Financieel/Stan Huygens Journaal
453229521
Stan Huygens Journaal

Huis Bergh laat kostbaar pronkstuk zien

Huis Bergh, dat in 1912 door textielfabrikant Jan Herman van Heek in vervallen staat werd gekocht van August Willem vorst van Hohenzollern.

Huis Bergh, dat in 1912 door textielfabrikant Jan Herman van Heek in vervallen staat werd gekocht van August Willem vorst van Hohenzollern.

Niet iedereen die kostbaarheden verzamelt, doet dat om er alleen zelf naar te kijken. Vaak is het ook om een ander te imponeren. In de middeleeuwen pakte je dan een boek uit de kast zoals het nieuwe kroniekenhandschrift van Kasteel Huis Bergh. Overigens is het nog steeds een topstuk waarvan alleen al de financiële waarde menigeen met ontzag zal vervullen.

Huis Bergh, dat in 1912 door textielfabrikant Jan Herman van Heek in vervallen staat werd gekocht van August Willem vorst van Hohenzollern.

Huis Bergh, dat in 1912 door textielfabrikant Jan Herman van Heek in vervallen staat werd gekocht van August Willem vorst van Hohenzollern.

In een van sfeervolle zalen in het kasteel van ’s Heerenberg strijkt Hanneke van Asperen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit, voorzichtig over de leren band van het boek uit ca. 1460. Uit het dikke leer steken enkele stalen noppen. ,,Ter bescherming”, merkt ze op over het boek dat destijds al kostbaarder was dan de tafel waar het op lag. ,,Het is voor die tijd te vergelijken met de waarde van een schilderij. Als het werd getoond, was dat een heel ritueel want zoiets bijzonders kregen ze in die tijd niet vaak te zien.”

Hanneke van Asperen en David Overbosch, in Huis Bergh in 's Heerenberg.

Hanneke van Asperen en David Overbosch, in Huis Bergh in 's Heerenberg.

Hetzelfde gold voor het bestuur van de stichting Huis Bergh, toen het dit manuscript enige jaren terug tegenkwam op de Tefaf. Het bleek van de Duitse prins Carl Phillipp zu Salm-Salm, die het bewaarde in zijn bibliotheek in kasteel Anholt, 15 kilometer verderop. De uiteindelijke prijs lag op ,,enkele tonnen”, volgens David Overbosch, vicevoorzitter van de stichting. ,,Het is mede mogelijk gemaakt door de Vereniging Rembrandt en de Hendrickje Cirkel, die ik binnen de vereniging oprichtte in Gelderland en Overijssel”, zegt de internist in ruste.

Het boek is een bundel kronieken, die historische personen beschrijven. Het begint bij de de eerste paus die zijn gezag krijgt van Christus, dan gaat het door naar de bisschoppen en ook keizer Constantijn en keizer Karel de Grote worden beschreven. ,,Deze keizers waren belangrijk voor de verspreiding van het christendom en deze volgorde geeft het belang van de personen aan, in die tijd”, licht Van Asperen toe. Het boek eindigt met vijf regionale hertogen en graven in en rond Gelre.

Het wapen van Willem II van den Bergh op de eerste pagina van het kroniekenhandschrift dat Huis Bergh aantrof op de kunstbeurs Tefaf.

Het wapen van Willem II van den Bergh op de eerste pagina van het kroniekenhandschrift dat Huis Bergh aantrof op de kunstbeurs Tefaf.

,,Het eindigt met de hertog van Kleef”, zegt de kunsthistorica bladerend door de laatste pagina’s. ,,Zo lijkt het boek bedoeld om de macht van de hertog te legitimeren, door te tonen met wie hij historisch gezien in verbinding staat.” Dit ’oudste geschiedenisboek van Gelderland’, zoals zij het omschrijft, moet zijn gemaakt voor Willem II van den Bergh: zijn wapen staat voorin. Hij woonde op Huis Bergh en werkte voor de hertog van Kleef.

Het monument werd van de ondergang gered door textielfabrikant Jan Herman van Heek (1873-1957), die het in 1912 in vervallen staat kocht van Willem August vorst van Hohenzollern-Sigmaringen. Na de brand van 1939 bracht Van Heek het kasteel grotendeels terug in middeleeuwse staat en bracht hij er zijn collectie middeleeuwse schilderkunst onder. Tot in de jaren’80 bleef het slot eigendom van de familie van de Enschedese industrieel. Daarna ging het over in handen van de huidige stichting, waarin nog een lid van de familie Van Heek zitting heeft.

Nu heeft het museum-kasteel een topstuk dat past bij het eigen archief dat teruggaat tot de 13de eeuw. Nu het onderzoek naar deze aanwinst bijna klaar is, opent er in augustus een expo over op het kasteel.