505525
Financieel

Na Prinsjesdag begint het echte werk

Dinsdag is het Prinsjesdag en het belooft een feestbegroting te worden.  In een eerdere column hebben we al gezegd dat dit feestje niet verpest moet worden met sombere scenario’s over groeivertragingen in de wereldeconomie die onze economie hard kunnen raken. Maar politiek Den Haag moet wel beloven dat het woensdag weer met beide benen terug  op de grond is. Hoog  tijd om naar de echte toekomst te kijken en in kaart te brengen hoe ons land overeind kan blijven in een supersnel veranderende wereld.

De komende decennia zal de wereldeconomie door digitalisering, nieuwe  technologie en economische machtsverschuivingen tussen westerse economieën en opkomende landen een ingrijpende verandering ondergaan. Wereldwijd neemt ook de concurrentie tussen landen sterk toe; economische groei en werk staan daarbij centraal. De open Nederlandse economie die beïnvloed wordt door internationale ontwikkelingen zal daardoor spectaculair veranderen. Dit heeft effecten op groei, werkgelegenheid, belastingopbrengsten, sociale zekerheid en meer algemeen op onze welvaart.

Stilstand is ondergang

Ondernemers moeten er rekening mee houden dat zo iets als een rustig moment niet meer bestaat. Stilstand betekent ondergang. Bestaande verdienmodellen van ons bedrijfsleven gaan op de schop en ondernemers die daarmee niet snel genoeg zijn, lopen de kans dat hun onderneming niet zal overleven. Ze krijgen te maken met een stortvloed aan innovatieve start-ups die wereldwijd markten gaan veroveren waar het klassiek bedrijfsleven nu nog de dienst uitmaakt. Door slimme softwareprogramma’s, de opmars van het Internet of Things (IoT), big data, 3D-printen en robots worden steeds meer bedrijven beheerst door digitalisering en nieuwe technologie. De praktijk laat al zien dat de beste bedrijfsprestaties worden behaald door innovatieve ondernemingen. IT is daarvoor essentieel, het stelt bedrijven in staat om sneller te innoveren en (online) netwerken op te bouwen die in economie 4.0 van levensbelang zijn.

Kenmerk van de nieuwe economie is  dat ontwikkelingen plaatsvinden met de snelheid van het licht.  Dat heeft tot gevolg dat de politiek nog  bezig is met achterhoedegevechten en reparaties van oude wetgeving uit de periode toen Den Haag nog dacht dat we baas in eigen huis waren met een eigen economie en munt.  Economie 4.0 vraagt  niet alleen om een visie op onze maatschappelijke en economische toekomst, maar onvermijdelijk ook om een fundamentele herziening van verouderde wetgeving op een groot aantal terreinen, zoals sociale zekerheid, arbeid, ondernemerschap, veiligheid, zorg, onderwijs en belastingen. Bij deze hervorming moet de nieuwe economie uitgangspunt  zijn en internationaal worden gedacht ; nog meer dan nu zullen wij ons brood in het buitenland moeten verdienen.

Laten we woensdag 15 september 2015 uitroepen tot het startmoment voor onze politieke partijen om  aan het werk te gaan met een visie en maatregelenpakket voor de toekomst van Nederland. Die zien we dan terug in de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamer, maart 2017.

Een nieuwe belastingstelsel

Bij een fundamentele herziening spelen belastingen een belangrijke rol. In de meeste landen dateert de opzet van deze stelsels uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In een economie van globalisering, scherpe concurrentie en digitalisering zijn ze onhoudbaar. In de online wereld wordt het voor belastingdiensten moeilijker om belastingen over winsten en inkomens te heffen.  Vooral internationale bedrijven kunnen  gebruikmaken van legale methoden die leiden tot een lage heffing voor online-activiteiten. Ook hogere inkomens en vermogende mensen hebben internationaal mogelijkheden om te kiezen voor de laagste belastingdruk.

Frankrijk geldt als pijnlijk internationaal voorbeeld hoe dat in zijn werk gaat : toen de Franse regering vorig jaar met een speciale rijkentax (75%) kwam, kozen veel topinkomens en vermogens voor het VK (Londen), België en Luxemburg. Begin dit jaar is deze belasting in alle stilte begraven; de opbrengst was minimaal en gevreesd werd dat deze heffing door belastingvlucht en verslechtering van het investeringsklimaat de schatkist per saldo geld ging kosten. De effecten van een hoger belastingdruk zien we ook bij (internationale) ondernemingen. Landen die de winsten van hun bedrijfsleven zwaarder belasten, worden geconfronteerd met drie reacties:  bestaande bedrijven gaan meer gebruik maken van legale methoden van belastingontwijking óf ze verhuizen naar het buitenland. Ook wordt het moeilijker om nieuwe ondernemers uit andere landen aan te trekken.

De aflopen twintig jaar zijn op internationaal niveau (G20-landen) en binnen de EU pogingen gedaan om belastingconcurrentie en ontwijking aan te pakken. Dat heeft helaas weinig opgeleverd. Tijdens deze vergaderingen beloven alle landen dat ze meedoen, maar zodra ze weer thuis zijn, kiezen ze voor eigen nationale belangen; groei en werk. Daarbij wordt alles uit de kast gehaald , zoals lagere belastingtarieven voor bedrijven en rijke investeerders.

Vorig jaar zijn er in OESO-verband en met de G20 opnieuw afspraken gemaakt om concurrentie en ontwijking tegen te gaan. Maar steeds meer landen zijn al aan het afhaken omdat ze bang zijn voor schade aan hun investerings- en vestigingsklimaat. Anderen zien de bui al hangen en kiezen juist voor meer concurrentie en de nieuwe internationale trend van lagere tarieven op winsten en hoge inkomens. Een voorbeeld is het VK dat begin juli heeft aangekondigd  dat de winstbelasting wordt verlaagd van 20% nu naar 18% in 2020, het laagste tarief in de G20. Ondanks alle afspraken is er sprake van een internationale trend die koers zet richting een bodemtarief van 15% voor winsten en rond de  40% voor topinkomens. Over deze race naar de bodem zijn al talloze publicaties verschenen waarin wordt duidelijk gemaakt dat deze ontwikkeling moet stoppen vanwege de schadelijke maatschappelijke consequenties, zoals een hogere belastingdruk op werknemers en een grotere kloof tussen arm en rijk. De praktijk trekt zich daarvan niets aan, ook niet van onze verontwaardiging. Maar door deze ontwikkeling worden tarieven van 52% in de Nederlandse inkomstenbelasting en 25% in onze vennootschapsbelasting onhoudbaar; daaraan vasthouden leidt tot minder groei, werk en geld voor de schatkist. Bij de herziening van ons belastingstelsel ontkomen we dan ook niet aan lagere tarieven. Dat is nodig, want we zien nu al dat Londen the place to be is voor ondernemers, vermogenden en start-ups uit Nederland.