarenlang of zelfs tot het einde van hun leven onder het bestaansminimum. En dat terwijl ouderen wel récht op diverse toeslagen hebben, zo concludeert de nationale ombudsman uit eigen onderzoek.

Ombudsman Reinier van Zutphen pleit voor meer informatie en proactief gedrag vanuit de overheid naar ouderen.

Ombudsman Reinier van Zutphen pleit voor meer informatie en proactief gedrag vanuit de overheid naar ouderen.

Ombudsman Reinier van Zutphen ziet dat veel instanties er gemakshalve van uitgaan dat een oudere die recht heeft op bijvoorbeeld een aanvullend oudereninkomen of op zorg- of huurtoeslag, dat zelf wel regelt. „Maar dat is voor veel ouderen te veel gevraagd. Terwijl deze regelingen er juist voor moeten zorgen dat ouderen niet onder het bestaansminimum terechtkomen.” De ombudsman vindt dat de overheid deze ouderen vooral proactief moet opzoeken.

Te weinig

Het gaat om ouderen die door hun lage inkomen een aanvulling krijgen op hun AOW tot in ieder geval het sociale minimum van €1250 per maand voor alleenstaanden, of €1724 per maand voor gehuwden. Maar voor die groep is het zo lastig de weg naar deze toeslagen te vinden, dat ze vaak genoegen nemen met te weinig.

Van Zutphen vindt dat het aan de overheid is om vervolgstappen te nemen wanneer ze zien dat er geen aanvraag komt. „Als we weten om wie het gaat en waarop ze recht hebben, waarom gaan we ze dan niet wat beter helpen?”

Dezelfde taal

Ouderen die in deze financieel kwetsbare positie verkeren, hebben behalve bij een proactieve benadering door gemeenten en landelijke uitvoeringsinstanties, ook baat bij regelmatig terugkerende informatie en intermediairs. Van Zutphen: „Zij zijn vaak bij ouderen in de buurt, spreken hun taal, hebben kennis van hun cultuur en nemen de tijd.”

Daarnaast hebben deze experts wel de benodigde kennis en kunnen ze ouderen helpen met de aanvragen. Intermediairs pleiten er dan ook voor dat de overheid meer investeert in het contact met ouderen en in het opbouwen van een netwerk van intermediairs.

Meer mogelijk

Veel overheidsinstanties nemen al initiatieven om het aanvragen van de nodige extra inkomsten of hulpmiddelen te stimuleren, maar de ombudsman ziet dat er meer mogelijk is. Overheidsinstanties kunnen de onderlinge samenwerking verbeteren én meer samenwerken met maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor ouderen. „Het helpt als er in het gemeentehuis, wijk-of buurtcentrum of bibliotheek een loket is waar ouderen terecht kunnen”, aldus de ombudsman.

De ombudsman deed onderzoek naar de oorzaken van dit niet-gebruik en richtte zich specifiek op ouderen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd, die zelfstandig wonen en zich in een financieel kwetsbare positie bevinden. In het rapport worden aanbevelingen gedaan aan gemeenten en landelijke uitvoeringsinstanties.