480568
Financieel

Column: Mark Rutte moet de Britten binnen de EU houden!

De Nederlandse economie zal, wanneer het VK uit de EU stapt, naast de Britten zelf, het zwaarst worden getroffen. Omdat het VK een van onze belangrijkste handelspartners en investeerder is, zal de economische groei in Nederland door een Brexit in een neergang terecht komen en gaan er vele duizenden banen gaan.

Een geweldige economie

Volgens peilingen staat het kabinet Rutte 2 er slecht voor. Voor- en tegenstanders van het kabinet verschillen van mening over de oorzaak, maar volgens de gulden regel van politiek Den Haag is er altijd maar één oorzaak en dat is de coalitie zelf. Dit wordt onderstreept door het feit dat Nederland op dit moment tot de best presterende economieën van Europa behoort en de geschiedenis leert dat dit electoraal voordelig is voor regeringsfracties. Peilingen laten echter het tegendeel zien. Deze week kwam de OESO met cijfers die ons land zelfs de hemel in prijzen; het gaat hier geweldig. Dit jaar groeit onze economie met 2,2% en in 2016 met 2,5%. Voor 2017 voorspelt de OESO zelfs 2,7% groei. Daardoor vermindert de werkloosheid en daalt het begrotingstekort tot 0,7% BBP in 2017 ( Rutte 2 begon met ruim 4% BBP).

Onze staatsschuld neemt zodanig af dat Nederland in Europa tot de landen behoort met de laagste overheidsschuld. De coalitie hoopt met dit ongekend mooie beeld de rit uit te zitten en in maart 2017 bij de Tweede Kamerverkiezingen, beter te scoren dan de peilingen. Bij die hoop moeten vraagtekens worden gezet. De praktijk laat zien dat economische voorspellingen zelden uitkomen, omdat er onberekenbare factoren zijn die roet in het eten gooien. Bovendien zijn de ups en downs in de wereldeconomie de afgelopen decennia fors toegenomen en die zetten met de snelheid van het licht economieën van landen op zijn kop. Wij zijn geen doemdenkers, maar naast het optimistische OESO-scenario zijn er ook serieuze voorspellingen die aangeven dat vanaf 2016 de wereldeconomie slechter gaat draaien, vooral als gevolg van lagere groeipercentages in opkomende economieën, zoals in China. Voor onze open economie heeft dat negatieve gevolgen; een lagere groei en minder werkgelegenheid. De coalitie krijgt daar last van, maar nog meer van de onvrede op andere terreinen, zoals over de zorg, het ouderenbeleid, de almacht van Brussel en vluchtelingen, die op dit moment de peilingen bepalen.

Wensen

Dichtbij huis is er nóg een groot risico en dat is het aangekondigde referendum in het VK over het Britse lidmaatschap van de EU dat vóór 2017 zal worden gehouden. Premier David Cameron heeft deze week in een brief aan de voorzitter van de Europese Raad (Donald Tusk) laten weten dat hij snel met de EU wil onderhandelen over een verlanglijstje waarmee hij het VK binnen de EU wil houden. De belangrijkste wensen van Cameron om een Brexit te voorkomen, zijn meer bevoegdheden van nationale parlementen en een inperking van het Europese migratiestelsel ( migranten uit de EU moeten vier jaar wachten voor ze recht krijgen op uitkeringen). Daarnaast wil hij een betere bescherming van niet-eurolanden, zoals het VK, tegen besluiten van de eurozone. De meeste Europese leiders hebben zich tot op heden niet bezorgd getoond over een mogelijke Brexit. Ze vinden de Britten een lastig EU-lid en gaan er vanuit dat bij het referendum een meerderheid van de Britse kiezers voor de eigen portemonnee zal kiezen en een Brexit zal afwijzen.

Het jaarlijkse voordeel van het EU-lidmaatschap voor en Brits huishouden ligt tussen 1.200 en 3.500 pond (circa 1.500 tot 4.400 euro). Bovendien wijzen de andere EU-landen ook op berekeningen van internationale economische denktanks die laten zien dat het VK met een Brexit een politieke en economische chaos over zich zelf afroept. De Britse economie krijgt een mokerklap met een verlies ter waarde van bijna 80 miljard euro ( circa 2% BBP) en meer dan 2 miljoen extra werklozen. Amerikaanse economen spreken van een economische zelfmoord, terwijl de regering van Barack Obama Cameron heeft duidelijke gemaakt dat de internationale politieke rol van het VK, zonder lidmaatschap van de EU, weinig meer zal voorstellen. Gaan we af op de meest peilingen in het VK dan is de invloed van deze dramatische gevolgen tot op heden nog gering. Ze schommelen rond 50-50% en mede door de vluchtelingenproblematiek en waarschuwingen over de ondergang van het VK die averechts werken,  wint het Brexitkamp aan steun.

Een heldenrol voor Rutte

Er zijn goede redenen voor de EU om snel met Cameron rond de tafel te gaan zitten. Voor de EU is het zowel politiek als economisch gezien van essentieel belang dat het VK EU-lid blijft. Zonder Groot-Brittannië verliest de EU aan economische kracht en politieke invloed en bestaat het risico dat andere landen het VK volgen. Door Brexit verdwijnt circa een zesde van het EU-BBP en ongeveer een kwart van het defensiebudget. Niet alleen de Britse economie zal in een neergang worden gestort, maar ook die van de EU. Daarnaast staan de Britten niet alleen met hun onvrede over de toenemende bemoeienis van Brussel.  In veel landen, zeker in Nederland, wordt deze onvrede gedeeld. Wanneer het VK uit de EU stapt, zal de Nederlandse economie, buiten de Britten zelf, het zwaarst worden getroffen. Het is na Duitsland onze belangrijkste handelspartner. Wij exporteren jaarlijks voor bijna 50 miljard euro naar de overkant en de handel met de Britten is goed voor ongeveer 300.000 banen in Nederland. Bovendien is ons bedrijfsleven met bijna 180 miljard euro aan investeringen een grote investeerder in het VK en zijn de Britten met ongeveer 80 miljard euro een van de grootste internationale investeerders in onze economie. Door Brexit verliest Nederland ook een belangrijke politieke partner in de EU en komt de macht in Europa nog meer bij Duitsland en Frankrijk te liggen.

Voor premier Mark Rutte moet dit meer dan voldoende reden zijn om in Europa snel het voortouw te nemen voor een keiharde campagne om het VK binnen de EU te houden. Daarbij moet het uitgangspunt zijn: Europees wat moet en nationaal wat kan. Dit leidt er toe dat bepaalde bevoegdheden terug naar de lidstaten gaan, maar op bepaalde beleidsterreinen waar de lidstaten een gezamenlijk groot belang hebben ( veiligheid, werk) de samenwerking versterkt kan worden. De Britten zijn hier onze belangrijkste bondgenoot.