Nieuws/Financieel
483835
Financieel

Behoorlijk ondernemingsbestuur in Azië

Hongkong - De rol van aandeelhouders in Azië is van oudsher die van een goedkope kapitaalverschaffer. Enerzijds door het gebrek aan een ontwikkelde markt voor bedrijfsobligaties, anderzijds door een cultureel bepaalde afkeer van schuld.

Je betaalt de aandeelhouders een klein dividend om ze tevreden te houden en het loterij-element van een aandeel zorgt ervoor dat er voldoende vraag is. Veel Aziatische particuliere beleggers kopen aandelen in de hoop snelle koerswinst te boeken.

Met zulke nonchalante aandeelhouders is het eenvoudig te verklaren dat de meeste Aziatische bedrijven weinig schuld op de balans hebben en relatief veel eigen vermogen. Echter, in de afgelopen 20 jaar zijn er steeds meer buitenlandse beleggers naar Azië gekomen en die kijken veel kritischer naar zo’n inefficiënte balans. Zeker nu de groei zelfs in Azië niet meer voor het oprapen ligt. Bedrijven staan onder druk om meer aandeelhouderswaarde te creëren.

Dovemansoren

Ook wij besteden in onze gesprekken met financiële managers veel tijd aan aandeelhouderswaarde. Soms leidt dat tot een goede discussie, maar soms spreken we ook tegen dovemansoren. Veel bedrijven, met name in China, hebben een directeur-grootaandeelhouder wiens familiekapitaal volledig in het bedrijf zit.

Wellicht begrijpelijk dat hij/zij met de financiering daarvan niet te scherp aan de wind wil varen. Veel Japanse bedrijven halen de financiële crisis aan als reden voor een inefficiënte balans: “We moeten een kapitaalreserve aanhouden voor slechte tijden”.

Vrienden

Een groot probleem is ook dat in het bestuur maar weinig onafhankelijke directeuren zitten. En die wettelijk verplichte positie wordt dan meestal bezet door vrienden van de bedrijfsdirectie. Dat leidt ertoe dat het bedrijf uitsluitend voor en door het bestuur geleid wordt en de stem van de aandeelhouder niet gehoord wordt. Aziatische aandeelhouders worden door de directie ook niet voor vol aangezien, omdat ze hun stukken maar kort aanhouden en zich als speculanten gedragen. Maar het bedrijf maakt het daar zelf naar door weinig dividend te betalen.

Bovendien, als er vers groeikapitaal nodig is dan komen bedrijven in landen als Japan en China liever met een aandelenplaatsing dan met een claimemissie. Dat betekent dat er geen voorkeursrecht is voor bestaande aandeelhouders en hun belangen worden dus onvermijdelijk verwaterd. Zo bouwt het bedrijf ook niet aan een langetermijnrelatie tussen het bedrijf en zijn aandeelhouders.

Actiever

Naarmate institutionele beleggers actiever worden in Azië gaat dit beeld veranderen. Veel landen hebben een pensioensysteem in opbouw dat van nature een veel langere beleggingshorizon kent. In Korea bezit de National Pension Service (NPS) 5 tot 10% van veel genoteerde bedrijven. NPS is nu aan het worstelen hoe het moet omgaan met dat stemrecht. Vroeger was dat uiterst passief, maar geleidelijk zie je het actiever worden.

In Japan is de herbezinning het verst gevorderd, met de invoering van een Corporate Governance Code waarin de dialoog met aandeelhouders als grondprincipe wordt vastgelegd. Ook institutionele beleggers gaan hierin mee met de ondertekening van een zogenaamde Stewardship Code. Daarin verklaren bedrijven hun stemgedrag toe te lichten en transparant te maken.

Opwindend

Het zijn langdurige en enigszins saaie processen, maar voor mij als belegger niettemin heel opwindend. Waarom? Omdat de waardering van Aziatische bedrijven nu zo’n 20tot 30% lager is dan elders in de wereld. Met de toenemende aandacht voor behoorlijk ondernemingsbestuur (Corporate Governance) gaatdie korting verdwijnen. En dat is een flinke winst voor beleggers in mijn regionale aandelenfonds.