469693
Financieel

Nederland heeft meer groei met extra banen nodig

Onze economische toekomst zal er minder rooskleurig uitzien. Dat is vooral het gevolg van een lagere economische groei, minder gasinkomsten voor de schatkist, een revolutie op de arbeidsmarkt en te weinig banen. Het nieuwe kabinet dat Rutte opvolgt zal daardoor jaarlijks ongeveer 15 miljard euro minder te besteden heeft.

De afgelopen weken zijn er verschillende studies gepubliceerd over de toekomst van onze economie en arbeidsmarkt. Het algemene kenmerk is dat dit type toekomstverkenningen met veel onzekerheden zijn omgeven en net als beursvoorspellingen meestal niet uitkomen.

Daar komt nog bij dat in vergelijking met het verleden de snelheid van economische en technologische ontwikkelingen zo sterk is toegenomen dat bij steeds meer bedrijven meerjarenplannen al verouderd zijn op het moment dat ze uitgevoerd worden.

Onzekerheden

Dat geldt ook voor de programma’s van politiek Den Haag. Niettemin leveren deze studies, afkomstig van het Centraal Planbureau (CPB), De Nederlandsche Bank (DNB) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) nuttige informatie op over mogelijke scenario’s die straks bij de nieuwe verkiezingsprogramma’s voor de periode 2017-2021 een belangrijke rol spelen.

Daarbij zal het vooral gaan om vier hoofdthema’s, de verwachte economische groei, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, het niveau van de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën.

Extra opbrengsten

Daarnaast zullen er partijen zijn die inkomens- en vermogensongelijkheid hoog op de politieke agenda zullen zetten. Maar in de rangorde van alle thema’s staat groei bovenaan. Een hoog groeicijfer levert in het algemeen extra belastingopbrengsten op en is goed voor de werkgelegenheid.

In de periode 1980 tot de economische crisis die in 2008 uitbrak, was de gemiddelde economische groei in Nederland ruim 2,5% per jaar. Vóór 1980 werden nóg hogere percentages gerealiseerd. Op dit moment ligt de groei rond de 2%, maar de kans is groot dat we, mede door de vergrijzing, al in de nabije toekomst moeten leren leven met een lager percentage.

Geen vrolijke boel

Deze verwachting wordt ook uitgesproken in de toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving van het CPB en het Planbureau voor de Leefomgeving, die vorige week verscheen. Daarin wordt uitgegaan van een laag en hoog groeiscenario Bij ongewijzigd overheidsbeleid wordt in het lage scenario gemiddeld 1% groei per jaar aangenomen en in het hoge 2%.

Deze percentages liggen in de buurt van recente ( internationale) prognoses die rond de 1,5% liggen. Op dit moment zijn verschillende politieke partijen al gestart met het opstellen van hun verkiezingsprogramma die in de loop van 2016 worden gepresenteerd. Economische groei en een schatkist die ruimte biedt voor leuke dingen voor kiezers spelen daarbij een belangrijke rol.

Op basis van 1,5% groei en een ruwe raming van de inkomsten voor de schatkist kunnen we nu al verklappen dat deze presentaties geen vrolijke boel worden.

Minder uitgaven

Door de verwachte lagere groei en minder gasinkomsten is de kans groot dat een nieuw kabinet ten opzichte van de huidige situatie minder geld kan uitgeven; volgens een ruwe raming gaat het om een bedrag dat kan oplopen tot jaarlijks 15 miljard minder. De opstellers van de verkiezingsprogramma’s ontkomen er dus niet aan om bezuinigingen en/of belastingverhogingen op te nemen.

Daaraan kan niet worden ontsnapt door het begrotingstekort te laten oplopen; Europese regels voor het zogenoemde structurele tekort verbieden dat. We hebben nóg een pijnlijke boodschap. Bij de inrichting van onze stelsels voor sociale zekerheid, maar ook de zorg en pensioenen is in het verleden impliciet uit gegaan van economische groeicijfers in Nederland die jaarlijks gemiddeld ruim boven de 2% liggen.

Maar nu moeten we voor de toekomst van een lager percentage uitgaan. Dit betekent dat alle politieke partijen voor de opgave staan om met voorstellen te komen om deze stelsels te versoberen. Partijen die deze stelsels op het huidige niveau willen handhaven, kunnen dat alleen maar waar maken door forse belasting- en premieverhogingen. Maar die werken juist averechts; ze remmen de groei verder af, vernietigen banen en verhogen de werkloosheid.

Revolutie

Nog meer slecht nieuws voor de verkiezingsprogramma’s kwam deze week van DNB. De Bank signaleert dat de creatie van nieuwe banen achterblijft bij de economische groei. Al eerder zijn er studies verschenen die duidelijk maken dat we de komende jaren te maken krijgen met een revolutie op de arbeidsmarkt, zoals Martin Visser vrijdag 11 december jl. in deze krant schreef.

Door de verdere opmars van digitalisering, automatisering, robots en slimme software programma’ s zal de werkgelegenheid in Nederland spectaculair veranderen. Aan de ene kant zullen we sectoren zien waar er veel banen verloren gaan, zoals in de financiële sector, waarvan de Rabobank een voorbeeld is.

Daar staat tegenover een forse groei van nieuwe banen in de zogenoemde smart industry (www.smartindustry.info). Het probleem is wel dat op dit moment deze aanwas voor veel werkzoekenden en mensen die hun huidige baan door automatisering dreigen te verliezen geen oplossing is.

Scholing nodig

Ze zijn niet of onvoldoende geschoold om in deze sector aan de slag te gaan. Daarom hebben we al eerder op de noodzaak gewezen van adequate omscholingsprogramma’s en nieuwe lesprogramma’s in ons onderwijs. In de praktijk zien we dat de urgentie ontbreekt, het gaat niet snel genoeg.

Onderdeel van deze revolutie is ook de afname van vaste arbeidscontracten. Deze internationale trend valt met wetgeving niet te stoppen. Werkgevers krijgen steeds meer te maken met pieken en dalen en razendsnelle veranderingen op markten waarop ze moeten inspelen om te kunnen overleven. Dit leidt er toe dat bij steeds meer bedrijven flexwerk zal toenemen. Deze groei kan alleen worden afgeremd door in vaste contracten voldoende flexibiliteit op te nemen.

Groei met banen

Kijken we nog eens naar het mooie groeipercentage van ruim 2,5% van vóór de crisis dan was dat globaal opgebouwd uit 0,3% groei van de beroepsbevolking, 1% groei  van de arbeidsdeelname en rond de 1,2 % groei van de productiviteit per gewerkt uur.

Omdat onze beroepsbevolking krimpt en een hogere participatiegraad nog maar beperkt mogelijk is, moeten we voor groei de nadruk leggen op een hogere arbeidsproductiviteit. Daarvoor hebben we digitalisering en nieuwe technologie nodig zoals we dat in de smart industry zien. Voor extra banen moeten we aankloppen bij kleine bedrijven, start-ups en scale-ups.

En nu maar afwachten of de verkiezingsprogramma’s daarvoor een stimulerend bedrijfsklimaat weten te scheppen.