488420
Financieel

2015 als keerpunt

Zonder duurzame, groene groei is er geen toekomst

De gevolgen van de opwarming van de aarde en voorstellen om ze tegen te gaan, staan al meer dan twintig jaar op de internationale agenda.

Omdat de verandering van het wereldklimaat alleen maar op mondiaal niveau effectief kan worden aangepakt, zijn er in die periode een groot aantal internationale klimaatconferenties gehouden. De oogst is mager. Ze hebben tot op heden niet geleid tot effectieve maatregelen, waarmee voorkomen wordt dat de gevaarlijke grens van twee graden opwarming wordt overschreden.

De meeste landen geven voorrang aan economische groeidoelstellingen en beschouwen milieu- en klimaatmaatmaatregelen als een vervelende kostenpost die de groei afremt. Ook de internationale klimaatconferentie in de VS, eind september 2014 in New York, leverde geen concrete maatregelen op.

Optimisme

Maar de kans neemt toe dat het jaar 2015 een keerpunt wordt en de start zal inluiden van een wereldwijd beleid gericht op duurzaam en groen, zowel bij overheden als het bedrijfsleven. Verschillende signalen geven aanleiding tot ons optimisme.

Zo baarde gouverneur Mark Carney van de Bank of England eind september internationaal opzien door tijdens een congres in Londen op te merken dat de tijd van theoretische discussies over klimaatverandering achter ons ligt. Klimaatverandering is een realiteit. En dat is de reden zo merkte hij op dat dat de verzekeringswereld al volop bezig is de schaderisico’s die samenhangen met klimaatveranderingen in verzekeringen te verwerken.

'Dramatisch'

De gevolgen van de opwarming van de aarde worden overal voelbaar. Dat wordt bevestigd in het laatste klimaatrapport van het VN-klimaatpanel IPPC. De uitkomsten van deze studie kunnen als ‘dramatisch’ worden gekenschetst: wereldwijd is er sprake van extreme weersveranderingen, voedselschaarste, watertekort en een toenemend risico op conflicten.

Ook Klaas Knot, de president van onze centrale bank, waarschuwde vorige week dat klimaatverandering nieuwe risico’s met zich meebrengt, vooral voor de financiële sector en bedrijven die handelen in fossiele brandstoffen. Hij houdt rekening met een 'carbon bubble' waarin fossiele bedrijven fors minder waard worden.

Eerder wees Carney op het gevaar van een gedwongen, plotselinge waardedaling van sectoren in de economie die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstof. Dit risico zal de komende jaren in de internationale beleggingswereld zeker effecten hebben. Nu al zien we dat steeds meer beleggers en investeerders een voorkeur hebben voor groene projecten en duurzame bedrijven. Een voorbeeld is het ABP. Deze week maakte het grootste pensioenfonds van ons land bekend dat het zich terugtrekt uit bedrijven die qua duurzaamheid onvoldoende presteren en extra gaat investeren in duurzame bedrijven.

Tegenstanders van deze koerswijziging voeren aan dat daardoor het rendement van het fonds zal gaan dalen. De beleggingspraktijk laat juist zien dat deze ouderwetse gedachte onjuist is. Duurzaam en mooie rendementen gaan goed samen, zoals Patrick Bolton (Columbia University) een van de beste financiële expert van de wereld aantoont.

Duurzaamheid en extra groei

Ook een ander gedateerd idee kan naar de schroothoop. Wij doelen op de heersende opvatting bij regeringen dat economische groei automatisch tot de uitstoot van extra broeikasgassen leidt en dat maatregelen om deze schadelijke emissies af te remmen een lagere groei betekent. Het gezaghebbende Duitse onderzoeksinstituut DIW heeft recent een studie gepubliceerd waarin overtuigend wordt aangetoond dat de economie kan groeien waarbij tegelijk de CO2-emissies afnemen.

Regeringen die in samenwerking met hun bedrijfsleven in staat zijn om de richting van de technologische vooruitgang om te buigen naar groene groei, zijn in alle opzichten de winnaars van de toekomst: ze realiseren een duurzame economische groei met een beter leefklimaat en dragen bij aan de redding van onze aarde. Die samenwerking kan snel gerealiseerd worden. Vooral in Europa neemt het aantal bedrijven dat duurzaam onderneemt snel toe. Ondernemers die voorop lopen hebben het goed begrepen: ze behoren ook economisch gezien tot winnaars.

Een inhaalrace van Nederland

De hoop op een effectief klimmaat beleid is nu gevestigd op de internationale klimaatconferentie in Parijs in december 2015. De kans op een succesvolle conferentie is toegenomen door de klimaatafspraken die de VS en China in september 2015 hebben gemaakt en het ambitieuze pakket aan klimaatmaatregelen dat president Obama begin augustus 2015 heeft gepresenteerd. Het gaat daarbij om het meest vergaande klimaatplan dat door de VS ooit is gemaakt. De kern wordt gevormd door een forse omslag in het Amerikaanse energieverbruik, waarbij kolencentrales moeten sluiten en gascentrales en duurzame energie (zon en wind) deze elektriciteitsproductie moeten compenseren.

Langs deze weg wil Obama de CO2-uitstoot in de VS fors verminderen.  Als Parijs een succes wordt is dat ook goed voor de wereldeconomie: de miljarden aan klimaatinvesteringen die daarvan het gevolg zijn, stimuleren de groei en kunnen een recent  voorspelde vertraging voorkomen.

Panklare voorstellen

Volgens de jaarlijkse Climate Performance Index (2014) van Germanwatch scoort Nederland een dikke onvoldoende voor zijn klimaatbeleid. Ten opzichte van 2013 is Nederland verder gedaald op deze internationale ranglijst en staat nu op plaats 42. Nederland hangt al jaren onderaan het lijstje van Europese landen en de verwachting is dat het Energie Akkoord onvoldoende is om Nederland de komende jaren te laten stijgen.

Uit de berekeningen van Germanwatch valt op dat Nederland 0,24 procent van de wereldbevolking levert, en 0,51 procent van de uitstoot veroorzaakt. In een eerdere column schreven we al dat Rutte 2 geschiedenis kan schrijven door het huidige Akkoord ingrijpend aan te passen en zo te starten met een inhaalrace. De kern is een veel hogere effectiviteit door meer inzet van nieuwe technologie en energiebesparing waarmee we bovendien onze groei en werkgelegenheid kunnen stimuleren.

Dat kan snel, want er liggen panklare voorstellen, zoals van Urgenda en van een groot aantal wetenschappers in een openbare brief aan premier Rutte. Daarnaast zou het kabinet in het kader van het start-up beleid volop moeten inzetten op het stimuleren van zogenoemde green tech start-ups, starters die met innovatieve technologie de rendementen van energiebesparing en hernieuwbare energie verbeteren. Ons land zou wereldwijd de bakermat van green tech moeten worden.