Nieuws/Financieel

Wat zijn gevolgen van de lage olieprijs?

Amsterdam - Olie staat dindag onder $30 en op het niveau van 2003. Zicht op een tariefstijging is er op korte termijn niet, aldus Shell. Wat zijn oorzaken en de consequenties?

Door de afgekoelde Chinese economie bij een hoge Amerikaanse productie van olie ging de vraag al kwartalen structureel omlaag. Van 2010 tot halverwege 2014 was de olieprijs stabiel, rond $110 per vat van 159 liter. Sindsdien zette het verval in.

December vorig jaar draaiden alle twaalf landen die zijn aangesloten bij de Opec onder leiding van Saoedi-Arabië, de oliekraan juist niet dicht in hun poging hun marktaandeel te houden, desnoods onder kostprijs. De Amerikaanse schalieolie-productie is dit jaar niet verminderd maar met 1% gestegen, volgens cijfers van de Amerikaanse overheid.

De producerende bedrijven legden zo een zwaar olievat op de prijsontwikkeling. Irans terugkeer met 500.000 geëxporteerde vaten per dag op de wereldwijde oliemarkt gaf het laatste zetje neerwaarts zondag. Beurzen zakten daarop ineen.

De huidige prijsdaling, 15% minder dit jaar alleen al na de 30% teruggang in 2015, tot onder $29 gaat sneller dan de val van 1986, en houdt langer aan dan vijf voorgaande oliecrises sinds 1970, aldus Martijn Rats, olie-analist bij Morgan Stanley in een overzicht.

De consequenties:

1. Consumenten, transportbedrijven en westerse landen die netto-importeurs zijn, profiteren volgens IMF-voorzitter Lagarde ('een zegen'), met enige vertraging, aan de benzinepomp. Een daling van de olieprijs met 45% tilt het bbp met 0,7-0,8% omhoog. De olieprijs is bovendien gekoppeld aan talloze langetermijncontracten voor energie. Inzicht in wat de gasprijs wordt, volgt waarschijnlijk pas over enkele maanden.

2. Olieproducerende landen verliezen fors aan inkomsten. Het Nederlandse CPB rekent voor dit jaar op een olieprijs van gemiddeld $50. Kredietbeoordelaar Moody's drukte zijn verwachting voor de prijs van een vat Brentolie met $10 tot $43. Zakenbank Morgan Stanley ziet dat olie tot $20 per vat kan zakken nog, en zelfs $10 is al genoemd, door de bank Standard Chartered in een advies aan zijn klanten.

Op die sombere mix heeft Royal Bank of Schotland (RBS) - met een nieuwe richtprijs van $16 per vat - zijn vermogende klanten geadviseerd alle beleggingen te verkopen. Behalve de zeer kredietwaardige obligaties. Markten in Europa kunnen tot 20% van hun waarde verliezen dit jaar. ,, In a crowded hall, exit doors are small”, aldus zijn analisten over wat er komende maanden aan paniek teweeg gaat brengen op de beurzen.

3. De schulden gaan wegen. De olieprijs is de meest zichtbare graadmeter van vertraagde groei. Olieproducenten vormen een sector waar producenten zich traditioneel zwaar met schulden opzadelen om het zwarte goud uit de grond te krijgen. Die schuld tikt steeds meer aan.

Bij Amerikaanse en Canadese oliebedrijven, die nu ver onder de kostprijs werken, staat voor $353 miljard aan schuld uit bij 134 beursgenoteerde bedrijven die zij niet of met grote moeite kunnen betalen. Het zicht op niet-genoteerde bedrijven ontbreekt. Een op drie Amerikaanse oliebedrijven staat volgens Wolfe Research op omvallen. Er is minimaal een prijs van $50 nodig om te overleven.

Volgens advocatenkantoor Hayes & Boone hebben dertig kleinere bedrijven met $30 miljard aan schuld faillissement aangevraagd. Per week verliezen alleen al Amerikaanse oliebedrijven $2 miljard bij de huidige prijzen, aldus een telling van Alexis Partners. Dat betekent dat doorgaans zwaar met schulden belaste oliebedrijven opnieuw naar de markt moeten voor bedrijfsobligaties - tegen stevige rentes.

4. Olie-afhankelijke landen als Venezuela, Saoedi-Arabië en Rusland krijgen nog minder inkomsten. Venezuela staat met 60% inflatie aan de vooravond van weer een recessie. Rusland is voor ruim 68% van zijn export en 50% van zijn staatsinkomsten afhankelijk van de olie-inkomsten. Moskou ging in december 2015 uit van een olieprijs van $50 voor zijn begroting. Binnen een maand moeten de Russen al snijden; de begroting gaat nu uit van $25 per vat.

De munten van deze landen zijn gekoppeld aan die lagere verkopen. Inclusief de ingevoerde sancties en dalende olieprijs heeft de roebel fors aan waarde verloren tegenover de dollar. Bovendien worden Russische staatsobligaties, bron van inkomsten, afgewaardeerd naar de lage junk-kwaliteit.

Saoedi-Arabië heeft een verkoopprijs van minimaal $70 per vat nodig. Maar zijn reserves van rond $700 miljard houden het land overeind.

5. Investeringen in nieuwe olieproductie dalen. Dat gaat ten koste van bedrijven als Fugro. In december schrapte Chevron $10 miljard aan schalies-exploratieprojecten. Volgens Goldman Sachs staat nu wereldwijd voor $1 biljoen aan investeringen in alle energieproductie - fossiel en zonne-energie - en dat heeft als keerzijde dat olieprijzen op de langere termijn gaan stijgen.

Ook Shell draaide miljarden aan investeringen terug. Maar ook oliegerelateerde bedrijven als mijnbouwer BHP - dat voor dit jaar $5 miljard aan nieuwe schaliegasprojecten schrapte - zetten hun plannen in de ijskast.

6. Met de lagere olieprijzen verdwijnt de prikkel om te investeren in veel schonere olie of alternatieve energie. Volgens onderzoek is olie nog steeds goedkoper als brandstof voor energiecentrales. Maar de overgang naar groenere energie wordt door deze prijsdaling uitgesteld.

7. Olie raakt Wall Street tot Damrak. De balansen van olie- en alle verwante oliebedrijven worden geraakt. Daar staat voor minder waarde. Financiële markten die in de energiebedrijven beleggen moeten vervolgens dat verlies incalculeren. Dat gebeurt neerwaarts. Als blijkt dat olie voor de langere tijd aanzienlijk minder beleggingswaarde krijgt, of geen, dan geldt die als ' strandend asset', een uitgeputte belegging.

8. De lage waarde van oliebedrijven zette al een fusie- en overnamereeks in gang. Daarvan is in de schaliemarkt al volop sprake. Ook onder tankopslagbedrijven is veel interesse, een reden waarom analisten naar Vopak in Rotterdam wijzen.

9. Olie tast indirect ook pensioenen aan. De lagere olieprijs tast rendementen aan van vooral institutionele beleggers, die onder meer pensioengelden beheren en uitkeren. Zij maakten een inschatting voor olie als belegging tegen een gezette prijs, die nu historisch snel onderuit gaat. Het beleggingscomité moet tot een risicoaanpassing komen.

Dat zijn grote bedragen. Het Noorse staatsfonds ($840 miljard), dat wereldwijd 1,3% van alle aandelen en derivaten bezit, overweegt uit fossiele brandstoffen te gaan nu de olieprijs signalen van structurele daling vertoont. Ook ABP zit op dit spoor. Daarnaast zij grote investeringsfondsen zijn in bezit van olieproducerende landen, zoals vooral Saoedi-Arabië.

10. Prestige wordt gesloopt. Saoedi-Arabië moest al naar de obligatiemarkt om zijn huidige staatsbestedingen te kunnen blijven financieren. Er komt zelfs btw-verhoging voor het exorbitant rijke land. Het voedt interne onlust, net als in Iran, Irak en Nigeria waar de groeiende bevolking bokt bij minder inkomsten.

Zulk gezichtsverlies treft ook Qatar. De olierijke organisator van het komende WK voetbal dit jaar. Dat kost $200 miljard. Het Golfstaatje gaat nu noodgedwongen fors bezuinigen, kondigde de emir aan. Het schrapt voor het eerst in decennia banen, het bezuinigt op honderden miljoenen aan bijvoorbeeld kunstaankopen.

Lees hier alles over beleggingen in grondstoffen