Nieuws/Financieel

Een kwart eeuw in Nederlandse small caps

Amsterdam - Het Kempen Orange Fund belegt inmiddels 25 jaar in Nederlandse small caps. Dit met een gemiddeld rendement van 11,3% per jaar. Voor de lange termijn blijven goede rendementen haalbaar, stelt beheerder Joop Witteveen.

Een zorg voor Nederlandse beleggers in small caps is jarenlang geweest dat de spoeling te dun werd. Door overnames en te weinig beursintroducties. Overnames zijn best aantrekkelijk voor een smallcapfonds - vanwege de overnamepremie - maar te vaak wil je als belegger op deze manier ook niet cashen, omdat de beurs dan een wel erg lege vijver wordt. Witteveen: ,,Wat dat betreft is 2015 geen slecht jaar geweest, met de komst van onder meer Lucas Bols, Refresco, GrandVision en Flow Traders.”

Witteveen nuanceert het beeld dat smallcapbeleggers het vooral moeten hebben van overnamepremies. ,,In 2015 hadden wij in ons fonds slechts twee van zulke events; Ten Cate en Docdata. Beide leverden ons een rendement op van iets meer dan 30%. We hadden op de hele portefeuille een rendement van 27%, de andere bedrijven hebben dus ook prima gerendeerd.” Met name bouwer BAM, Wessanen en Corbion hebben het goed gedaan in 2015. Zulke intrinsieke resultaten zijn op de lange termijn veel belangrijker voor het fonds, stelt Witteveen.

Small caps zijn doorgaans interessant vanwege hun groeipotentie. Michiel van Dijk, een van de andere beheerders van het Kempen-fonds: ,,Wij mikken op bedrijven die op hun markt, een nichemarkt, een sterke marktpositie hebben. Dan ben je ook in staat marktaandeel te vergroten. Eerst in de Benelux, dan Europa en daarna wereldwijd.”

Van Dijk en Witteveen volgen zo’n 50 small caps, waarvan er gemiddeld 20 in de portefeuille zitten. Over de 30 die op de reservebank zitten, zegt Van Dijk: ,,We vinden dat ze een te hoge koers hebben of simpelweg nog niet goed genoeg zijn als belegging.”

Gemiddeld moet er voor Nederlandse small caps 12 keer de winst worden betaald, de bedrijven in het Kempen-fonds noteren gemiddeld iets hoger. Dit dankzij hun sterke balans en kwaliteit, aldus Kempen. Bij de selectie van bedrijven let Kempen onder meer op de kwaliteit van het management: zij moeten zich niet laten verrassen door marktontwikkelingen.

Beide managers zien een begin van economische herstel in Nederland. BAM is daarvan een voorbeeld, aldus Witteveen. ,,Dat herstel lijkt zich door te zetten in 2016 en 2017. Voor het fonds zou het wel eens een redelijk jaar kunnen worden.” Van Dijk: ,,Al houden we ons niet echt met macro-ontwikkelingen bezig, 95% van de tijd richten we ons op bedrijfsspecifieke risico’s. Op macro kun je ook nauwelijks sturen. Veel belangrijker is de ontwikkeling van de cashflow van een bedrijf. En zetten ze vervolgens hun geld op de juiste manier aan het werk?”