Nieuws/Financieel

Obligatiebeleggers moeten met hun tijd meegaan

De obligatiemarkten hebben de afgelopen dertig jaar belangrijke veranderingen ondergaan, maar die komen nog maar weinig tot uitdrukking in obligatiestrategieën.

Vanaf eind jaren 80 hebben de obligatiemarkten een belangrijke groei doorgemaakt, zoals blijkt uit hun totale kapitalisatie, die met een factor 7 is toegenomen tot $81.545 miljard (1) vandaag de dag.

Deze groei is aangejaagd door staten die op grote schaal gebruik hebben gemaakt van de obligatiemarkt om hun begrotingstekorten te financieren, en door bedrijven die in de obligatiemarkt een ideaal alternatief voor bankleningen vonden. Tegelijk bleef onder beleggers de vraag groeien naar beleggingen met een relatief lage volatiliteit en aantrekkelijke rendementen, zoals obligaties die tot voor kort boden.

De obligatiemarkten hebben gedurende drie decennia een bijna ononderbroken haussefase doorgemaakt, zoals wordt geïllustreerd door de tienjaarsrente, die daalde van bijna 8% in 1989 in de VS en Europa, naar respectievelijk 2,17% en 0,7% nu.

De samenstelling van de totale obligatiemarkt is sterk veranderd. De weging van de VS hierin is gedaald van 61% in 1989 tot momenteel 37%, terwijl de weging van opkomende landen steeg van 1% tot 14%. Een sterke ontwikkeling is ook te zien bij bedrijfsobligaties, die nu 52% vertegenwoordigen van de totale kapitalisatie van de obligatiemarkten.

Het investment grade-segment blijft het belangrijkste segment binnen de bedrijfsobligatiemarkt, maar het high yield-segment vertegenwoordigt inmiddels een kwart van de totale emissie-omvang. Een ander segment dat sterk is gegroeid in de afgelopen jaren, is dat van gesecuritiseerde effecten. Dit heeft nu een omvang van $5100 miljard (2), ofwel 6,2% van de totale kapitalisatie van de obligatiemarkten.

In deze context zou een evenwichtige, wereldwijd gerichte obligatieportefeuille in theorie voor 48% uit staatsobligaties moeten bestaan, voor 33% uit investment grade-bedrijfsobligaties, voor 13% uit high yield-obligaties en voor 6% uit gesecuritiseerde waarden. Binnen dat geheel zouden opkomende landen dan 14% van de portefeuille moeten omvatten.

Sommige wereldwijde obligatie-indices komen in de buurt van deze wegingen, maar er zijn maar weinig beleggers die deze indices volgen. Dit als gevolg van beperkingen door regelgeving, een voorkeur voor de thuismarkt en/of staatsobligaties, of een afkeer van beleggingscategorieën als asset-backed securities (ABS), leidend tot het prefereren van beperktere indices.

Een wereldwijde index is qua diversificatie en rendementspotentieel een betere keuze dan een beperkte index, maar in beide gevallen moeten beleggers belangen aanhouden op basis van de wegingen van de diverse componenten van de index, en niet op basis van de aantrekkelijkheid qua waardering of correlatie met renteontwikkelingen.

Zelfs het actief repliceren van een index stelt ons meer bloot dan we willen aan de duurste obligaties en de meest schuldenrijke obligatie-uitgevers, die het zwaarst vertegenwoordigd zijn in de indices. Het repliceren van een index, welke dat ook is, leidt vaak ook tot het overnemen van de relatief lange gemiddelde looptijd van die index. Gezien de onvermijdelijke stijging van de rente in de toekomst, kan dat de portefeuilleprestaties negatief beïnvloeden.

Om al deze redenen is een flexibele beleggingsbenadering, die niet aan een benchmark gebonden is en inspeelt op de wereldwijde kansen en de diversiteit van de obligatiemarkten, nu de beste obligatiestrategie. In de huidige omgeving van lage rentes, die echter het punt naderen om weer te gaan stijgen, is het belangrijk om te kiezen voor obligaties die een lage correlatie hebben met de lange rente en die een rendement bieden dat hoog genoeg is om het effect van renteverhogingen te temperen.

Zoals blijkt in de tabel hieronder, voldoen onder meer high yield-obligaties, converteerbare obligaties, bankleningen met variabele rente en gesecuritiseerde waarden aan deze criteria. Ze verdienen daardoor een weging die groter is dan hun weging in de wereldwijde indices, iets dat alleen mogelijk is met flexibele obligatiefondsen.

(1) Bron: Bank of International Settlements

(2) Federal Reserve board; berekeningen IMF; Securities Industry and Financial Markets Association.

NB: Europese emissie van gesecuritiseerde activa omvat asset-backed securities (abs), obligaties met onderpand (cdo's), residential en commercial mortgage-backed securities (rmbs en cmbs), small & medium enterprises- en wholesale business-effecten. Gesecuritiseerde activa uit de VS omvatten abs, cdo's, gedekte hypotheekobligaties, plus 'private-label' rmbs en cmbs.